1. Klaaske van Foeke DIJKSTRA [V] [M]. Geboren 18-03-1895 te Wyckel, Gaasterland. Beppe Klaaske Dijkstra kon zich nog herinneren dat Jacobje Kunst ergens tussen 1833 en 1840 moet zijn overleden, vertelde haar grootmoeder Luitje Wind. [opgetekend 1994 door D. Hiemstra, verteld in 1972] Klaaske Dijkstra verhuisde van Wiepke hofstraat 118 naar een bejaardenflat. Toen er een extra aanbouw aankwam verhuisde beppe Klaaske naar de nieuwbouw. Ze vertelde toen dat ze het niet meer goed kon zien, geen tv meer kon kijken, dat het eten haar niet meer smaakte. Bovendien was Klaaske de Jong, haar kleindochter haar net voor gegaan en dat vond ze niet eerlijk. 'Sjerp', zei ze, 'nog een potje dammen en dan ga ik'. Ze ging slape en een paar uur later was ze dood. Later bleek dat de pacemaker veel te hoog was afgesteld: Ze had een hartslag van 50 en de pacemaker stond op 70. Beppe had een half jaar topsport gepleegd. Overleden 03-12-1989 te Lemmer, Lemsterland op 94-jarige leeftijd, begraven 07-12-1989 te Oosterzee, Lemsterland. [overlijdensadvertentie] Rustig is van ons heengegaan onze lieve moeder, groot- en overgrootmoeder Klaaske DIJKSTRA in de leeftijd van 94 jaar, vanaf 26 december 1977 weduwe van Hendrik HARTSTRA. De rouwdienst zal worden gehouden donderdag 7 decemer a.s. om 14.00 uur in "Het Baken", W. Hofstraat te Lemmer, aanlsuitend zal de teraardebestelling plaats vinden te Oosterzee. Gelegenheid tot kondeleren vanaf een half uur voor de rouwdienst in voornoemd gebouw. Mochten wij iemand vergeten zijn een rouw-kaart te sturen, wij die dan dit bericht als zodanig beschouwen.

Ouders:
  1. Foeke van Bouwe DIJKSTRA [V] [M]. Geboren 19-03-1858 te Sint Johannesga, Schoterland. Foeke had eerste verkering met een dominees dochter en wilde toen ook dominee worden. Richtje Hartstra zijn kleindochter wist dit te vertellen in maart 2000. Toen dat uit was wilde Foeke geen dominee meer worden. Op zich zit het dominees beroep in zijn bloed. De grootvader en overgrootvader van zijn betovergrootouders (Samplonius) waren in de 17e eeuw ook dominee. Foeke was eerst veehouder te Wijckel. Toen hij ging rentenieren woonde hij op de Otterweg in bij zijn dochter Klaaske, getrouwd met Hendrik Hartstra. In die tijd kwam Gerben Gerbensma daar logeren en dan gingen Foeke en hij samen vissen. Foeke was een klein mannetje en fel. Je mocht bij het vissen niets zeggen, anders beten ze niet. Als je toch wat zei, en dus niet luisterde dan keek hij schuinweg naar je en dan dufde je niets meer te zeggen , aldus Gerben in maart 2000. koopman, veehouder, overleden 10-09-1936 te Bantega, Lemsterland op 78-jarige leeftijd. In de overlijdenskaart staat jhet volgende vermeld: "Hedenmorgen omstreeks 11 uur overleed zacht en kalm, in de Hope des Eeuwige Levens, onze geliefde Echtgenoot, Vader, Behuwd- en Grootvader Foeke B. DIJKSTRA in den ouderdom van 78 jaar en ruim 5 maanden, na een gelukkige Echtvereeniging van ruim 60 jaar. De diepbedroefden.". Gehuwd 09-05-1890 te Lemmer. [huwelijksakte Lemsterland no 15] Op 9 mei 1890 zijn voor ons gecompareerd: Foeke DIJKSTRA, oud 32 jaren, koopman. geboren te Sint Johannisga, wonende te Wyckel, meerderjarige zoon van Bouwe Foekes Dijkstra, overlden en Klaaske Jans de Jong, boerin wonende te Wyckel en Richtje DE HAAN, oud 26 jaren, zonder beroep gebloren en wonende te Oosterzee, meerderjarige dochter van Jan Durks de Haan, boer, en Luitje Martens Wind beiden wonende te Oosterzee. De bruids ouders hier aanwezig. Afkondigingen hadden plaats den 27 April, den vierden Mei dezes Jaars in Lemsterland en Gaasterland. Getuigen zijn Jacob Keikes, 43, concierge, Jan Bosma. 38, Jaan Venema, beiden veldwachter, en Lucas Jacobus Lyklema, 48 klerk allen in de Lemmer woonachtig. Gehuwd met:
  1. Richtje Jans DE HAAN [V] [M]. Geboren 07-11-1863 te Oosterzee, Lemsterland, boerin, overleden 02-02-1947 te Bantega, Lemsterland op 83-jarige leeftijd. [overlijdenskaart] Hedenavond omstreeks 6.30 uur, ontsliep zacht en kalem, in de Hope des Eeuwige Levens, onze zeer geliefde Moerder, Behuwd-, Groot-, Overgrootmoeder RICHTJE DE HAAN sedert 10 septebmer 1936 Weduwe van F. B. Dijksra in den gezegenden ouderdom van 83 jaar en bijna 3 maanden. De begrafenis, waarbij U vriendelijk wordt uitgenoodigd is D.V. bepaald op Donderdag 6 Febr., 's nam, 1 uur, in de Ned. herv. Kerk te Oosterzee. ,
    Uit dit huwelijk:
    1. Luitje van FoekeGeboren 04-03-1891 te Wyckel, Gaasterland. Willem en Luitje woonden aan de gietersevaart in Oosterzee. kruidenierster, overleden 02-12-1972 te Lemmer op 81-jarige leeftijd, begraven te Oosterzee. [overlijdensadvertentie] heden is rustig van mij heengegaan, in den Hope des Eeuwige elvens, mijn lieve vrouw Luitje DIJKSTRA in de ouderdom van 81 jaar, na een gelukkige echtvereniging van 58 jaar. De begrafenis heeft inmiddels in stilte plaats gevonden te Oosterzee.
    2. Klaaske van Foeke (zie: 1).

Grootouders:
  1. Bouwe Foekes DIJKSTRA [V] [M]. Geboren 15-06-1821 te Delfstrahuizen, Schoterland. Bouwe was Landbouwer in 1876 en woonde toen in Wyckel , aldus Sibbele Postma. landbouwer, overleden 12-10-1887 te Wyckel, Gaasterland op 66-jarige leeftijd. In de overlijdensakte Gaasterland staat vermeld dat Bouwe Foekes Dijkstra is overleden, oud 66 jaar en gehuwd. Sibbele Postma gaf aan dat Bouwe in Wyckle is overleden. Gehuwd 09-05-1847 te Sint Johannesga, Schoterland met:
  1. Klaaske Jans DE JONG [V] [M]. Geboren 21-11-1819 te De Gaast, Sint Johannesga. Klaaske de Jong was in 1890 boerin en woonde toen in Wyckel , aldus Sibbele Postma. Overleden 07-01-1909 te Wyckel, Gaasterland op 89-jarige leeftijd, begraven 11-01-1909 te Wyckel. [overlijdenskaart] Het heeft den Almachtigen God behaagd van onze zijde weg te nemen onze geliefde Moeder, Behuwd-,en Grootmoeder, Klaaske DE JONG in den ouderdom van ruim 89 jaren. Gode dankbaar voor haar langdurig bezit sturen wij met dieoen rouw de overledene na. De begrafenis, waartoe wij u beleefd uitnodigen, is bepaald op Maandag 11 Januari 's morgens 11 uur bij J. van der Weg te Wyckel. ,
    Uit dit huwelijk:
    1. Rinske van BouweGeboren 11-04-1848 te Echten, Lemsterland, overleden 28-10-1910 te Lemmer, Lemsterland op 62-jarige leeftijd, begraven 1-11-1910 te Lemmer. In de overlijdenskaart staat het volgende vermeld: "Hedenavond overleed na een korte ongesteldheid van vijf weken mijne innig geliefde Echtgenote en mijn zoons zorgvolle Moeder Rinske B. DIJKSTRA in den ouderdom van 62 jaren en ruim 6 maanden. Zwaar valt ons dit verlies, doch wij hopen te berusten in den wil van Hem Wiens Liefde en Majeseit is. Uw diepbedroefden. De begrafenis, waarbij U beleefd wordt uitgenoodigd, is bepaald op Dinsdag 1 november om 12 uur.".
    2. Jan van Bouwe, geboren 1850. Opvallend is dat op de overlijdenskaart de namen van Rein en Pietje Dijkstra-Dijkstra ontbreken in de rol van zus en zwager van Jan Bouwes. Overleden 30-09-1920 te Wyckel, Gaasterland. In de overlijdenskaart staat jhet volgende vermeld: "Heden overleed onze geliefde Broeder, Jan Bouwes DIJKSTRA, in den ouderdom van70 jaar. De begrafenis, waartoe u beleefd bent uitgenoodigd, is bepaald op Maandag a.s. om 12 uur bij R. van Veen te Wyckel.".
    3. Pietje van Bouwe, geboren 9-12-1852 te Haskerland, overleden 05-08-1935 te Wyckel, Gaasterland op 82-jarige leeftijd, begraven 8-08-1935 te Wyckel. In de overlijdenskaart staat jhet volgende vermeld: "Heden behaagde het den Heere in volle verzekerdheid des geloofs tot zich te nemen onze geliefde Moeder, Behuwd-, Groot- en Overgrootmoeder Pietje B. DIJKSTRA sedert 7 december 1914 weduwe van Rein D. Dijkstra in den gezegende ouderdom van 82 jaar en bijna 8 maanden. De begrafenis, waarbij U vriendelijk wordt uitgenoodigd is D.V. bepaald op Donderdag 8 Augusuts voormiddags 12 uur (z.t) bij R. van Veen te Wyckel.".
    4. Aaltje van Bouwe, geboren 09-04-1855 te Sint Johannesga, Schoterland, overleden 07-03-1910 te Wijckel op 54-jarige leeftijd. Van Aaltje bestaat een graffoto, gearchiveerd bij HD 3 van Hendrik Dijkstra. In de overlijdenskaart staat jhet volgende vermeld: "Heden morgen overleed zeer onverwacht mijne innig geliefde Echtgenote en mijner dochter zorgzame moeder Aaltje B. DIJKSTRA in den ouderdom van 54 jaren en 11 maanden De diep bedroefden. De begrafenis is bepaald op Donderdag 10 Maart, 's middag 1 uur, bij Jan van der Weg te Wycekl, waartoe u vriendelijkwordt uitgenodigd.".
    5. Foeke van Bouwe (zie: 2).
    6. Jeltje van Bouwe, geboren 01-06-1862 te Nijelamer, overleden 21-05-1926 te Sondel, Gaasterland op 63-jarige leeftijd, begraven 25-05-1926 te Sondel. In het overlijdensregister staat vermeld dat Jeltje Dijkstra was gehuwd toen ze op 63 jariege leeftijd is overleden. In de overlijdenskaart staat jhet volgende vermeld: "Hedenmorgen half drie behaagde het de Heere van onze zijde weg te nemen, mijn geliefde Echtgenoote en der Kinderen zorgzame Moeder, Behuwd-, en Grootmoeder, Jeltje B. DIJKSTRA, in den ouderdom van bijna 64 jaar. Na een genoegelijke echtvereeniging van ruim 43 jaar. Zwaar valt ons dit verlies, maar wij wenschen Gode te zwijgen Wiens doen enkel liefde en wijsheid is. Dat haar heengaan vrede moge zijn. De diepbedroefden. De begrafenis, waartoe wij U beleefd uitnodigen de overledene de laatste eer te bewijzen, is bepaald op Dinsdag 25 Meid, v.m. 11 uur (o.t) bij Van Netten te Sondel.".
  1. Jan Dirks DE HAAN [V] [M]. Geboren 30-09-1828 te Munnikeburen, Wsw. Lid van het Grote Veenpolder bestuur. Veenbaas en turfmaken in Munnikeburen. Hij heeft de 1e steen gelegd in de boerderij aan de Herneweg te Bantega, waar Klijnsma woonde in 1970?. Huishoudster was Grietje de Vries na overlijden van zijn vrouw Luitje. veehouder, veenbaas, overleden 26-06-1923 te Oosterzee, Lemsterland op 94-jarige leeftijd. Gehuwd 07-05-1852 te Lemmer met:
  1. Luitje Martens WIND [V] [M]. Geboren 29-12-1832 te Delfstrahuizen, Schoterland, boerin, overleden 27-06-1909 te Oosterzee, Lemsterland op 76-jarige leeftijd,
    Uit dit huwelijk:
    1. Dirk Jans, geboren 11-09-1852 te Oosterzee, Lemsterland. De getuigen Haije Andries Oorden Gerrit Jacobs Kelderhuis waren bij de geboorte aanwezig, beide mannen waren arbeiders. veehouder, overleden 22-01-1937 te Oosterzee op 84-jarige leeftijd, begraven 26-01-1937 te Oosterzee. [overlijdenskaart] Hedenmorgen, overleed nogal onverwachts in den hoogen ouderdom van 84 jaren en ruim 4 maanden, onze Vader, Behuw- en Grootvader, Dirk J. de Haan sedert 17 jan. 1930, weduwnaar van W.J. van Ommen. De begrafenis, waarbij U beleefd wordt uitgenoodigd, is bepaald op Dinsdag 26 JAN. a.s., 's middags 12 uur, in de Ned Herv. Kerk te Oosterzee.
    2. Jacobje Jans, geboren 01-11-1854 te Oosterzee, Lemsterland. De getuigen bij de geboorte waren Jacob Jellesde Haan (boerenknecht te Follega) en Willem Piers Muurling (turfmaker te Echten). Overleden 22-06-1855 te Oosterzee op 0-jarige leeftijd. De getuigen bij voerlijden waren Nanne Ulbes Koopman (boer) en Jeep Jans Heida.
    3. Jacobje Jans, geboren 22-05-1857 te Oosterzee, Lemsterland. Jacobje de Haan en Jan van Dijk hebben aan de ringvaart gewoond. Overleden 25-11-1901 te Oosterzee op 44-jarige leeftijd.
    4. Marten Jans, geboren 21-08-1859 te Oosterzee, Lemsterland. Marten woonde in Oosterzee. veehouder, overleden 25-11-1943 te Echten, Lemsterland op 84-jarige leeftijd, begraven Nov 1943 te Delfstrahuizen.
    5. Tetje Jans, geboren 26-06-1861 te Oosterzee, Lemsterland, overleden 05-07-1955 te Oosterzee op 94-jarige leeftijd, begraven 09-07-1955 te Oosterzee.
    6. Akke Jans, geboren 13-07-1862 te Oosterzee, Lemsterland. De getuigen waren 2 veldwachters; Gerrit de Koe en Cornelis van Aken uit Lemmer. Overleden 14-05-1953 op 90-jarige leeftijd.
    7. Richtje Jans (zie: 3).
    8. Roelof Jans, geboren 06-12-1864 te Oosterzee, Lemsterland. Roelof Jans de Haan is maar 17 jaar geworden. Hij is op zee verdronken. Beppe Klaaske Dijkstra vertelde me dat Roelof erg handig was. Hij had een miniatuurboot gemaakt, die beppe Klaake met eigen ogen heeft gezien. Dominee Kievit die in Oosterzee heeft gestaan is later in Gorningen beroepen en heeft een foto van deze boot. schippersknecht, overleden 05-07-1882 te Oosterzee op 17-jarige leeftijd.
    9. Jacob Jans, geboren 07-12-1864 te Oosterzee, Lemsterland. getuigen bij * zijn Gerrit de Koe (veldwachter) en Hielke Fo kkes Lyklama (klerk); bij + Johannes Lebbing (arbeider) en J acob Minnes de Boer (kuiper). Overleden 19-01-1866 te Oosterzee op 1-jarige leeftijd.
    10. Foekjen Jans, geboren 07-12-1864 te Oosterzee, Lemsterland. Een van de drieling was getuige bij de geboorte. De getuigen bij de geboorte waren Gerrit de Koe (verldwachter) en Hielke Lyklama (klerk). Overleden 14-03-1935 te Delfstrahuizen, Schoterland op 70-jarige leeftijd, begraven 19-03-1935 te Oosterzee. [overlijdenskaart] Hedenavond omstreeks 9 uur overleed na een kortstondige ziekte, onze geliefde Zuster Foekje J. de Haan Wed. van H. Scholte, in den ouderdom van 70 jaar. De begrafenis, waarbij U beleefd wordt uitgenoodigd, is bepaald op Dinsdag 19 Maart a.s., 's middags 12 uur. Samenkomst in Ned. herv. Kerk te Oosterzee.
    11. Jikke Jans, geboren 26-04-1866 te Oosterzee, Lemsterland. Jikke woont in de Veenpolder in 1874. Op de persoonskaart staat dat Jikke is gescheiden van haar 2e man Leo Raadsveld. Overleden 02-08-1956 te Brummen, Gelderland op 90-jarige leeftijd, begraven 06-08-1956 te Dieren.
    12. Jacob Jans, geboren 03-05-1867 te Oosterzee, Lemsterland. De getuigen bij de geboorteaangifte zijn Louis Lyklama en Hielke Lyklama (beiden klerk). Overleden 30-08-1867 te Oosterzee op 0-jarige leeftijd. De getuigen bij overlijden waren Jacobus Lyklema (25 jaar) en Hielke Fokkes Lyklema (53 jaar) (beiden klerk).
    13. Jacob Jans, geboren 22-06-1868 te Oosterzee, Lemsterland. Van boeren bedrijf in 1894 en woont voor het huwelijk in Oosterzee. De getuigen bij de geboorteaangifte zijn Louis Jacobus Lyklama en Hielke Fokkes Lyklama, beide klerk. boer, overleden 29-12-1937 te Blankenham, Overijssel op 69-jarige leeftijd, begraven 03-01-1938 te Oosterzee. [overlijdenskaart] Hedenmorgen overleed, zacht en kalm, tot onze diepe droefheid, onze innig geliefde Vader, Behuwd- en Grootvader Jacob J. de Haan, sedert 30 juli 1931 Weduwnaar van Dirkje van Eijck in den ouderdom van 69 jaar en 6 maanden. De begrafenis is bepaald op Maandag 3 Jan. 1938, 's middag 12 uur, in de Ned. herv. Kerk te Oosterzee. Waarbij U beleefd wordt uitgenoodigd den overledene de laatste eer te bewijzen.
    14. Roelofje Jans, geboren 25-07-1869 te Oosterzee, Lemsterland. Roelofje is een van de tweeling. Overleden 20-06-1870 te Oosterzee op 0-jarige leeftijd.
    15. Nantje Jans, geboren 25-07-1869 te Oosterzee, Lemsterland. Nantje is een van de tweeling. bij de geboorte aangifte waren getuige: Pier Wouters Koenen (veenbaas) en Hendrik de Veer (veldwachter). Overleden 01-02-1899 te Oosterzee waarschijnlijk op 29-jarige leeftijd.
    16. Wiebe Jans, geboren 14-03-1871 te Oosterzee, Lemsterland. Voor het huwelijk had Wiebe een boerderij in Oosterzee. veehouder, overleden 02-03-1963 te Heerenveen op 91-jarige leeftijd, begraven 06-03-1963 te Echten. [overlijdensadvertentie] Heden ging van ons heen, onze beste vader, groot- en overgrooyvader Wiebe DE HAAN, sedert 8 april 1951 weduwnaar van Eeuw de Boer inde ouderdom van bijna 92 jaar. De begrafenis heeft inmiddels plaats gehad op woensdag 6 maart j.l. te Echten.
    17. Roelofje Jans, geboren 20-02-1872 te Oosterzee, Lemsterland, overleden 30-01-1951 op 78-jarige leeftijd.
    18. Gerben Jans, geboren 28-02-1874 te Oosterzee, Lemsterland. getuigen bij * zijn Gerrit de Koe (veldwachter) en Gerben de Haan (ontvanger van de Veenpolder). Gerben was boer in 1901. boer, overleden 24-09-1935 te Echten, Lemsterland op 61-jarige leeftijd, begraven 01-10-1935 te Echten. [overlijdensadvertentie] Heden overleed, zeer onverwachts, onze geliefde Echtgenoot, Vader, behuwd- en Grootvader GERBEN J. DE HAAN in den ouderdom van 61 jaar en 7 maanden, na een genoeglijke echtvereniging van 54 jaar. De diepbedroefden.
    19. Johanna Jans, geboren 31-08-1875 te Oosterzee, Lemsterland, overleden 14-07-1958 te Sint Nicolaasga op 82-jarige leeftijd, begraven 17-07-1958 te Follega.

Overgrootouders:
  1. Foeke Bouwes DIJKSTRA [V] [M]. Geboren 02-07-1786 te Follega, Lemsterland. Foeke was boerenknecht in 1811. In de trouwakte wordt als leeftijd van Foeke 21 jaar opgegeven. De geboortedatum is dan 1789 ipv 1786. Werd in 1812 in Kuinre vermeld en bij naamsaanneming in 1811 in Follega vermeld, oud 25 jaar, dus dat is 1786. In de overlijdensakte op 27 juni 1859 staat vermeld dat Foeke 72 jaar oud was en dus op 2 juli 1786 geboren is. In de trouwacte stond 24 jaar maar dat is door de tijd vervaagd en ook als 21 te interpreteren. In de huwelijksakte wordt vermeld dan Jannisje Jans moeij is van Foeke. Zij is denk ik een zus van zijn moeder Aaltje Jans. Bij naamsaanneming in Kuinre wordt een Foeke Bouwes Dijkstra vermeld in 1811 onder akte 126. Sibbele Postma meldt in juni 2003 dat Foeke is doopt op snein 13 augustus 1786 De Lemmer (herfoarmd), boerefeint 1811, boer 1853, rintenier 1859 en fan boerebedriuw 1859, wenjend yn Rondebroek 1811, yn Follegea 1811, yn Kuinre 1813-1814, yn Ychten 1820, yn Dolsterhuzen 1821-1849/1853 en yn Sint Jansgea 1859, stoarn op moandei 27 juny 1859 yn Sint Jansgea hŻs nŻ. 30, moarns ‚lve oere (akte 89), 72 jier ‚ld. Berte en dopen ķt'e klapper op it doopboek fan'e Lemmer c.a. It berteplak stiet wol oanjŻn, mar it doopplak net, lykwols dat kin oars net wÍze as op'e Lemmer sels. Yn in stik ķt'e houlikstaheakke fan Foeke wurdt skreaun dat er berne wie op'e twadde fan'e Hooimaand te Follegea en op de trettjinde fan'e Oogstmaand doopt, aldus Postma. Gedoopt 13-08-1786 te Lemmer, Lemsterland. Vlak na 1767 werden de kerken van Eesterga en Follega afgebroken, vanwege de bouw van een nieuwe katholieke kerk in Lemmer. Follega stond een hervormde kerk en ook in Eesterga. Voor 1600 waren dat katholieke kerken. Ik vermoed dat Follega na 1690 ook hervormd is geworden. (L.J.Rogier, Geschiedenis van het Katholicisme in noord Nederland in de zestiende en 17e eeuw, 1964). Dat betekent dat Foeke in Lemmer is gedoopt en niet in Follega, en is de opmerking van Sibbele Postma terecht, dat er toen geen kerk was in Follega. boerenarbeider, landbouwer, rentenier, overleden 27-06-1859 te Sint Johannesga, Schoterland op 72-jarige leeftijd. In de overlijdensakte Schoterland nr 89 staat veremld: "Op de 28ste Juny 1859 doen aangifte Berend Jans Sietsma, oud 49 jaren, boer en Jacob Hendriks Bles, oud 38 jaren, koopman. beiden wonende te Sint Johannisga van het overlijden van Foeke Bouwes Dijkstra, van boerenbedrijf geboren te Follega, oud 72 jaren, wonende te Sint Johannisga, weduwnaar van Rinske Roelofs van Hes, zoon van Bouwe Siebolts Dijkstra en van Aaltje Attes Knol, beide overleden, op 27 juni des voormiddags om 11 uur op huisnummer 30 in Sint Johannisga.". Gehuwd 25-04-1811 te Lemmer, Lemsterland met:
  1. Rinske Roelofs VAN HES [V] [M]. In de huwelijksacte staat vermeld dat Rinskje bij trouwen dienstmeid was en in Oosterzee woonde. Ze was een dochter van oud schipper te Sloten en Geertje Andries. Sibbele Postma schrijft in juni 2003 dat Rinskje tsjinstfaam wie 1811 en sŻnder berop 1853, wenjend yn Eastersee 1811 en yn Dolsterhuzen 1853, stoarn op tiisdei 29 novimber 1853 yn Dolsterhuzen hŻs 22a, moarns fiif oere (akte 150), 64 jier ‚ld. Neffens in stik ķt'e houlikstaheakke wie de namme Rinskjen yn it doopboek. Dit dopen fŻn plak op de 31ste fan'e bloeimaand. Yn'e houliksakte binne de nammen Foeke Bouwes en Rinske Roelofs. Yn in stik ķt'e houlikstaheakke wurdt skreaun dat de earste houliksŰfkundiging wie op 14 april en dat it gie om "boereknegt" Foeke Bouwes, "meerderjarig jonkman" en soan fan Bouwe Sybolts en de ferstoarne Aaltje Jans. Rinskje har ‚lden jouwe harren tastimming foar it houlik yn in akte, hja ferklearje it houlik te "consenteeren". Foeke syn heit wie by it houlik oanwÍzich en jout dÍr syn tastimming en ek is er ien fan'e fjouwer tsjŻgen dy't yn'e akte neamd wurde. DÍrby binne noch mear famyljeleden, de twadde tsjŻge wie Geertje Mijntes, 49 jier ‚ld en "behuwde moeder". Geartsje wie fansels heit Bouwe syn doetiidske frou. De tredde tsjŻge is Żnbekend, mar de fjirde wie Jannesje Jans, in 59 jierrige "winkelierse" fan W‚ldsein dy't ferklearre de "moey" fan'e brÍgeman te wÍzen. De muoike soe mooglik Johannisje Jans (Knol) wÍze kinne, in suster fan Foeke syn eigen mem. Johannisje wie in moanne earder 60 jier wurden, mar mooglik dat hja dochs opjŻn hie 59 te wÍzen. Oer it ferstjerren fan Foeke syn eigen mem wurdt neat yn'e taheakke oanjŻn! Yn 1811 wenje de al troude Foeke en syn broer Atte, neffens opjefte fan pake Sybolt by it namme oannimmen, yn Rondebroek. It docht bliken dat Żnder Kuinre sķdlik fan'e Linde in polder mei de namme "Het Ronde Broek" of "Het Rondebroek" leit. De polder "het Bedijkte Rondebroek" is oanlein yn 1433. Yn de polder leit in buorskip mei de namme Het Klooster, oan it begjin fan'e tweintichste ieu stiene dÍr twa pleatsen ticht by innoar, no is der noch mar ien fan oer. Yn 1939 is der sprake fan it wenjen yn it "Rondebroek bij Kuinre aan de Overijsselsche Lindedijk". Hjoed-de-dei is der yn Kuinre in strjitnamme Rondebroek. Wy meie wol oannimme dat Foeke en Rinskje doe yn'e neamde polder wennen, yn alle gefallen buorken hja fan 1813-1814 yn Kuinre en dat sil op itselde plak west ha. Om 1820 hinne yn Ychten en fan 1821 oant 1849 yn Dolsterhuzen. Foeke en Rinskje krije yn alle gefallen trettjin bern, tsien famkes en trije jonges. Yn'e akte fan ferstjerren fan Rinske wurdt har namme Rinskje skreaun. Nei har ferstjerren koe net in nij houlik fan Foeke fŻn wurde en as Foeke komt te ferstjerren wurdt er widner fan Rinskje neamd. De namme fan Foeke syn mem wurdt yn'e akte skreaun as Aaltje Attes Knol, aldus Postma. Jannesje Knol genoemd in de trouwacte si volgens mij geboren op 15 september 1751. In april 1811 bij de huwelijk is Jannesje echt 59 , aldus Dick Hiemstra in januari 2004. Gedoopt 14-05-1789 te Sloten, dienstmeid, overleden 29-11-1853 te Delfstrahuizen, Schoterland op 64-jarige leeftijd. Overleden op nummer 22 in Delfstrahuizen. ,
    Uit dit huwelijk:
    1. Jantje FoekesGeboren 20-01-1812. Sibbele Postma vertelde in juni 2003 dat Jantjen is troud op snein 31 maaie 1840 De Lemmer, yn 'e ‚ldens fan 22 jier mei Tijmen Hendriks Loen, soan fan Hendrik Everts Loen (slŻswachter 1840) en Trijntje Jans Uffelaar, aldus Postma. Gegevens ontleend aan Hendrik Dijkstra, overgenomen door Ronald Dijkstra.
    2. Alijde (Alida), geboren 00-00-1813, overleden 15-04-1847 te Oosterzee waarschijnlijk op 34-jarige leeftijd.
    3. Geertje Foekes, geboren 00-00-1814. Sibbele Postma geeft in juni 2003 aan dat Geertje boeretsjinstfaam is 1834, wenjend yn Follegea 1834, stoarn op snein 8 augustus 1886 yn Westermar, likernŰch 72 jier ‚ld. Geertje is troud op snein 6 april 1834 De Lemmer, yn 'e ‚ldens fan likernŰch 20 jier mei Jelle Hayes de Jong (likernŰch 29 jier ‚ld), berne om ende by 1805 yn Rotsterhaule, boerefeint 1834, wenjend yn Eastersee 1834, soan fan Haye Magchiels de Jong (boer 1834) en Trijntje Jelles, aldus Postma. Overleden 8-08-1886 te Westermeer op 72-jarige leeftijd. [overlijdensadvertentie] Het heeft den Heer van leven en dood belaagd heden middag omstreeks 3 uur uit ons midden weg te nemen onze veel beminde en zeer geliefde moeder Geertje Foekes DIJKSTRA, weduwe van Haije Jelle Haaijes de Jong, in den ouderdom van ruim 73 jaren. Haar heengaan was vrede, hetwelk tot in het laatste ogenblik haar belijdenis is geweest, dit lenigt eenigszins onze smart. Kennisgeveing aan familie, vrienden en bekenden.
    4. Roelof Foekes, geboren 10-09-1815 aangiftedatum te Schoterland. Geboorteakte Schoterland, Aangiftedatum 10 september 1815, Roelof Fockes Dijkstra. Overleden 19-10-1835.
    5. Baukje, geboren 01-11-1816 te Schoterland. Geboorteakte Schoterland, Aangiftedatum 1 november 1816, Baukjen Fockes Dijkstra.
    6. Jantje Fockes, geboren 22-01-1818 aangifte te Schoterland. Geboorteakte Schoterland, Aangiftedatum 22 januari 1818, Jantje Fockes Dijkstra.
    7. Pietertje Foekes, geboren 19-01-1820 te Echten. Gegevens ontleend aan Hendrik Dijkstra, ook overgenomen door Ronald Dijkstra. In januari 2004 geverifieerd aangevuld met RA Friesland en gegevens Sibbele Postma. Sibbele Postma vertelde dat Pietertje is troud op snein 8 maaie 1842 De Lemmer, yn 'e ‚ldens fan 22 jier (1) mei Meine Nannes Koopman (likernŰch 25 jier ‚ld), berne om ende by 1817 yn Ychten, wenjend yn Ychten 1842, soan fan Nanne Albrechts Koopman en Minke Jans. Pietertje is troud op snein 11 maaie 1856, yn 'e ‚ldens fan 36 jier (2) mei Meine Sierds Klijnsma (likernŰch 39 jier ‚ld), berne om ende by 1817 yn Ychten, boer 1856, wenjend yn Ychten 1856, soan fan Sierd Meines Klijnsma (boer 1856) en Jikke Freerks de Jong, adlus Postma. Overleden 30-05-1859 te Lemsterland op 39-jarige leeftijd. In de overlijdensakte Lemsterland staat vermeld dat Pietertje Foekes Dijkstra is op 39 jarige leeftijd. Ze was gehuwd.
    8. Bouwe Foekes (zie: 4).
    9. Hendrik Foekes, geboren 14-11-1822. Sibbele Postma vertelde in juni 2003 dat Hendrik Foekes Dijkstra is berne op tongersdei 14 novimber 1822, boer 1880. Hendrik is troud op tongersdei 13 april 1848 De Jouwer, yn 'e ‚ldens fan 25 jier mei Femmigje Johannes Visser, stoarn foar 1880 yn Dolsterhuzen, aldus Postma. Ronald Dijkstra vermeld overlijden van Hendrik en geboorte aangifte en overlijden van zijn vrouw Fimke op 16 mei 2001. boer, overleden 12-05-1900 te Schoterland op 77-jarige leeftijd.
    10. Jannisje, geboren 8-12-1823 te Delfstrahuizen. Gegevens geboorte, huwelijk en overlijden van Jannisje en zijn vrouw overgenomen van Ronald Dijkstra, 16 mei 2001.
    11. Trijntje, geboren 4-8-1826 te Delfstrahuizen. Gegevens van Trijntje en haar man overgenomen van Ronald Dijkstra, 16 mei 2001. Sibbele Postma vertelde in juni 2003 dat Trijntje is troud op freed 11 desimber 1868 it Hearrenfean, yn 'e ‚ldens fan 42 jier (2) mei Cornelis Frankes Smit (56 jier ‚ld), berne yn it jier 1812 yn Sint Jansgea, soan fan Franke Cornelis Smit en Aaltjen Egberts Thijs. Cornelis wie widner fan Hiltje Egberts Rinksma, stoarn foar freed 11 desimber 1868, aldus Postma. Overleden 26-12-1878 te Sint Johannesga op 52-jarige leeftijd.
    12. Andriesje, geboren 11-12-1827 te Delfstrahuizen. Gegevens van Andriesje en haar man overgenomen van Ronald Dijkstra, 16 mei 2001.
    13. Marijke van Foeke, geboren 9-08-1829 te Delfstrahuizen. Sibbele Postma vertelde in juni 2003 dat Marijke is troud op freed 3 maaie 1850 yn Langwar, yn 'e ‚ldens fan 20 jier mei har healneef Bouwe Reinders Dijkstra (25 jier ‚ld), berne op tiisdei 29 juny 1824 yn Alde Ouwer akte 38, boer 1850, wenjend yn Alde Ouwer 1850, stoarn op snein 12 novimber 1911 yn Sint Jansgea, 87 jier ‚ld, soan fan Reinder Bouwes Dijkstra (boerefeint 1818, boer, feeh‚lder 1864 en sŻnder berop 1889) en Grietje Wubbes Blom (tsjinstfaam 1818, boerinne 1842/1850 en sŻnder berop 1864). Yn Bouwe syn berte akte stie mem har namme sŻnder famyljenamme. Yn it histoarysk fotoboek fan Aldehaske, "Doe't de baarch noch yn'e beam hong" fan S. Krikke, stiet op side 138 stiet de pleats "De Greveling" op'e foto. De pleats kaam yn 1851 yn besit fan'e famylje Greevelink en fan 1881 oant 1890 waard er ferhierd oan Bouwe Reinders Dijkstra, aldus Postma. Overleden 12-01-1913 te Wolvega op 83-jarige leeftijd.
    14. Antje, geboren 31-03-1831 te Delfstrahuizen.
    15. Sietske van Foeke, geboren 00-00-1814 te Kuinre, IJsselham. Ik heb laten uitzoeken door Jaap Hiemstra of Sietske Foekes Dijkstra een dochter is van Foeke Bouwes Dijkstra en Rinske Roelofs van Hes. Hendrik Dijkstra beweerde in 1998 dat ze geen dochter was van deze Foeke en Rinske. In het RA overijssel in Zwolle is de volgende geboorteaantekening in Kuinre gevonden van Sietske, dochter van Foeke Bouwes Dijkstra van beroep boer, oud 28 jaar, moeder Renske Roelofs. Overleden 19-10-1881 te Delfstrahuizen, Schoterland op 67-jarige leeftijd.
  1. Jan DE JONG [V] [M]. Geboren 08-12-1782. Jan de Jong woonde op de Gaast. Gedoopt 12-01-1783 te Rohel, Schoterland, boer, overleden 09-04-1867 te Sint Johannesga, Schoterland op 84-jarige leeftijd. Gehuwd 12-05-1813 te Sint Johannesga, Schoterland met:
  1. Pietje Jans DIJKSTRA [V] [M]. Gedoopt 00-04-1784 te Haskerdijken, Haskerland, boerin, overleden 21-06-1854 te Sint Johannesga, Schoterland op 70-jarige leeftijd,
    Uit dit huwelijk:
    1. Klaaske Jans (zie: 5).
  1. Dirk Roelofs DE HAAN [V] [M]. Dirk was lid van de bestuur de Grote Veenpolder. Dirk woonde in 1821 in Munnikeburen. Gedoopt 26-12-1801 te Delfstrahuizen, Schoterland, turfmaker, veenbaas, overleden 17-01-1887 te Oosterzee, Lemsterland op 85-jarige leeftijd. Gehuwd 26-06-1821 te Lemmer, Lemsterland met:
  1. Tetje Jans KOOPMAN [V] [M]. Gedoopt 21-07-1800 te Oosterzee, Lemsterland, overleden 03-12-1879 te Oosterzee, Lemsterland op 79-jarige leeftijd,
    Uit dit huwelijk:
    1. Jan Dirks (zie: 6).
    2. Wybe Dirks, geboren 17-07-1831 te Oosterzee, Lemsterland. Op Hania STATHE Oosterzee J.D. den Haan eigenaar van Hania Stathe. timmerman, overleden 22-12-1884 te Oosterzee op 53-jarige leeftijd.
    3. Roelofje Dirks, geboren 9-05-1834 te Oosterzee, Lemsterland, overleden 6-02-1916 te Lemsterland op 81-jarige leeftijd.
    4. Gerben Dirks (Germ), geboren 15-01-1840 te Oosterzee, Lemsterland. Gerben van Dirk de Haan bouwde boerderij aan de Middenweg 175, waar Harm Klijnstra woont. 1e steen gelegd door J.D. de Haan. ontvanger veenpolder, vervener, winkelier, overleden 27-05-1897 te Oosterzee op 57-jarige leeftijd.
    5. Jikke van Dirk, geboren 16-03-1843.
  1. Marten WIND [V] [M]. Gedoopt 19-03-1805 te Delfstrahuizen, Schoterland, landbouwer, veehouder, overleden 10-06-1888 te Follega, Lemsterland op 83-jarige leeftijd. Gehuwd 06-05-1832 te Lemmer, Lemsterland met:
  1. Jacobje KUNST [V] [M]. enigst kind woont later in Schoterland. Gedoopt 28-05-1804 te Follega waarschijnlijk, Lemsterland, overleden 19-01-1833 te Delfstrahuizen, Schoterland op 28-jarige leeftijd,
    Uit dit huwelijk:
    1. Luitje Martens (zie: 7).

Betovergrootouders:
  1. Bouwe Siebolds DIJKSTRA [V] [M]. Geboren 02-02-1755 te Dijken, Doniawerstal. Bouwe DIJKSTRA is geboren in Indijk. De naam Indijk was een zeer gebruikelijk naam voor het dorp Dijken in die tijd. Hij is 2 jaar later gedoopt in Tjerkgaast. Bij de doop in Tjerkgaast staat niet vermeld wat de geboortedatum is. De geboortedatum is wel vermeld bij de doop aangiftes van zijn andere broers en zusters. [Kerkeboeken van Tjerkgaast van 1752-1772] Bouwe gedoopt op 3 april 1753 te Tjerkgaast, terwijl hij 2 jaar later geboren is. Bovendien geeft de naamsaanneming aan dat Bouwe in 1811 in Follega woont en 54 jaar oud is, en dan zou hij in 1757 zijn geboren. Nader uitzoeken: waarschijnlijk dat er twee kinderen Bouwe zijn, of wellicht drie kinderen die in 1752, 1755 en in 1757 geboren zijn. Gedoopt 03-04-1753 te Tjerkgaast, Doniawerstal, overleden 14-06-1829 te Follega, Lemsterland op 74-jarige leeftijd. Gehuwd (kerk) 03-10-1784 te Lemmer, Lemsterland met:
  1. Aaltje Jans KNOL [V] [M]. Geboren 19-10-1762 te Follega, Lemsterland. gedoopt 21 nov 1762. Overleden 06-11-1788 te Follega, Lemsterland op 26-jarige leeftijd,
    Uit dit huwelijk:
    1. Atte van Bouwe, geboren 09-06-1785 te Follega, Lemsterland. Bij naamsaanneming in 1811 van zijn vader woonde Atte on Rondebroek met een vraagteken achter deze plaatsnaam of straatnaam. Gedoopt 03-07-1785 te Follega, Lemsterland, overleden 1859.
    2. Foeke Bouwes (zie: 8).
    3. Sytze van Bouwe (Sietze), geboren 06-07-1787 te Follega, Lemsterland. Sietze is 24 jaar oud bij naamsaanneming van zijn vader in 1811. Sietze was meester Schoenmaker. Gedoopt 29-07-1787 te Follega, Lemsterland, schoenmaker.
  1. Roelof Franzes VAN HES [V] [M]. De geboortedatum is opgemaakt bij 't overlijden: voor 19 feb 1726. Zijn zoon Frans gaf het overlijden aan, war ik dat gevonde heb weet ik neit, maar de overlijdensacte geeft anders aan. Roelof Franzes Hes is overleden in het huis van zijn jongste zoon Andries in de Dubbelstraat 101 te Sloten. Negen jaar later overlijdt zijn zoon Andries in hetzelfde huis. Gedoopt 03-11-1726 te Sloten, koffeschipper, overleden 19-02-1819 te Sloten op 92-jarige leeftijd. In de overlijdensakte te Sloten staat vermeld dat Roelof Fransen Hes is overleden op de leeftijd van 93 jaar, gehuwd. Gehuwd (kerk) 25-02-1787 te Sloten, Sloten met:
  1. Geertje Andries (KUNING) KONING [V] [M]. Geboren 1756/1757 te Oosterzee, turfmaakster, overleden 28-09-1824 te Sloten. In de overlijdensakte staat vermeld dat op 29 september 1824 's ochtends om 11 uur Tjalling Ides Siersma, meester Kleermaker, oud 31 jaren, en Piebe Andries Bosman, meester schoenmaker, oud 25 jaren, beide wonende te Sloten, geburen van de overledene verklaren dat Geertje Andries Hes, oud 67 jaren, zonder beroep, wonende te Sloten, ouders der overledene zijn onbekend en ook niet meer in leven, is overleden den 28sten September 's ochtends om 9 uur in huisnr 104 in de Dubbelstraat te Sloten. ,
    Uit dit huwelijk:
    1. Frans RoelofsFrans wordt als broer genoemd bij overlijden van Roelof. Moet zoon zijn volgens mij. De geboortedatums van Roelof en Frans liggen 50 jaar uit elkaar. Frans woont later in 1835 in het huis dat Ruurd Appelhof, getrouwd met zijn halfzus Trijntje in woonde tot aan zijn overlijden. Bij de geboorte van dochter Geertje uit zijn tweede huwelijk in 1838 is Frans postbode te Sloten. Bij het overlijden van zijn dochter Sybrigje in 1850 woont Frans in Sint Nicolaasga en is daar postbode. Bij het overlijden van zijn zoon Wiebren in 1856 was Frans postbode in Wolvega. Notaris J. Ruardi maakt een koopakte op te Sloten met Inv. nr. 118009 repertoire nr. 73 d.d. 18 maart 1829 betreffende de verkoop van een kamer en gang te Sloten, koopsom fl. 200, waarbij Frans Roelofs Hes te Sloten als verkoper met zijn echtgenote wordt vermeld en Jurjen Jurjens Visser te Sloten als koper met zijn echtgenote , aldus Ruardi. In het Notarieel archief is door notaris J. Ruardi onder Inv. nr. 118009 repertoire nr. 96 d.d. 19 mei 1829 een akte Cessie opgesteld betreffende een kapitaal van fl. 200, waarbij aanwezig Frans Roelofs van Hes te Sloten en Jan Dobelman te Sloten. Een akte van cessie is een akte waarbij de overdracht van een schuld of vordering aan een ander plaats vindt , aldus Ruardi. In het Notarieel archief is door notaris J. Ruardi onder Inv. nr. 118012 repertoire nr. 521 d.d. 12 mei 1837 een Akte van bekendheid opgesteld, omdat akte niet aanwezig was voor Frans Roelofs van Hes te Sloten. De akte van bekendheid is een akte tot bewijs van geboorte , aldus Ruardi. In het Notarieel archief is door notaris T. S. van der Ley onder Inv. nr. 074027 repertoire nr. 33 d.d. 2 juni 1852 een akte van Royement opgesteld, omdat akte niet aanwezig was, betreffende Jan Brandsma, kruidenier te Sloten en Frans van Hes, koopman te Sint Nicolaasga. Het royement kan slaan onder andere op een hypotheek of een handelsovereenkomst , aldus van der Ley. Gedoopt 24-12-1787 te Sloten, schippersknecht, varensgezel, schippersgezel, werkman, postbode, koopman, overleden 10-04-1876 te Weststellingwerf op 88-jarige leeftijd.
    2. Rinske Roelofs (zie: 9).
    3. Andries Roelofs, geboren 1790\1791 te Sloten, timmerknecht, overleden 30-05-1827 te Sloten. In de overlijdensakte staat vermeld dat op 1 juni 1827 's ochtends om 11 uur Berent Harmens van der Goot, werkman, oud 55 jaren, en Louw Reinders Boomsma, schoenmakersknecht, oud 65 jaren, beide wonende te Sloten, geburen van de overledene verklaren dat Andries Roelofs Hes, oud 36 jaren, timmermansknecht, wonende te Sloten, namen van de ouders van de overledene onbekend, is overleden den 31sten Mei 's middags om 4 uur in huisnr 101 in de Dubbelstraat te Sloten.
  1. Jelle Piers DE JONG. Geboren te Rohel, Schoterland, overleden 13-06-1811 te Rohel-de Gaast, Schoterland. Gehuwd (kerk) 09-05-1773 te Sint Johannesga, Schoterland met:
  1. Klaaske JOCHUMS. Geboren te Rotsterhaule, Schoterland. voor 1813 overleden. ,
    Uit dit huwelijk:
    1. Pier Jellesdoop op 9 okt 1774. Gedoopt 08-10-1774 te Rohel, Schoterland, overleden 24-02-1812 op 37-jarige leeftijd.
    2. Trientje Jelles, gedoopt 20-03-1776 te Rohel, Schoterland.
    3. Jochem Jelles. doop op 23 apr 1776. Gedoopt 24-02-1778 te Rohel, Schoterland.
    4. Jan (zie: 10).
  1. Jan Watzes DIJKSTRA [V] [M]. Bij naamsaanneming van 1811 doet Dijkstra, Jan Watzes, Ouwster Nijega de volgende aangifte van zijn kinderen: Watze 23, Jelle 19, Hielke 15, Hette 12, Henke 34, Ouwsterhaule, Dietje 29, Rotstergaast, Lampkje 20, Rigtje 17, Sepkje 11 in Mairie Langweer, fol. 25v. Gedoopt 1752/1753, overleden 22-08-1825 te Doniawerstal. Overlijdensakte Doniawerstal, 1825 Aangiftedatum 24 augustus 1825, blad nr. 17 Jan Watzes Dijkstra, overleden 22 augustus 1825, oud 72 jaar, gehuwd. Gehuwd (kerk) voor 1784 te Sint Johannesga, Schoterland met:
  1. Hendrikje SIEMENS,
    Uit dit huwelijk:
    1. Pietje Jans (zie: 11).
  1. Roelof Thijses DE HAAN [V] [M]. Bij naamsaanneming in Mairie St Johannesga (folio 169) geeft Roelof de Haan 7 kinderen aan. Gedoopt 26-03-1768 te De Knijpe, Schoterland, veenbaas, overleden 02-03-1834 te Lemmer, Lemsterland op 65-jarige leeftijd. Gehuwd (kerk) voor 1791 te Sint Johnnesga, Schoterland met:
  1. Roelofje WYBES [V] [M]. Geboren 1756/1757. + niet tjerkgaatst/defstrahuizen miscchien?. Overleden 26-01-1858 te Schoterland. Overlijdensakte Schoterland, 1858 Aangiftedatum 26 januari 1858, akte nr. 15 Roelofje Wiebes, overleden 26 januari 1858, oud 91 jaar Weduwe van Roelof Thijsses de Haan Dochter van Wyben Andries en Immigje Gerbens. ,
    Uit dit huwelijk:
    1. Tys RoelofsGeboren 1791 te Delfstrahuizen.
    2. Wiebe Roelofs, geboren 00-00-1794 te Delfstrahuizen, Schoterland, overleden 11-06-1821 te Schoterland op 27-jarige leeftijd. In de overlijdensakte Schoterland, 1821, Aangiftedatum 13 juni 1821, blad nr. 16 staat vermeld dat Wiebe Roelofs de Haan si overleden 11 juni 1821, oud 27 jaar, ongehuwd. Hij was een zoon van Roelof Thijsses de Haan en Roelofje Wiebes.
    3. Immegje Roelofs, geboren 1797 te Delfstrahuizen, Schoterland.
    4. Jelle Roelofs, geboren 1799 te Delfstrahuizen, Schoterland.
    5. Dirk Roelofs (zie: 12).
    6. Gerben Roelofs, geboren 00-00-1803 te Delfstrahuizen, Schoterland, overleden 9-01-1823 te Schoterland op 20-jarige leeftijd. In de overlijdensakte Schoterland, 1823, Aangiftedatum 10 januari 1823, blad nr. 2 staat vermekd dat Gerben Roelofs de Haan is overleden op 9 januari 1823, oud 18 jaar, Hij was een zoon van Roelof Thysses de Haan en Roelofje Wiebes.
    7. Jeltje Roelofs, geboren voor 1807 te Delfstrahuizen, Schoterland.
  1. Jan Nannes KOOPMAN [V] [M]. Geboren voor 1749 te Echten, Lemsterland. Bij naamsaanneming in 1811 gaf Jan Nannes Koopman 6 kinderen aan en een kleinkind die de naam KOOPMAN gaan dragen (Mairie Oosterze fol 20v). Boer tussen 1821 en 1879. boer. Gehuwd (kerk) 12-05-1788 te Echten, Lemsterland met:
  1. Richtje SYNES. Geboren na 1749. Richtje woonde in 1821 in Oosterzee. ,
    Uit dit huwelijk:
    1. Nanne JansGeboren 1789 te Echten, Lemsterland. Woont tijdens naamsaanneming van zijn vader in Oosterzee.
    2. Arjen Jans, geboren 1794 te Echten, Lemsterland.
    3. Jikke Jans, geboren 1797 te Echten, Lemsterland.
    4. Tetje Jans (zie: 13).
    5. Annigje Jans, geboren 1802 te Echten, Lemsterland.
    6. Syne Jans, geboren 1810 te Echten, Lemsterland.
  1. Jacob Freerks WINT [V] [M]. Van Internet: Bij naamsaanneming in 1811 in Sint Johannisga gaf Jacob 3 kinderen aan: Marten die 6 jaar oud is, Gurbe die 5 jaar oud is en Tjitske die 10 jaar oud is. Gedoopt 1775 te Delfstrahuizen, Schoterland, overleden 13-03-1862 te Delfstrahuizen, Schoterland. Gehuwd (kerk) 25-05-1800 te Oosterzee, Lemsterland met:
  1. Luitje Martens KOKSMA [V]. Geboren voor 1780. voor 1862 overleden indien in SCO dan voor 1813. ,
    Uit dit huwelijk:
    1. Tjitske JacobsGeboren 1801 te Delfstrahuizen, Schoterland. Tjitske Jacobs Wind is waarschijnlijk dezelfde als Tjitske Jacobs Wint, die geboren is in 1801, hetgeen nog uitgezocht moet worden.
    2. Marten (zie: 14).
    3. Gurbe Jacobs, geboren 1806 te Delfstrahuizen, Schoterland.
  1. Roelof Roelofs KUNST [V] [M]. 1e huw met Margje Siemens Kok gaf het echtpaar 4 kinderen. Bij naamsaanneming in 1812 geeft Roelof Roelofs Kunst zes kinderen aan, die de naam van Kunst gaan dragen: Kunst, Roelof Roelofs, Follega. k. Sjuttje 11, Roelof 9, Jacobjen 8, Hendrikje 5, Wiebe 3, Jan 1. Mairie Oosterzee, fol. 27. Gedoopt 1763 te Oude Trijne, Weststellingwerf, boer, overleden 04-05-1841 te Follega, Lemsterland. Gehuwd (kerk) 16-09-1798 te Idskenhuizen, Doniawerstal. In het trouwregister Hervormde gemeente Lemmer-Follega-Eesterga staat de vermelding met Attestatie afgegeven 16 september 1798, Lemmer - Follega - Eesterga betreffende het huwelijk van Roelof Roelofsz uit Follega en Boukje Wiebes uit Tjerkgaast. NB: weduwnaar, attestatie naar Tjerkgaast. Gehuwd met:
  1. Baukjen WYBES. Baukjen Wybes komt van Tjerkgaast en trouwde in Idskenhuizen. De geloofs- gemeente van Tjerkgaast, Idskenhuizen en St. Nicolaasga hadden geen bezwaar tegen het huwelijk. In de beschrijving van Tjerkgaast stond: "Den 26 Aug, 2 Sept en 16 Sept zijn in onze kerken onverhindert aan en uitgekondigd Roelof Roelofs, weduwe van Follega met Baukjen Wijbes van Tjerkgaast en zijn na vertoon van attestatie de 16e September te Idskenhuizen in de huwelijken staat bevestigt". [Kerkregisters Tjerkgaast 1752-1772] Baukje Wybes had een kind, genaamd Jacobje van 1804. Gedoopt 30-12-1776 te Tjerkgaast, Doniawerstal, overleden 28-01-1816 te Follega, Lemsterland op 39-jarige leeftijd,
    Uit dit huwelijk:
    1. Sjuttje (Sjoerdtje), geboren 1-09-1800 te Eesterga/Follega/dienstboden.
    2. Roelof, geboren 1802.
    3. Jacobje (zie: 15).
    4. Hendrikje, geboren 1806.
    5. Wiebe, geboren 1808.
    6. Jan Roelofs, geboren 15-06-1810 te Eesterga/Follega/Dienstboden.

Generatie VI
  1. Siebolt Pieters DIJKSTRA [V] [M]. Op 20 Juli 1749 heeft Bouwe Samplonius (de vader van Siebold) te Tjerkgaast een kind gedoopt van zijn dochter Foekje Samplonius, genaamd Fem. In 1760 is er een tweeling geboren, die echter niet lang heeft geleefd. [Repertorium van Familienamen in 1811-1812 in Friesland deel 2, P nieuwland e.a.(Langweer folio 42 v); fryske akademy;1978] Siebold PIETERS (PYTTERS) was samen met Foekje in 1763 lid van de kerk. Siebold heeft in Doniawerstal de naam DIJKSTRA aangenomen. Hij heeft 3 kinderen opgegeven. Een daarvan is Bouwe. Siebold trouwt voor de 2e keer met Antje, waarbij in overlijdensakte de trouw is genoemd. Hij woont op no 7 in Tjerkgaast. In 1791 woont daar Hepkema. Van Internet naamsaannemingsregister in 1811 (Indijken): kinderen zijn Bouwe 54 in Follega, Pieter 47 in IJlst, Jentje 28. Kleinkonderen. (v. Pieter) Siebold 21, Feye 17, Foeke 14, Afke 11, Hendrikjen 7 (v. Bouwe) Siebold 32, Atte 26, Rondebroek? Foeke 25, Sietze 24, Mettje 19, Albert 18, Reinder 17, Jolle 16, Douwe 15, Pieter 11, Aaltje 21, Doniaga, Zwaantje 13, Foekjen 8. Mairie Langweer, fol. 42v. Gedoopt voor 1730 te Indijken, Doniawerstal, boer, overleden 30-07-1815 te Indijken, Doniawerstal. Overlijdensakte Doniawerstal (mairie Langweer), 1815 Aangiftedatum 31 juli 1815, blad nr. 9 Siebolt Pieters Dijkstra, overleden 30 juli 1815, oud 85 jaar, weduwnaar. Gehuwd (kerk) 1752 te Tjerkgaast, Doniawerstal met:
  1. Foekje SAMPLONIUS [V] [M]. Gedoopt 1727 te Tjerkgaast, Doniawerstal, overleden 1765 te Tjerkgaast, Doniawerstal,
    Uit dit huwelijk:
    1. Gatschke, gedoopt 04-10-1748 te Tjerkgaast, Doniawerstal.
    2. Fem, gedoopt 20-07-1749 te Tjerkgaast, Doniawerstal.
    3. Aafke. zij werd dood geboren en gedoopt op 16 sept 1753?. Gedoopt 25-02-1753 te Tjerkgaast, Doniawerstal, overleden 25-02-1753 te Tjerkgaast, Doniawerstal op 0-jarige leeftijd.
    4. Aafke. 22 december 1754 gedoopt. Gedoopt 18-11-1754 te Tjerkgaast, Doniawerstal, overleden voor 1811.
    5. Bouwe Siebolds (zie: 16).
    6. Pieter Siebolds, gedoopt 15-06-1760 te Tjerkgaast, Doniawerstal, overleden voor 20-01-1765 te Tjerkgaast, Doniawerstal.
    7. Gatschke Siebolds. Kloppen overlijden en geboorte (levenloos?). Gedoopt 12-12-1762 te Tjerkgaast, Doniawerstal, overleden voor 1811 te Tjerkgaast, Doniawerstal.
    8. Pieter Siebolts, geboren na 12-8-1764. Pieter woont in 1811 als 47 jarige bij de naamsaanneming in IJlst. Gedoopt 20-01-1765 te Langweer, Doniawerstal, overleden 12-08-1826 te Doniawerstal op 61-jarige leeftijd. Pieter is genoemd bij naamsaanneming in 1811. GenLias: Bron: Burgerlijke stand - overlijden (Overledene) Overledenenaam: Pieter Sybolts Dijkstra, Geslacht: M, Overlijdensdatum: 06-08-1826, Algemeen: Archieflocatie: Friesland, Toegangnr: 30-10, Inventarisnr: 3003, Gemeente: Doniawerstal, Soort akte: Overlijdensakte, Nummer: 38 Aangiftedatum: 12-08-1826, Oud 61 jaar, weduwnaar.
  1. Jan Jansz KNOL [V] [M]. gedoopt 12 Mei 1726. Dat is wel 10 jaar na de geboorte. Hij is geboren in Oosterwolde, maar gedoopt in Follega. Hoe zit dat. Was hij Boer?. In 1749 bij de quotisatie blijkt dan Jan Knol schoolmeester is in Doniaga, alleenstaand en hij wordt aangeslagen voor 225 gulden. [9-13-0; 3-12-0;1-5-0]. Gedoopt 30-04-1716 te Oosterwolde, Ooststellingwerf, schoolmeester, overleden 30-04-1796 te Follega, Lemsterland op 80-jarige leeftijd. Gehuwd (kerk) 08-02-1750 te Lemmer, Lemsterland met:
  1. Pyttertje Attes VISSER [V] [M]. gedoopt 11 aug 1726. Gedoopt 10-08-1726 te Follega, Lemsterland, overleden 02-06-1811 te Lemmer, Lemsterland op 84-jarige leeftijd,
    Uit dit huwelijk:
    1. Johannisje Jans (Jannesje), geboren 15-07-1751. Jannisje Jans woont in 1811 bij het huwelijk van haar neef Foeke in Woudsend. Gedoopt 20-07-1751 te Follega, Lemsterland, winkelierster.
    2. Atte Jans, gedoopt 07-01-1753 te Follega, Lemsterland.
    3. Grijttie. gedoopt 13 april 1755. Gedoopt 25-03-1755 te Follega, Lemsterland.
    4. Claas Jans. gedoopt 3 juli 1757. Gedoopt 10-06-1757 te Follega, Lemsterland.
    5. Jeltje Jans. gedoopt 18 nov 1759. Gedoopt 29-10-1759 te Follega, Lemsterland, overleden na 1828.
    6. Aaltje Jans (zie: 17).
    7. Jantjen Jans. gedoopt 17 mrt 1765. Gedoopt 18-02-1765 te Follega, Lemsterland.
    8. Sijmen Jans. 22 mei 1768 gedoopt. Bij naamsaanneming in 1811: Knol, Symen Jans, Follega. k. Pietertje 4, Fetje 2, Jan 1. Mairie Oosterzee, fol. 26. Gedoopt 02-05-1768 te Follega, Lemsterland.
  1. Frans HES. Hij was Meester Cleermaker. In de Quotisatiekohieren 1749 staat Frans Hes uit Sloten vermeld als 'adsistent; komt krapjes om'. Hij heeft een gezin met 2 volwassenen en 1 kind. Hij wordt aangeslagen voor: 22-10-0, dat is..... N.B. In Leeuwarden staat in dezelfde kohieren en Joseph Hes vermeld eveneens mr, Cleermaker. Vraag van Dick Hiemstra, Is dit familie?. Gedoopt voor 1706 te Sloten, kleermaker, overleden na 1749. Gehuwd (kerk) 03-02-1726 te Sloten, Sloten met:
  1. Trijntje TIEERTS. Gedoopt voor 1706 te Sloten, overleden na 1749,
    Uit dit huwelijk:
    1. Roelof Franzes (zie: 18).
  1. Andries Jans KONING. Geboren voor 1726 te Oosterzee. Gehuwd (kerk) 18-09-1746 te Oosterzee. Het trouwregister van de Hervormde gemeente Oosterzee-Echten vermeld de bevestiging van het huwelijk van Andries Jans Koning uit Oosterzee en Renske Hendriks uit St. Johannesga. Gehuwd met:
  1. Renske HENDRIKS. Geboren voor 1726 te Sint Johannesga, Schoterland,
    Uit dit huwelijk:
    1. Geertje Andries (KUNING) (zie: 19).
  1. Watze Hylkes DIJKSTRA [V] [M]. Geboren 1730. Sjirk Dijkstra vermeld in zijn genealogie vanuit DTB361, dat Watze Hylkes voor zijn huwelijk in Heerenveen en later te Nijega woonde. Watze Hylkes had als beroep gortmaker te Heerenveen. Op 5 november 1756 vragen zij "it near" aan op 2/3 gedeelte van landerijen onder Snikzwaag. Uit dit huwelijk zijn 8 kinderen waarvan Tjebbe Watzes de jongste was. . gortmaker, overleden 1783. Gehuwd met:
  1. Jeltje Hettes BAAR [V] [M]. Geboren 1726,
    Uit dit huwelijk:
    1. Richtje Watzes, geboren 4-09-1749. Sjirk Dijkstra vermeld in zijn genealogie, dat Richtje was gehuwd met Ruurd Watzes. Overleden 1786 te Oldeboorn.
    2. Jan Watzes (zie: 22).
    3. Tjebbe Watzes, geboren 1761/1762 te Nijega, Hemelumer Oldefaart. Sjirk Dijkstra vermeld in zijn genealogie, dat Tjebbe Watze van beroep boer was te Broek en voor de tweede maal is gehuwd op 11-04-1802 te Joure met Jitske Fokkes Idema. Jitske was Doopsgezind. Het huwelijk werd in de DG kerk ingezegend. Zij staan in het Ryksargyf dan ook te boek als DG-paar. Dit betekent dat zij naast de kerkelijke inzegening ook voor het gerecht moesten trouwen. Trouwen in de DG-kerk was in die tijd niet rechtsgeldig. Uit dit tweede huwelijk zijn geboren: Hinke, Hette, Fokke en Hylke. Overleden 31-03-1820 te Joure. Overlijdensakte Haskerland, 1820 Aangiftedatum 1 april 1820, blad nr. 8 Tjebbe Watzes Dijkstra, overleden 31 maart 1820, oud 58 jaar, gehuwd.
    4. Hylke Watzes.
    5. Hette Watzes.
    6. Hebeltje Watzes.
    7. Janke Watzes, gedoopt 1763/1764, overleden 15-06-1821 te Doniawerstal. Overlijdensakte Doniawerstal, 1821 Aangiftedatum 26 juni 1821, blad nr. 7 Janke Watzes Dijkstra, overleden 25 juni 1821, oud 57 jaar, weduwe.
    8. Jitske Watzes, geboren 1769/1770 te Nijega, Hemelumer Oldefaart. Sjirk Dijkstra vermeld in zijn genealogie, dat Jitske Watzes is gehuwd met Sytse Geeuwkes van de Veen, die in 1769 is geboren en in Schoterland op 01-03-1844 is overleden. Overleden 1-06-1844 te Schoterland. Overlijdensakte Schoterland, 1844 Aangiftedatum 3 juni 1844, akte nr. 99 Jitske Watzes Dijkstra, overleden 1 juni 1844, oud 74 jaar, weduwe.
  1. Thijs Roelofs (Thijs Roels) DE HAAN. Geboren voor 1747 te Oranjewoud. Gehuwd (kerk) 18-10-1767 te Nieuw-Brongerga. Het trouwregister Hervormde gemeente Oudeschoot-Nieuweschoot-Mildam-Rottum-Katlijk, 1767 staat de vermelding: Derde proclamatie van 18 oktober 1767, Oudeschoot - Mildam - Rottum - Katlijk van het huwelijk van Thijs Roels uit Oranjewoud en Jeltje Dirks uit Oudega, met attestatie naar De Knipe. In het Trouwregister Hervormde gemeente Oudega-Nijega-Opeinde, DTB nr. 628, 1704 - 1811 staat vermel dat de Eerste proclamatie plaats vond op 11 oktober 1767, Oudega mbt het huwelijk tussen Tys Roelfs, Nieuw Brongerga en Jeltje Dirks, Zwartveen. Het huwelijk werd gesloten te Nieuw Brongerga. Gehuwd met:
  1. Jeltje (DIRKS) DURKS. Geboren voor 1734 te Oudega, Smallingerland,
    Uit dit huwelijk:
    1. Antje, geboren 1754? te Opeinde, Smallingerland.
    2. Atse, geboren voor 1760 te Opeinde, Smallingerland.
    3. Wiltje, geboren 1760/1761 te Oudega, overleden 28-02-1824 te Smallingerland. In de Overlijdensakte Smallingerland, 1824, aangiftedatum 28 februari 1824, blad nr. 5 staat vermeld dat Wiltje Idsges is overleden 28 februari 1824, oud 63 jaar, gehuwd. Zij was een dochter van Idsge Atzes en Jeltje Durks en moet dus geboren zijn in 1760/1761.
    4. Geertje, geboren 00-04-1767 te Oudega, Smallingerland, overleden 29-01-1812 te Oudega, Smallingerland op 44-jarige leeftijd. In de Overlijdensakte Smallingerland (mairie Oudega), 1812, Aangiftedatum 30 januari 1812, blad nr. 1 staat vemeld dat Geertje Idsges, overleden 29 januari 1812, oud 44 jaar, gehuwd. Zij was een dochter van Idsge Atses en Jeltje Durks. Jeltje trouwt in oktboer 1767, dus moet Geertje geboren zijn in feb, maart, april 1767.
    5. Roelof Thijses (zie: 24).
  1. Wybren ANDRIES. Gehuwd met:
  1. Immigje GERBENS,
    Uit dit huwelijk:
    1. Roelofje (zie: 25).
  1. Nanne Jans KOOPMAN. Geboren voor 1726. Uit Quotisatie van 1749: 'Nanne Jans Koopmans woont daar met 2 personen (Nanne met zijn vrouw) met 3 kinderen onder de 12 jaar in Echten als boer. Hij heeft zijn vee verloren en wint de kost met visschen. Hij wordt aangeslagen voor 28-5-0. Voor 3 kinderen en 2 personen gaat daar 4-16-0 en 7-4-0 vanaf te betalen voor zout en maatgeld en 1-5-0 voor te betalen tabaksgeld per gezinshoofd. Dat is samen 12-5-0. Blijft over te betalen 16-0-0, hetgeen betekent dat Nanne Jans met 5 personen volgens de tabel bij de quotisatiecohieren 550 Caroli gulden aan bezittingen had. boer. Gehuwd met:
  1. Sijne JANS. Geboren voor 1729 te Oosterzee, Lemsterland. Uit Quotisatie van 1749: 'Sijne Jans woont daar met 2 personen (Sijne met zijn vrouw) in Echten als boer. Hij wordt aangeslagen voor 18-1-0. Voor 2 personen gaat daar 7-4-0 vanaf te betalen voor zout en maatgeld en 1-5-0 voor te betalen tabaksgeld per gezinshoofd. Dat is samen 8-9-0. Blijft over te betalen 9-12-0, hetgeen betekent dat Sijne Jans met 2 personen volgens de tabel bij de quotisatiecohieren 500 Caroli gulden aan bezittingen had. ,
    Uit dit huwelijk:
    1. Jan Nannes (zie: 26).
  1. Freerk Jans WIND. Geboren voor 1755 te Oosterzee. Gehuwd (kerk) 19-03-1775 te Sint Johannesga. Het trouwregister Hervormde gemeente St. Johannesga-Delfstrahuizen-Rohel-Rotsterhaule vermeld in 1775 met Attestatie, afgegeven 19 maart 1775, Sint Johannesga - Delfstrahuizen - Rohel - Rotsterhaule dat Frerik Jans uit Oosterzee trouwde met Tjeske Jacobs uit Delfstrahuizen, met attestatie van Oosterzee. Gehuwd met:
  1. Tjitske (Tjeske) JACOBS. Geboren voor 1755 te Delfstrahuizen,
    Uit dit huwelijk:
    1. Foke Freriks, geboren te Delfstrahuizen, Schoterland. Bij naamsaanneming in 1811 neemt Foke Freriks de naam Wint aan. Ik ben er van uitgegaan dat dit een broer is van Jacob Freriks Wit. Nog nagaan.(Repertorium van Familinamen nr 6).
    2. Jacob Freerks (zie: 28).
  1. Maarten KOKSMA,
    kinderen:
    1. Luitje Martens (zie: 29).
  1. Roelof KUNST. Gehuwd met:
  1. Jacobje ROELOFSEN,
    Uit dit huwelijk:
    1. Johannes Roelofs, geboren te Oosterzee?. Bij naamsaanneming in 1811 woont Johannes Roelofs Kunst in Oosterzee. Hij geeft 8 personen aan voor de achternaam Kunst. Ik veronderstel dat dit een broer is van Roelof. Nog nagaan.
    2. Roelof Roelofs (zie: 30).

Generatie VII
  1. Pieter DOUWES [V] [M]. Gedoopt 26-06-1696 te Indijk, Doniawerstal, boer, overleden 1743 te Indijk waarschijnlijk, Doniawerstal. Gehuwd (kerk) rond 1723 te Langweer met:
  1. Aafke Jolles HOEKSTRA [V] [M]. Aefke JOLLES is in 1749 weduwe van Douwe Pijtters. Ze woont dan met 3 kinderen onder de 12 jaar in Dijken en 3 kinderen boven de 12 jaar. Ze is matig in staat om in eigen onderhoud te voorzien. Ze moet 36 Caroli gulden aan belasting betalen. Haar kapitaalsbezit wordt geschat op zo'n 550 gulden. In ieder geval hebben Aefke Jolles en Pytter DOUWES 6 kinderen gehad, waarvan er een bekend is dat is Siebolt Pieters.[Quotisatieformulieren, blz 60, P. Nieuwland e.a., Fryske Akademy Leeuwarden deel 2: D. Hiemstra dec 1994]. Overleden na 1769 of 1770,
    Uit dit huwelijk:
    1. Douwe Pieters, geboren 1727 te Follega, Lemsterland. Van Internet naamsaannemingsregister in 1811 (Indijken): Kinderen Pieter 60, Tijs 56, Sondel, Aafke 23, Woudsend, Jelte 46. Kleinkinderen Douwe 33, Sloten, Pietertje 29, Langeweer, Rindert, Berber 25 Sloten, Klaaske 20, Jan 18, (v. Pieter ) Berber 29, Sybolt 27, Aafke 23, Foekje 25, Jantje 20, Douwe 18 (v. Tijs), Berber 13, Geertje 11, Hendrik 7, Aafke 3, Wypkjen 1 (v. Jelte). Mairie Oosterzee, fol. 27. boer, overleden 1814.
    2. Siebolt Pieters (zie: 32).
    3. Jolle, gedoopt 1734.
    4. Bregtje , gedoopt 1736.
    5. Entje Pytters, gedoopt 1743.
    6. Uilkje.
    7. Geeske.
  1. Bouwe Gerhardus SAMPLONIUS [V] [M]. oudste zoon en boer te Tjerkgaast. Gedoopt 27-03-1693 te Tjerkgaast, Doniawerstal, boer. Gehuwd (kerk) 31-07-1718 omstreeks te Tjerkgaast, Doniawerstal met:
  1. Fem HESSELS [V] [M]. Gedoopt 20-03-1696 te Tjerkgaast, Doniawerstal, overleden 31-07-1769 te Sloten op 73-jarige leeftijd,
    Uit dit huwelijk:
    1. Meine. T in geboortereg Tjerkgaast. Gedoopt 26-11-1719 te Tjerkgaast, Doniawerstal.
    2. Ageniet, geboren rond 1723.
    3. Foekje (zie: 33).
  1. Jan RHEYNTS [V] [M]. Boer te Oosterwolden op "de Knolle". Gedoopt 1685 te Makkinga, Ooststellingwerf, boer, overleden 12-02-1767 te Elsloo, Ooststellingwerf. Gehuwd (kerk) 1710 te Oosterwolde waarschijnlijk met:
  1. Jannisje ALLES [V] [M]. Gedoopt 26-03-1690 te Oosterwolde, Ooststellingwerf, overleden 07-09-1744 te Oosterwolde, Ooststellingwerf op 54-jarige leeftijd,
    Uit dit huwelijk:
    1. Jan Jansz (zie: 34).
  1. Aate (Ate) SYBES. Ate Sybes had de eigen plaatsen nr 44 t/m 46 te Oosterzee in 1728. Ate is boer te Follega wordt ergens (ik weet niet meer waar) gemeld. In de quotisatiecohieren van 1749 wordt Ate Sybes niet vermeld. Ik neem aan dat Ate Sybes toen was overleden. Gedoopt voor 1701 te Oosterzee, boer, overleden voor 1749. Gehuwd (kerk) 21-12-1721 te Oosterzee-Echten. Het trouwregister Hervormde gemeente Oosterzee-Echten vermeld de bevestiging van het huwelijk van Aate Sybes uit Oosterzee en Grietje Sjoerds uit Echten. Gehuwd met:
  1. Grijttie SJOERDS [V] [M]. In de quotisatiecohieren van 1749 wordt Ate Sybes niet vermeld. Ik neem aan dat Grijttie Sjoerds toen was overleden. Gedoopt voor 1701 te Echten,
    Uit dit huwelijk:
    1. Pyttertje Attes (zie: 35).
    2. Sjoerd, gedoopt na 1727 te Follega, Lemsterland.
    3. Sijmen, gedoopt na 1728 te Follega, Lemsterland.
    4. Aaltje, gedoopt na 1730 te Follega, Lemsterland.
    5. Klaas, gedoopt na 1731 te Follega, Lemsterland.
    6. Sybe. In de Quotisatiecohieren van 1749 staat vermeld: Sybe Attes, alleenstaand: "wint met visschen de kosten in Echten". Hij wordt aangeslagen voor 9-12-0 wat overeenkomt met 225 caroli gulden. . Gedoopt na 1732 te Follega, Lemsterland.
    7. Pijte, gedoopt 1732 te Follega, Lemsterland.
  1. Hylke Watzes DIJKSTRA [V] [M]. Geboren 1692. Sjirk Dijkstra vermeld in zijn genealogie, dat Hylke Watzes van beroep koopman te Joure was, tevens was hij Ministe preker. Op 20 november 1730 gaat hij met Jhr. Ph. Dr. Vegelin van Claerbergen een zogenaamde "wandelkaep" aan. Op 16 januari 1736 koopt hij op de Jouwer een huis voor 775 gulden en op 13 maart 1745 koopt hij een half huis voor 225 gulden. Op 19 juli 1751 koopt Hylke Watzes opnieuw een half huis voor 250 gulden van welk huis hij reeds van de andere helft eigenaar was. In 1749 stond Hylke Watzes bekend als "een welbegoedigde boer" en hij is dan ťťn van de hoogst aangeslagenen. Hylke Watzes is overleden 1771/2. Gedoopt (Mennist) , koopman, preker, overleden 1771-1772. Gehuwd met:
  1. Hebeltje GJALTS [V] [M]. Geboren 1700,
    Uit dit huwelijk:
    1. Watze Hylkes (zie: 44).
  1. Hette Pytters BAAR. Gehuwd met:
  1. Richtje TJEBBES,
    Uit dit huwelijk:
    1. Jeltje Hettes (zie: 45).

Generatie VIII
  1. Douwe PIJTTERS [V] [M]. Geboren 1654. woonde in Indijk. Gedoopt 01-10-1654 te Indijk, Doniawerstal, boer, diaken van de kerk, overleden 00-00-1712 op 57-jarige leeftijd. Bij het 2e huwelijk van zijn vrouw wordt vermeld dat Douwe laatstelijk woonde in Bolswarder Nieuwlandt. Gehuwd met:
  1. Antie (Ansck) BOTTES [V] [M]. Geboren 00-00-1669. In het Genealogisch Jaarboek 1994 van de Fryske Academie in het artikel van Hein Walsweer 'De Broekster Rouckema's - Desen allen ende meer anderen', pag 82-83 staat vermeld dat Ansck Bottes in 1670 een jaar oud was en na 1713 als boerin te Boornzwaag is overleden. Ze trouwde met Douwe Pieters, gedootp te Langweer 1 oktober 1654 en zoon van Pieter Lieuwes en Sioerdtke Wlckes. ANtje betaalde in 1713 een jaarlijkse huur van 340 caroligulden voor de door haar bemeierde sate (60,5 pm.) te Boornzwaag aan Jildouw van Hettinga, vrouw van Hendrick Janssen Dunck, burgemeester van Sloten. Van de huurtermijn staan dan nog 2 jaartallen open. Ansck en Douwe laten zeven kinderen te Langweer dopen. Bij de authorisatie in 1716 van voogd Alle Pyters, huisman te Langweer, worden Ansck (23 jr.), Pyter (20jr.), Botte (17 jr), Lieuwe (15 jr.), Sioerdtie (13 jr.) en Marten Douwes (8 jr.) gesterkt door de verwanten van vaderskant. Het zijn hun volle oom Sake Pyteres en hun aangetrouwde ooms Hendrik Jans en Douwe Anders. Bij jaar later wordt Fedde Riemers, timmerman en metselaar te Langweer, alszodanig geauthoriseerd , aldus Walsweer. Overleden 31-01-1716 te Boornzwaag, Doniawerstal op 47-jarige leeftijd,
    Uit dit huwelijk:
    1. Pijter, gedoopt 05-10-1690 te Indijk, Doniawerstal, overleden voor 1696 te Indijk.
    2. Ansk.
    3. Pieter (zie: 64).
    4. Botte, gedoopt 18-12-1698 te Indijk, Doniawerstal, overleden na 1747.
    5. Lieuwe, gedoopt 07-04-1700 te Indijk, Doniawerstal, overleden voor 1747.
    6. Sjoerdtje, gedoopt 27-01-1703 te Indijk, Doniawerstal.
    7. Marten Douwes. boer te Zandgaast, Jutrijp en Teroele. Marten neemt in 1811 de naam Hettinga aan. Gedoopt 25-07-1706 te Indijk, Doniawerstal, boer, overleden rond 1780.
    8. Uijlke. ongehuwd overleden. Gedoopt 25-12-1707 te Indijk, Doniawerstal. Uylcke is niet vermeld als kind bij het verdelen van de erfenis bij het 2e huwelijk vanGertie Wybes .
  1. Jolle MURKS. boer, overleden na 1748. Gehuwd met:
  1. Bregt JELLES,
    Uit dit huwelijk:
    1. Murk Jolles, overleden na 1765.
    2. Aafke Jolles (zie: 65).
  1. Gerhardus Johannes SAMPLONIUS [V] [M]. Roorda bijlage 1706/140-7 hof van Friesland. Koopt in 1701 de boerderij van Cornelis Jans. Gerhardus Samplonius is Hervormd predikant te Tjerkgaast. In het boek over Doniaga pag 34 en 36 wordt het volgende gemeld: 'In Doniaga preekte Gerhardus Johannes Smaplonius van 1683 tot aan 1736 (53 jaar lang) de gemeente toe. In die tijd is de Doniagaaster kerk in onbruik geraakt. De kerk van Doniaga is afgebroken om met de opbrengst daarvan de kerk in Sint Nicolaasga te belenen om hun nieuwe kerk in 1721 te kunnen betalen'. Folkert Samplonius meldt op zijn website: Gerhardus J. Samplonius (1658-1738) wordt net als zijn vader predikant. Hij trouwt met Foekje Seerps Swerms uit Harlingen en krijgt zeven kinderen. Hij wordt predikant te Tjerkgaast en is daar in 1736 ontslagen. Hij zal waarschijnlijk de Samplonius dominee geweest zijn die te veel dronk en daarom op de preekstoel verkondigde (volgens een overlevering): "luister naar mijn woorden, maar zie niet naar mijn daden". Zijn zoon Johannes heeft een dochter die Nelligje of Neeltje heet. De rest van het verhaal van die tak volgt hierna: Nelligje Samplonius (1733-1813) trouwt met weduwnaar Rommert Barteles (1718-1779), welke boer is in Oosterzee. Rommert neemt de Latijnse achternaam van zijn vrouw over. Ze krijgen vier kinderen: Aafjen, Trijntje, Bartele en Johannes. In 1811 wordt door de Franse bezetter van De Nederlanden, iedereen die nog geen achternaam bezit, verplicht er een aan te nemen. Volgens een overlevering vroeg Bartele aan Johannes: Met wat voor achternaam schrijf jij je in?" "Met Samplonius natuurlijk", antwoorde Johannis. Bartele wilde niet hetzelfde heten als zijn broer, dus schrijft hij hem in voor Semplonius. Bartele (1767-1841) is dus de stamvader van de familie Semplonius. Bartele wordt boer op de boerderij van zijn vader in Oosterzee en zijn broer Johannes wordt koopman te Lemmer. Bartele krijgt, zoals het genealogisch overzicht al aan geeft, acht kinderen. Alleen zijn oudste zoon Rommert geeft de achternaam Semplonius door. De andere zonen Hans en Sjoerd blijven ongehuwd. Gelukkig krijgt Rommert tien kinderen, zodat het geslacht Semplonius een goede kans maakt om te blijven bestaan. De tien kinderen zijn: Bartele, Jan, Muurling (sterft jong), Folkert, Hans (sterft jong), Hans, Muurling, Ybeltje, Geeske en Koop. De oudste zoon Bartele trouwt, wordt boer te Follega en krijgt onder andere twee zonen, maar deze blijven ongehuwd. De tweede zoon Jan trouwt, wordt boer te Sijbrandaburen en krijgt onder andere twee zonen: Klaas en Rommert. Rommert blijft ongehuwd, maar Klaas J. welke onderwijzer wordt en na zijn pensioen de stamboom van de familie Semplonius heeft uitgezocht, trouwt en krijgt een zoon en later ook een kleinkind die Klaas heet. Deze Klaas, die in 1922 is geboren heeft misschien de achternaam doorgegeven. Terug naar de andere zonen van Rommert. De vierde is Folkert welke veel nakomelingen heeft die de naam Semplonius dragen, door zijn zonen Geert, Rommert en Hielke (hierover straks meer). De zesde zoon Hans trouwt, wordt wagenmaker in Oosterwierum en krijgt een zoon Frans die wagenmaker wordt in Bozum. Deze Frans krijgt weer een Hans. Deze Hans die in 1895 is geboren heeft de achternaam misschien doorgegeven. De zevende zoon Muurling trouwt, wordt boer te Oldetrijne en krijgt twee zonen: Rommert en Meine. Alleen Meine krijgt twee jongens: Martinus (geboren 24 augustus 1918) en Jan (geboren 11 juli 1920). Dezen hebben de achternaam misschien doorgegeven. Van de jongste zoon Koop is mij niets bekend. Nog even terug naar de vierde zoon Folkert. Deze heeft drie zonen gekregen: Geert, Rommert en Hielke. Oudste zoon Geert trouwt en wordt boer in Boornzwaag en krijgt vier zonen. Alleen zijn oudste zoon Folkert krijgt vier zonen die de achternaam doorgeven. De tweede zoon Rommert trouwt en wordt boer in Tacozijl en krijgt een zoon Folkert. Deze Folkert krijgt twee zonen: Rommert en Wieger (1924-1995). Wieger heeft geen kinderen gekregen. Maar Rommert (geboren 19 maart 1923) misschien wel. Terug naar de jongste zoon van Folkert. De jongste zoon Hielke trouwt en wordt boer in Eesterga en krijgt vier zonen: Nanne, Folkert, Geert (sterft jong) en Jan. Nanne krijgt twee zonen Hielke (1926-1996) en Wietze. Wietze woont in de U.S.A. en heeft de naam misschien doorgegeven. Over de twee jongste zonen van Hielke, Folkert en Jan is mij niets bekend , aldus Semplonius. Gedoopt 1658 te Haskerhorne, Haskerland, hervormd predikant, overleden 27-09-1738 te Tjerkgaast, Doniawerstal. Gehuwd (kerk) 14-08-1687 te Tjerkgaast, Doniawerstal met:
  1. Foekje Seerps SWERMS [V] [M]. Gedoopt (burgerlijke gemeente) 21-11-1669 te Harlingen,
    Uit dit huwelijk:
    1. Johannes Gerhardus, gedoopt 09-12-1688 te Tjerkgaast, Doniawerstal, overleden voor 06-10-1700 te Tjerkgaast.
    2. Seerp Gerhardus, gedoopt 07-12-1691 te Tjerkgaast, Doniawerstal, overleden voor 1703 te Tjerkgaast. Mormendatabase geeft aan 1729/1730.
    3. Bouwe Gerhardus (zie: 66).
    4. Janke Gerhardus, gedoopt 25-11-1695 te Tjerkgaast, Doniawerstal.
    5. Fokeltje Gerhardus, gedoopt 09-04-1698 te Tjerkgaast, Doniawerstal.
    6. Johannes Gerhardus. Folkert Samplonius meldt op zijn website: Johannes Gerhardus Samplonius (1700-1779), het ťťn na jongste kind, trouwt in 1725 in Franeker met Trijntje Bouwes van Munnekeburen. Hij is in 1728 mede eigenaar van een boerderij en zal ook geen dominee geweest zijn maar boer in Schoteruitwijken (dit staat niet duidelijk in het stamboomboek geschreven door Klaas J. Semplonius 1861-1934). Hij krijgt vijf kinderen, waaronder een dochter die Nelligje of Neeltje heet, aldus Semplonius. Gedoopt 06-10-1700 te Tjerkgaast, Doniawerstal, overleden 1779 te Schoter-Uiterdijken.
  1. Hessel Aukes AUKEMA. gebruiker en 1/2 eigenaar van de plaats Don. nr. 1 te St Nic olaasga in 1698. Bijsitter. In 1703 wordt Agnieta voor het e erst genoemd. In 1749 heeft hun zoon OENE reeds geerfd. Gedoopt 1665 te Tjerkgaast waarschijnlijk, Doniawerstal, boer, mederechter. Gehuwd (kerk) voor 1699 te Tjerkgaast, Doniawerstal met:
  1. Agnieta OENES. Als de kinderen vernoemd zijn, dan zou Agnieta's moeder Nies zijn en vader Oene. ,
    Uit dit huwelijk:
    1. Fem (zie: 67).
    2. Auke Hessels. Anske is de naam volgens deindexmakers. Gedoopt Aug 1697 te Tjerkgaast, Doniawerstal.
    3. Oene Hessels, gedoopt 18-10-1700 te Tjerkgaast, Doniawerstal.
    4. Nies Hessels. N in geboortereg. tjerkgaas. Gedoopt 07-11-1703 te Tjerkgaast, Doniawerstal, overleden 07-11-1703 te Tjerkgaast, Doniawerstal op 0-jarige leeftijd.
    5. Meine Hessels, gedoopt 1707 te Tjerkgaast, Doniawerstal, overleden 14-11-1707 te Tjerkgaast, Doniawerstal.
    6. Meine Hessels, gedoopt 1710 te Tjerkgaast, Doniawerstal, overleden 23-03-1710 te Tjerkgaast, Doniawerstal.
  1. Reynt JANS. boer te Makkinga. boer. Gehuwd met:
  1. Eltyn NN,
    Uit dit huwelijk:
    1. Jan (zie: 68).
  1. Alle JANNES. Gehuwd met:
  1. Jantje NN,
    Uit dit huwelijk:
    1. Jannisje (zie: 69).
  1. Sjoerd SYMENS. Gehuwd (kerk) 01-08-1674 te Sneek, Sneek met:
  1. Bettie SYBES [V] [M]. Gedoopt te Joure waarschijnlijk, Haskerland,
    Uit dit huwelijk:
    1. Grijttie (zie: 71).
  1. Watze Siouckes DIJKSTRA [V] [M]. Sjirk Dijkstra vermeld in zijn genealogie, dat de naam Siouckes waarschijnlijk staat voor Sjoukes. Watze had als beroep brouwer in de Jouwer. Na het overlijden van Watze op 3 december 1706 werd Jan Meijnes kurator over Ruurd en Hylke. . brouwer, overleden voor dec 1706 te Joure waarschijnlijk. Gehuwd met:
  1. Rigt HYLKES. Overleden 1720,
    Uit dit huwelijk:
    1. Ruird Watzes.
    2. Hylke Watzes (zie: 88).
  1. Gjalt HENDRIKS. Gehuwd met:
  1. Jancke JANS,
    Uit dit huwelijk:
    1. Hebeltje (zie: 89).

Generatie IX
  1. Pyter LIEUWES [V] [M]. Piet Lieuwes is in 1717 lidmaat van de kerk te Langweer. In het Genealogisch Jaarboek 1994 van de Fryske Academie in het artikel van Hein Walsweer 'De Broekster Rouckema's - Desen allen ende meer anderen', pag 82-83 staat vermeld dat Pieter Lieuwes in 1683 voor 1660 gulen een aandel in een sate te Brock (36 pm.) verkocht aan Mr. Johannes Symons en Eva Walters, te Joure, aldus Walsweer. Gedoopt 23-08-1618 te Indijk, Doniawerstal, overleden na 19 dec 1670 te Indijk waarschijnlijk, Doniawerstal. Gehuwd (kerk) 07-01-1644 te Langweer met:
  1. Sjoerdje UYLCKES. was in 1714 nog geen weduwe. Gedoopt rond 1620 te Boornzwaag waarschijnlijk, overleden na 1681 voor 1717,
    Uit dit huwelijk:
    1. Lieuwe, gedoopt 20-11-1644 te Langweer, Doniawerstal.
    2. Saecke, gedoopt 21-01-1646 te Langweer, Doniawerstal, overleden na 1717.
    3. Trijntje. In het Genealogisch Jaarboek 1994 van de Fryske Academie in het artikel van Hein Walsweer 'De Broekster Rouckema's - Desen allen ende meer anderen', pag 82-83 staat vermeld dat Ocke Ellerts huisman is in het Heidenschap bij Workum. Hij volgt Douwe Pyters als voogd van de kinderen van Griet Bottes en Pytter Johannesz. , aldus Walsweer. Gedoopt 22-01-1647 te Langweer, Doniawerstal.
    4. Uylck, gedoopt 16-02-1649 te Langweer, Doniawerstal.
    5. Jaen, gedoopt 06-10-1650 te Langweer, Doniawerstal.
    6. Douwe (zie: 128).
    7. Antie (Antje), gedoopt 31-10-1658 te Langweer, Doniawerstal, overleden 4?-02-1718.
    8. Entie, geboren 1659 te Langweer, overleden mogelijk in 1695.
    9. Alle. Alle Pieters was bij de beschrijving van de erfenis van Douwe Pietersz, zijn neef aanwezig in 1716. Gedoopt 19-10-1662 te Langweer, Doniawerstal.
  1. Botte MARTENS. boer, dorprechter, overleden kort voor 22-04-1670. Gehuwd met:
  1. Ansck LOUWS [V] [M]. In het Genealogisch Jaarboek 1994 van de Fryske Academie in het artikel van Hein Walsweer 'De Broekster Rouckema's - Desen allen ende meer anderen', pag 82 staat vermeld dat Anck Louws trouwt met Botte Martens, boer en dorprechter te Oppenhuizen, zoon van Marten Bottes en N.N. (Griet?). Ansck en Botte zijn niet lang voor 22 april 1670 overleden. De vermelding van Boote als oom van moderskant van Griet, dochter van Jan Pytters en Tjerck Martens , maakt aannemelijk dat zijn moeder Griet was genaamd. Behalve 250 goudgulden als vaderdeel kreeg Griet Jansdr 50 goudgulden als "bispreck" van grootvader Marten Bottes. Laatstgenoemde woont in Leeuwarden wanneer Douwe Bottes, te Terkaple, ten behoeve van de drie wezen van Joucke Everts en Brecht Bottes rekening en verantwording doet. Dat Marten Botttes afkomstig was van "Terhorne bij Heerenveen" volgt uit zijn vermelding aldaar in 1633. Getuige de datering van de aankoop van het bedrijf (23 april 1639) is hij degene die zich te Oppenhuizen had gevestigd. Volgens de beschrijving van het sterfhuis van Botte en Ansck waren in 1655 landerijen aangekocht en werden 100 pm. van Catharina van Nijs gepacht. De veestapel bestond uit melkkoeien (21 in totaal), een enterstier, een twenterstier, vier hokkelingen, zes kalveren, een ruin, drie oude schapen, dire lammeren, twee hennen en een toom eenden, aldus Walsweer. Overleden kort voor 22-04-1670,
    Uit dit huwelijk:
    1. N., overleden kort voor 22-04-1670.
    2. Griet, geboren 1658. In het Genealogisch Jaarboek 1994 van de Fryske Academie in het artikel van Hein Walsweer 'De Broekster Rouckema's - Desen allen ende meer anderen', pag 82 staat vermeld dat Griet Bottes in 1670 twaalf jaar oud was en trouwde met Pytter Johannesz, boer, metsleaar en timmerman te Dijken. Griet was mogelijk schoondochter van Johannes Pyters, in 1689 mede-eigenaar van een sate te GoŽngarijp. In 1680 worden ten laste van Pytter en Grietie, te Langweer, twee schuldbekentenissen geregistreerd terzake leningen van 100 caroligulden (1678) en 100 goudgulden (1679) van Anne Wybes, te Langweer en diens weduwe Sieuw Lolles. Ze zijn geroyeerd in 1691 en 1703. Ter gelegenheid van de verkoop van de Boornzwaagster kerk noteerde de dorprechter en ontvanger Joseph Nolckes (Swaga) in 1693 als eerste uitgave "aen Pytter Johannes voor het maecken van het klockhuijs en afbreecken van de kerck" 39 caroligulden en 12 Stuivers. In 1707 wordt Douwe Pyters, huisman te Dijken, geauthoriseerd als curator over Johannes (22 jr.), Marten (20 jr.), Douwe (17 jr.), Anscke (13 jr.), Nieske (10 jr.) en Bauck (6jr.), kinderen van Griet en Pytter. Hun zoon Botte Pyters, te Hommerts, en diens vrouw Bauk Sibbeles (tr. Langweer/Teroele 21 febr. 1706) waren inmiddels ook overleden, respectievelijk op 2/3 febr. en 4/5 febr. 1707. De overlijdensdata suggereren dat zij aan een besmettelijke ziekte zijn bezweken. In 1708 wordt voogd Douwe Pyters op gevolgd door Ocke Ellerts, huisman in het Heidenschap, als echtgenoot van Trijntje Pyters, een zwager van de wezen , aldus Walsweer. Overleden kort voor 22-04-1670.
    3. Antie (Ansck) (zie: 129).
  1. Johannes Gerhardus (Jan Gerets) SAMPLONIUS [V] [M]. Geboren 16-11-1621 te Leeuwarden. Hervormd predikant te Haskerhorne. Heeft van 1651 tot 1655 gestaan in Asten aan de Lindelaan in Noord Brabant. Hij was daar de 2e dominee in de gemeente, behorend tot de classis Peel en Kempenland 1648. Folkert Samplonius meldt op zijn website http://www.semplonius.info: Johannes wordt predikant te Ameland, Asten en Haskerhorne. Hij is gehuwd met Janke Douwes en krijgt vijf kinderen; Douwe, Hessel, Gerhardus, Imkje en Iebeltje, aldus Semplonius. Gedoopt 18-11-1621 te Leeuwarden, hervormd predikant, overleden 1-10-1687 te Haskerhorne op 65-jarige leeftijd. Gehuwd (kerk) 05-07-1649 te Sneek. J. Rienstra vermeld op zijn internetsite dat Johannes is getrouwd te Sneek op 5 juli 1649 voor de kerk, op 27-jarige leeftijd met Jancke Douwes, geboren te Akkrum. Gehuwd met:
  1. Jancke DOUWES. Gedoopt 1621/1622 te Akkrum, Utingeradeel,
    Uit dit huwelijk:
    1. Douwe Johannes, gedoopt 1651 te Asten, Noord-Brabant.
    2. Iebeltje Johannes, gedoopt 25-06-1652 te Leeuwarden. Gedoopt Jieebel Samploonius zoon van Johannes Johannis - Samploonius.
    3. Hessel Johannes, gedoopt 1653/1657.
    4. Gerhardus Johannes (zie: 132).
    5. Imkje Johannes, gedoopt rond 1660.
  1. Seerp Lammerts SWERMS [V] [M]. Seerp Lammerts Swerms was koopman te Harlingen. Gedoopt 12-09-1625 te Harlingen, hopman, houtkoper, koopman, vaandrig. Gehuwd (kerk) 01-06-1659 te Harlingen. In het trouwregister Hervormde gemeente Harlingen staat de bevestiging van het huwelijk van Seerp Lammerts Swarms afkomstig uit Harlingen en Fookeltie Buwes eveneens van Harlingen. Gehuwd met:
  1. Foockeltje BUWES [V] [M]. Gedoopt (NH Grote Kerk) 16-12-1635 te Harlingen, overleden 1668,
    Uit dit huwelijk:
    1. Sjouckien Seerps, gedoopt (Burgerlijke gemeente) 06-06-1660 te Harlingen, overleden na 1666.
    2. Lammert. Geen trouwacte gevonden in Harlingen. Gedoopt (burgerlijke gemeente) 04-04-1662 te Harlingen, overleden voor 1666 te Harlingen. Lammert Seerps is niet genoemd in het testament van zijn ouders, opgemaakt in aug 1666.
    3. Steven Seerps. Steven SEERPS SWERMS herkomst is zeker. Hij komt niet voor in de kerkeboeken van Harlingen als zoon van Seerp Lammerts en Foockeltje Buwes. Steven wordt in 1666 expliciet genoemd in het testament van Elisabeth Stevens. Mr. O. Schutte, die het doopsgezinde geslacht Oosterbaan heeft beschreven spreekt het vermoeden uit over herkomst. [Aantekeningen D. Hiemstra, augustus 1994] Brongegevens; Nederlandse Leeuw 1985 (Oosterbaan b A III a5). Steven is burgervaandrig van 1693-1696 te Harlingen. In november 1662 is Steven Hotzes overleden. In 1666 is er een gerechtelijk vonnis uitgesproken. Het is dus heel waarschijnlijk dat in die periode van 1662 tot 1666 het dopen van Steven even achterwege gebleven is. Bovendien is het vernoemen van Steven naar zijn pas overleden grootvader heel er logisch. In het Genalogisch Jaerboekje Fryske Academie van 1960, pag 104 staat een Seerp Stevens Swerms vermeld met een foto van een wapen op het memoriebord te Skettens, waaruit blijkt dat Seerp kerkvoogd was in 1762. De kerk is vernieuwd in 1757, dat kan duiden op het feit dat de vader Seerp Stevens Swerms is, aldus vermeld in het jaarboekje. Gedoopt na 1662, voor 1666 te Harlingen, burgervaandrig.
    4. Foekje Seerps (zie: 133).
    5. Gijsbert, gedoopt (burgerlijke gemeente) 18-11-1671 te Harlingen.
    6. Aefke, gedoopt (burgerlijke gemeente) 16-03-1673 te Harlingen.
    7. Hotse, gedoopt (burgerlijke gemeente) 10-11-1675 te Harlingen.
  1. Sylbe CLAESSSEN. Gehuwd (kerk) 11-01-1652 te Sneek, Sneek met:
  1. Jantien DIJKERS,
    Uit dit huwelijk:
    1. Bettie (zie: 143).
  1. Sioucke Ruerdts DIJKSTRA [V] [M]. Sjirk Dijkstra vermeld in zijn genealogie, dat hij en timmerman Sytse Martens op 22 januari 1672 "arme dienaers van de mennonite Gemeente op de Jouwer" zijn en op 1 februari 1675 zijn ze de "opzieners" van dezelfde gemeente. Sjouke Ruurds voor 3/4 en Haye Ypes als kerkvoogd van Westermeer voor 1/4, kopen een "sathe Landts met huysinge, schure en watermolen satende en gelegen in den dorpe Haskerdijken, stemkohire no. 3. De plaats is dan nog verhuurd tot 1703 aan de dorpsrechter en ontavnger Geert Teakes voor een huur van 100 gg per jaar en een kienten butter. De koopsom was 2219 gg en 7 stŻren (ťťn gg = 28 stŻren). Gedoopt (Mennist) , kerkvoogd, overleden te Joure waarschijnlijk. Gehuwd met:
  1. Mertentje REYNS. Overleden 1706,
    Uit dit huwelijk:
    1. Watze Siouckes (zie: 176).

Generatie X
  1. Lieuwe NN. Geboren rond 1590. Jaen Andries trouwt na overlijden van Lieuwe met Aalle Clases. Overleden na 1650. Gehuwd (kerk) rond 1610 te Langweer met:
  1. Jaen ANDRIES. Geboren rond 1590, overleden voor 1632,
    Uit dit huwelijk:
    1. Douwe, gedoopt 09-02-1612 te Langweer, Doniawerstal, overleden voor 1650.
    2. Ancke. Zij overleed waarschijnlijk voor 1650 zonder nageslacht. Gedoopt 12-11-1615 te Langweer, Doniawerstal, overleden voor 1650.
    3. Pyter (zie: 256).
  1. Louw Stoffels ROUCKEMA [V] [M]. Geboren rond 1605 te GoŽngarijp. In het Genealogisch Jaarboek 1994 van de Fryske Academie in het artikel van Hein Walsweer 'De Broekster Rouckema's - Desen allen ende meer anderen', pag 73-74 staat vermeld dat LOUW STOFFELS ROUCKEMA, geboren circa 1605, boer te Oppen huizen, trouwde met ANTJE WLCKES, beiden overleden na 1670. Omdat Louw Stoffels meerderjarig is geworden hebben Broer, Oene en Tyemcke Roukes Roukema in 1630 rekening en verantwoording gedaan van hun beheer sinds 17 mei 1627 ten overstaan van Rouke Broers, een bloedverwant, en Freerck Syouckes. In 1640 is Louw meier op sate stem 26 te Oppenhuizen, eigendom van Harmke Terwisscha. Drie jaar later behoort hij tot de gemeenteleden, die de rekening ontvangen van Wybe Feytes en Lou Gerrits van hun beheer van het kerkegoed. In tegenstelling tot Gerrit Sybes ondertekende Lou Stoffels niet als Rouckema. Tieert Wickes en Louw Stoffels rekenen in 1655 af als curatoren over de kinderen van de overleden Pieter Sjoerds. Louw verantwoordt als voogd van de in 1662 meerderjarige Ansck Pieters onder meer door zijn pupil gemaakte reiskosten van Wommels naar Oppenhuizen, en huisvestingskosten voor de periode "doen sij toe Sneek toe Mr. lagh". In 1663 ontvangen Louw Stoffels en Pieter Lieuwes, ooms, de rekening sedert 3 juni 1658 van Jucke Meijes, te Broek, vader en tutor van Greelt, zijn zoon bij Trijntie Wlckes. Greelt is dan 23 jaar. Na het overlijden van zijn dochter, schoonzoon en kleinzoon verhuist Louw naar hun bedrijf en nemen hij en zijn vrouw de opvoeding van de twee kleindochters ter hand. Uit dit huwelijk zijn bekend: Stoffel Louws Rouckema en Ansck Louws , aldus Walsweer. Overleden na 1670. Gehuwd met:
  1. Antje WLCKES. Overleden na 1670,
    Uit dit huwelijk:
    1. Stoffel Louws, geboren voor 1640. In het Genealogisch Jaarboek 1994 van de Fryske Academie in het artikel van Hein Walsweer 'De Broekster Rouckema's - Desen allen ende meer anderen', pag 83-84,87 staat vermeld dat STOFFEL LOUWS ROUCKEMA is schoolmeester en leeft in 1687 te Sneek. Hij trowut te Burgwerd op 17 mei 1660 met AKKE/AEGJEN HOYTES HAGA, gedoopt te Heeg op 14 mei 1637, beluid te Sneek 7 januari 1681 (mr. Stoffels vrouw), dochter van Hoyte Epes en Sieckien Claesdr. Stoffel was sinds 1660 te Burgwerd in functie en van april 1668 tot november 1678 te Reduzum. Hij en zijn vrouw doen 14 april 1661 te Burgwerd belijdenis. Zijn schoonmoeder verkocht in 1638 met haar broer Jan Claesz 9 pm. op de "wtganck" van Tiete Jenckes stelle te Doniaga, gebruikt door Hyicke Sybrens. Laatstgenoemde was hun achterzusterling en Imme Wepkes hun oom. Verwant was ook Mirck Scheltes. Naar Terpstra meedeelde was Hoyte Epes eigenerfde boer te Heeg. Uit dit huwelijk: 1. HOYTE ROUCOMA, gedoopt te Burgwerd 1 januari 1661, schoolmeester is overleden tussen mei en 8 december 1719. Van noveber 1678 tot 1682 stond Hoyte als schoolmeester te Reduzum. Van 4 oktober 1682 tot mei 1719 is hij te Dronrijp als zodanig in functie. Ook was hij collecteur van het bestiaal, koster en organist van Dronrijp. Zijn systematische waarnemingen met een thermometer zijn de oudst bekende in Nederland. Van zijn "Memori-Pilaer of Dronrijps Memoriael (off Chronijk) is het eerste deel (periode 1690-januari 1718) bewaard geb1even. Het belang van zijn kroniek ligt bijvoorbeeld ook in het feit dat hij melding heeft gemaakt van de totale zonsverduistering op 7 mei 1715. Op de eerstvolgende in Nederland waarneembare (2135) moeten we nog even wachten. 2. UILKE ROUCKEMA is gedoopt te Burgwerd op 8 mei 1664. Hij schoolmeester en dorprechter te Deinum en is aldaar kort na mei 1719 overleden. Hij trouwt te Deinum op 6 mei 1687 met TAETSKE NOORDENBOS, dochter van Wybren Noordenbos en N.N. Uijlcke Rouckema richtte als schoolmeester van Deinum op 21 juni 1688 een verzoekschrift aan Gedeputeerde Staten. Hij is daar van omstreeks augustus 1686 tot aan zijn dood in functie geweest. Eerder bediende hij de school te Nes (West-Dongeradeel). Taetske werd lidmaat te Dronrijp in de Poelen in april 1686. Ze ontving als weduwe nog enige tijd de helft van het traktement van Mr. Tjebbe Faber, opvolger van haar overleden man. 3. BAUKE ROUCKEMA is gedoopt te Burgwerd op 7 januari 1666. Hij is schoolmeester en is overleden rond 1713. Hij trouwt met SAAP HAIJES. Bauke wordt 13 mei 1693 (datum aanstelling) schoolmeester te Schingen. Hij ontvangt in juni 1713 nog zijn traktement, maar zijn "Jacobi pensie" wordt aan zijn weduwe uitgekeerd. Terpstra deelde mee dat Saep vermoedelijk een dochter was van Haije Jans Schingen, schoolmeester te Zweins, en Tied Ysses. 4. LAURENTIUS ROUCKEMA, gedoopt te Burgwerd 23 januari 1667, leeft in 1749 te Wieuwerd? Hij trouwt te Sneek op 28 januari 1703 met ANTIE VERBIJST. Louw Rouckema en zijn zuster Antie, beiden te Sneek, erfden in 1720 samen 1000 gulden door het overlijden van hun broer Hoite. Lourens Roukema is in 1749 een alleenstaande te Wieuwerd en onvermogend. Zijn naam komt niet in het lidmatenregister van dit dorp voor. De doopregisters van Sneek bevestigen niet het vermoeden dat Laurentius en Antie ouders waren van Hindrik Louws Roukema, die aldaar op 21 september 1732 (ondertrouw gerecht Sneek 30 augustus 1732) huwde met Yttie Jans Hartsbergen. Hendrik Lourens/Louws en Yttje Jans lieten te Sneek dopen: Antje (1733, in hetzelfde jaar beluid als Hindrik Louws kind), Antje (1737) en Jan (1739, in hetzelfde jaar beluid als Hendrik Louws kind?). Evenmin is een doop te vinden van de op 1 september 1818 te Sneek overledcn Watse Hendriks Roukema, die volgens de overlijdensakte daar omstreeks 1742 gcboren zou zijn als zoon van Hendrik Laurens en Sjoukjen Watses. Hindrik Lourens was op 9 februari 1743 te Sneek in ondertrouw gegaan met Feik Watsis, dochter van Watse Aukis. 5. SIJCKJEN ROUCKEMA, gedoopt te Burgwerd op 25 dec. 1667, beluid te Sneek op 3 februari 17O5? (Sykkien Stoffels int gasthuijs). 6. ANTJE STOFFELS/CHRISTOFFELS ROUCKEMA is overleden te Sneek, niet lang voor 17 mei 1748. Hij trowut aldaar op 28 januari 1713 met JAN TYOMMES YNDIA, geboren te Sneek, mogelijk gedoopt aldaar op 16 december 1674 als zoon van Tjomme Jans en Gryetje Stoffels. Jan Tiommes den Yndia werd 19 december 1712 burger van zijn geboortestad. Hij noch zijn vrouw komen in de Sneker lidmatenregisters voor. Dertien gulden tien stuivers moest worden betaald voor "Antje Roukema drie nagten overstaan een naluid". 7. DOUWE ROUCKEMA, gedoopt te Sneek 19 maart 1680, overleden aldaar niet lang voor 9 juni 1687? Op genoeme datum is sprak van mr. Stoffels "kynsvat", 4 v(oet) L(ang) en 1 d(uim) "dijck". Pas omstreeks twee jaar later is het bedrag van 1-4-0 voldaan. De kosten van deze kist wijzen op een wat ouder kind, want een "kram kyns vat" kostte een draagkrachtige ouder in deze jaren veertien stuivers. , aldus Walsweer. schoolmeester.
    2. Ansck (zie: 259).
  1. Geert HESSELS [V]. Vrachtschipper van Leeuwarden naar Amsterdam. Bij ondertrouw wordt als beroep snijdersgezel vermeld. Folkert Semplonius meldt op zijn website: Omstreeks 1630 studeren aan de Franeker Universiteit twee broers Samplonius, Hessel en Johannes. Zij zijn de zoons van kleermaker Geert Hessels uit Leeuwarden. Hessels wordt later koopmansbode in zijn woonplaats, zoiets als bode op het stadhuis. De beide broers Samplonius zijn de eersten die in Friesland deze naam hebben gedragen. Beiden worden na hun studie predikant, aldus Folkert Semplonius. Doordat er nu veel kinderen bekend zijn kunnen we een gok wagen over de namen van de ouders en grootouders: - vader van Hessel is Hessel Steffens, moeder Rinske Harmens en opa Steffen met Geertie - vader van Impke is Kiene Johannes, moeder Lysbeth. Gedoopt voor 1589 te Leeuwarden, koopmansbode, snijdersgezel, vrachtschipper, overleden rond 12-06-1656. Gehuwd (kerk) 25-01-1609 te Leeuwarden met:
  1. Impcke KIENES. Gedoopt te Groot Auwert, Groningen, overleden voor 1665. J. Rienstra vermeld op zijn internetsite dat Imke Rienesdr, geboren te Groot Auwen in 't Groningerlant, is overleden in het jaar 1665. ,
    Uit dit huwelijk:
    1. RinskeGedoopt (NH) 14-01-1610 te Leeuwarden, overleden voor 1665. J. Rienstra vermeld op zijn internet site dat Rinske, gedoopt te Leeuwarden op 14 januari 1610 (ned.herv.), is overleden voor 1665.
    2. Lysbeth Geerts (Elisabeth), gedoopt 28-06-1611 te Leeuwarden.
    3. Hessel, gedoopt (NH) 20-02-1614 te Leeuwarden, overleden voor 1616.
    4. Hessel of Geertie. Deze Hessel is waarschijnlijk geen zoon van Geert Hessels, omdat in de acte staat dat hij een zoon is van Geert Foppes (Bron 1616 folio 60). Het kan zijn dat Geertie Geerts geboren in 1616 wel klopt (Bron 1616 folio 80). Gedoopt 18-08-1616 te Leeuwarden.
    5. Kiene Geerts, gedoopt 28-09-1617 te Leeuwarden, not. publ., overleden 13-02-1665 te Leeuwarden op 47-jarige leeftijd.
    6. Steffen Geerts, gedoopt (NH) 1618 te Leeuwarden.
    7. Johannes Gerhardus (Jan Gerets) (zie: 264).
    8. Harmen, gedoopt 4-04-1624 te Leeuwarden.
    9. Hessel Geerts (Hesselius). Folkert Samplonius meldt op zijn website http://www.semplonius.info: Hessel (1603-1682) wordt predikant te Molkwerum, Kollum en Dokkum, aldus Semplonius. Gedoopt 14-08-1625 te Leeuwarden, predikant, overleden 1682.
    10. Geertje Geerts (Geertie, Gritie), gedoopt 1626 te Leeuwarden.
  1. Lammert Gijsberts SWERMS. Gedoopt voor 1604 te Harlingen. Gehuwd (kerk) 01-11-1624 te Harlingen met:
  1. Aefke SEERPS. Gedoopt voor 1604 te Harlingen,
    Uit dit huwelijk:
    1. Seerp Lammerts (zie: 266).
  1. Buwe THOMAS [V] [M]. Buwe Thomas trad in 1659 aan als magistraat van Harlingen. Hij was 5 jaar burgemeester van 1644 tot 1649 en stelde in 1666 samen met zijn vrouw Foeckjen Steevens een langstlevende testament op. Toen had hun dochter Foockeltje Buwes in ieder geval 2 kinderen (Siouckien en Steven) bij haar 2e man Seerp Lammerts Swerms in leven. De twee kinderen Laes en Jacob, uit haar eerste huwelijk met Laes Laessen waren in 1666 ook in leven. Ze werden met naam en toenaam bedeeld. Zie ook Elisabeth Stevens. Gedoopt voor 1606 te Harlingen. Op de internestie van Vriezenveners staat vermeld dat Bouwe Thomas Farcks, geb. ca. 1601, een zoon is van Thomas Fercx en Pietke. burgemeester, overleden na 1666. Gehuwd (kerk) na 20-08-1631 te Leeuwarden. Buwe Thomas, afkomstig van Harlingen en Foeckien Stevens, afkomstig uit Leeuwarden gaan in ondertrouw in Leeuwarden in 1631. Hij is dan weduwnaar en heeft als beroep houtkoper. Op 31-12-1631 attestatieregistratie (22). Gehuwd met:
  1. Foeckjen STEVENS [V] [M]. Foekje Stevens trouwt met Buwe Thomas op 23 jarige leeftijd. Een half jaar later wordt ze 24 jaar. Gedoopt (NH) 7-02-1608 te Leeuwarden, overleden 1688 te Harlingen,
    Uit dit huwelijk:
    1. Steven, gedoopt (NH Grote Kerk) 04-05-1634 te Harlingen, overleden voor 1666 te Harlingen. Steven Buwes is niet genoemd in het testament van zijn ouders, opgemaakt in aug 1666.
    2. Foockeltje (zie: 267).
    3. Siouckien. Siouckien BUWES moet voor 1666 zijn overleden. Anders was ze zeker genoemd in het testament van Elisabeth Stevens. Het vernoemen van de moeder van Elisabeth leverde voor Siouckien SEERPS namelijk duizend Caroli guldens op. [Aantekeningen D. Hiemstra, augustus 1994] . Gedoopt (NH Grote Kerk) 08-10-1637 te Harlingen, overleden voor 1666 te Harlingen.
    4. Tomas, gedoopt (NH Grote Kerk) 22-09-1639 te Harlingen, overleden voor 1666 te Harlingen. Tomas Buwes is niet genoemd in het testament van zijn ouders, opgemaakt in aug 1666.
    5. Jacob, gedoopt (NH Grote Kerk) 05-06-1642 te Harlingen, overleden voor 1666 te Harlingen. Jacob Buwes is niet genoemd in het testament van zijn ouders, opgemaakt in aug 1666.
    6. Hotse. Zijn vader was bij doop een burgemeester van Harlingen. Gedoopt (NH Grote Kerk) 08-09-1644 te Harlingen, overleden voor 25-10-1646 te Harlingen.
    7. Ferck. Zijn vader was bij de doop een burgemeester van Harlingen. Gedoopt (NH Grote Kerk) 07-09-1645 te Harlingen, overleden voor 1666 te Harlingen. Ferck Buwes is niet genoemd in het testament van zijn ouders, opgemaakt in aug 1666.
    8. Hotse. Zijn vader was bij de doop een burgemeester van Harlingen. Gedoopt (NH Grote Kerk) 25-10-1646 te Harlingen, overleden voor 1666 te Harlingen. Hotse Buwes is niet genoemd in het testament van zijn ouders, opgemaakt in aug 1666.
    9. Gertie. Haar vader was bij de doop een burgemeester van Harlingen. Gedoopt (NH Grote Kerk) 24-03-1648 te Harlingen, overleden voor 14-09-1649 te Harlingen.
    10. Gertie. Haar vader was bij de doop een burgemeester van Harlingen. Gedoopt (NH Grote Kerk) 14-09-1649 te Harlingen, overleden voor 16-12-1650 te Harlingen.
    11. Geertien, gedoopt (NH gemeente) 26-12-1650 te Harlingen.
  1. Ruerdt Watzes DIJKSTRA. Geboren tussen 1605 en 1610. Sjirk Dijkstra vermeld in zijn genealogie, dat Ruerdt is geboren tussen 1605 en 1610 en overleden na 1677. Ruerdt was van beroep brouwer te Joure en diaken van de ministe gemeente te Joure (1669-1677). Bij een publieke verkoop van "sekere huisinge Branderie en Mouterie en gelegen opt Westeinde van de Joure" was hij bij de "baernende kearze" op 28 april 1656 de hoogste bieder met 2621 gg en hij werd 7 mei 1656 "bij lichten van de Segel" koper voor 2670 gg met 2 gouden dukatoons. Bij akte van 8 mei 1656 leenden hij en zijn vrouw 500 gg. In 1662 kopen Rieurdt Wathies, Burger op ter Jouwer en Tiaerdt Wartens wonende In de Broek een huis op de Joure "de mede koper Ruerdt Watzes ten Oosten. Gedoopt (Mennist) , diaken van de kerk, brouwer, overleden na 1677 te Joure waarschijnlijk. Gehuwd met:
  1. Corneliske WYBES,
    Uit dit huwelijk:
    1. Sioucke Ruerdts (zie: 352).

Generatie XI
  1. Stoffel ROUCKES [V] [M]. Geboren voor 1585 te GoŽngarijp. In het Genealogisch Jaarboek 1994 van de Fryske Academie in het artikel van Hein Walsweer 'De Broekster Rouckema's - Desen allen ende meer anderen', pag 64-65 staat vermeld dat STOFFEL ROUCKES, boer te Goengarijp, overleed voor 17 mei 1627 en truwde 1. voor 23 maart 1605 met LYOPCK SJOUCKES, weduwe van Louw Hendriks, boer te Folsgare, dochter van Sjoucke Pieters, te Deersum, en Ansck Aettes, trouwde 2. voor 19 juni 1621 met REINSK SJOERDS, vermoedelijk dochter van Sjoerd Pyters, te GoŽngarijp. Louw Hendriks, zoon van een Hylck, was eerder gehuwd met een dochter van een Meije en een Aeff. De aankoop van Syoucke Pieters, te Deersum, van een "luijtte" voor 6 stuivers uit Louws nalatenschap wijst er op dat ten huize van Lyopck en Louw wel eens muziekklanken waren te beluisteren. Hun veestapel bestond uit achttien koeien, vier hokkelingen en twee paarden. Aangifte van Louws sterfhuis werd gedaan door Wynthien Hendricx, "dienstfeijnt", Hyick en Aeff, beiden grootmoeder. Evenals Wynthien (17 goudgulden) had de dienstmeid Trijn Jochums nog recht op loon (20 caroliggulden, een nieuw hemd, een grauwe schort doek en een paar schoenen). Bij zijn eerste vrouw had Louw drie kinderen. Syouck, zijn dochter bij Lyopck, kreeg bij scheiding en deling met haar stiefvader in 1620 400 goudgulden als moedersdeel toegewezen. Dat van Lipks kinderen bij Stoffel werd in 1621 vastgesteld op 250 goudgulden per kind. Ze laten zich bij die gelegenheid bijstaan door hun grootvader Syoucke en ooms Piter Freercks en Oeds Syouckes. In 1625 gaan de erven van Syoucke en Aensck Aetedr, die ook te Poppingawier hadden gewoond, tot verdeling van de erfenis over. Wanneer Stoffels erfgenamen op 17 mei 1627 bijeen zijn voor scheiding en deling overhandigt de weduwe, bijgestaan door haar broer Aghe Syoerts, de grietman een "seecker reciproec hylxcontract", op grond waarvan ze de helft van de goederen pretendeert. Deze akte wordt door Oene en Tyemcke Rouckes Rouckemazonen voor "nul ende machteloos geholden". Volgens een akkoord mag Reinsck de inboedel behouden, mits ze 1400 goudgulden "voor haer arff van haer overledene moeders bestevader ende bestemoeder", 900 goudgulden, de kleding, het linnen en de wol, hun moeders zilverwerk of trouwpenning en het door de vader aangeŽrfde land aan de stiefkinderen uitkeert. Op 11 juni van dat jaar worden Broer, Oene en Tyempcke Rouckes Rouckema op verzoek van de twee oudste zonen als curator geauthoriseerd. In 1630 doen zij voor de vier wezen rekening en verantwoording van hun beheer sinds 17 mei 1627 van het vermogen ten overstaan van de 25-jarige Lou, hun bloedverwant Rouke Broers en Freerck Syouckes. Twee jaar later wordt een schuldbekentenis ter waarde van 250 goudgulden van Pieter Syoerts en (zijn zuster) Trijn Syoertsdr, beide te GoŽngarijp, aan Stoffel en Reinsck Broers (!), echtelieden aldaar, geregistreerd. Een andere registratie betreft de schuld van 100 goudgulden ter zake in 1629 geleend geld van Pitter Syoerdts en Sijeuck Lousdr, eveneens echtelieden te GoŽngarijp, aan de wezen van Stoffel Rouckes , aldus Walsweer. boer, overleden voor 17-05-1627. Gehuwd (kerk) voor 23-03-1605 met:
  1. Lyopck SJOUCKES. Geboren voor 1585 te Deersum,
    Uit dit huwelijk:
    1. Syouck.
    2. Louw Stoffels (zie: 518).
    3. Lyopck, geboren rond 1617 te GoŽngarijp. In het Genealogisch Jaarboek 1994 van de Fryske Academie in het artikel van Hein Walsweer 'De Broekster Rouckema's - Desen allen ende meer anderen', pag 74-75 staat vermeld dat LYOPCK STOFFELS is geboren circa 1617. Ze trouwde tussen 1635 en 1638 FETSE ATSES, geboren circa 1611, boer te Goengarijp, overleden na 1674. Lyopck Stoffel Roukesdr is achttien jaar wanneer ze in 1635 haar broer Low aanwijst om haar vermogen te administreren en de rekening van haar (oom en) voogd Tyamcke Rouckis Rouckema in ontvangst te nemen. Haar broer Rouke Stoffels ondertekent bij die gelegenheid als "van Roukema". Wanneer Lou in 1638 eindverantwoording doet is Lyopck echtgenote van de 27-jarige Fetse Atses. Mogelijk waren haar schoonouders Atze Fedtzes en Ock Auckes, debiteuren in 1621. Fetse Atses is in 1640 meier van de erven van Joucke Oenema op sate stem 20 te Goengarijp. Ook sate stem 23 was bezit van de Oenemaís (1640 erven Jouke Oenema; gebruiker Ids Ruirds). Een van deze boerderij en verkreeg Jouke Oenema door koop van Oege Oenes, de andere zal hem aanbeŽrfd zijn van zijn grootmoeder Ath (Ofckes) Fernia, weduwe Joucke Tiepckes Oenema, die even als haar schoonvader aldaar "op Ďt zuid van de kerk" zal hebben gewoond. In 1644 regelt Fetse Atses de scheiding en deling van de nalatenschap van zijn plaatsgenoot Willem Hendriks, waarbij wordt meegedeeld dat de weduwe Wlck Oege Oenis "is sitten gebleven met vier cleine kinderen" en "kwalijk den huismannestaat solde konnen onderholden". Fetse leende aan zijn plaatsgenoot Pyter Syoerts 100 goudgulden en kocht in 1666 aandelen ter waarde van 185 goudgulden in landerijen, die zijn zwagers Lou en Roucke Stoffels wegens erfenis waren aangekomen in veertien pm. te GoŽngarijp, gelegen achter het huis van Jelie Gerryts. Uit dit huwelijk vier kinderen: 1. SYOUCK (FETSES), die trouwt met N.N., beiden overleden voor 17 mei 1674. Fetse Atses leende in 1674 als bestevader van het weeskind van zijn dochter Syouck 275 goudgulden aan de kerkvoogden van GoŽngarijp. 2. ATSE FETSES is overleden (doopsgezind) te Joure 19 april 1708, boer te GoŽngarijp (1698 sate stem 20). Hij trouwt 1. gerecht Haskerland op 17 juni 1677 met ACKE TIERCX, van Joure. Hij trouwt 2. met TIET REYTSES. 3. STOFFEL FETSES is overleden voor 1713, boer te GoŽngarijp (1698 sate stem 15 en 16). Hij trouwt 1. met ANTIE HOBBES, 2. met GRIET KLASES, en 3. met TRIJNTJE FOKES. Zou Stoffel op Zeventien- tot achttienjarige leeftijd boer geworden zijn? In 1654 proklameerde zijn vader namelijk de afkoop van Intie Iedes plaats (1640 meier stem 15; landheer Pyter van Eysinga) te GoŽngarijp van Rentse Rienckx voor 1180 gudgulden. Op 8 september van dat jaar had Fetse van de koopsom 1000 goudgulden betaald. Aucke Pyters, een neef van vaderszijde, is sedert 1702 curator over Stoffels kinderen Lipk (23 jr.), Fetse (13 jr.), Trijntie (9 Jr.) en Hobbe (7 jr.). 4. POPCK FETSES is overleden tussen 1670 en 1675. Hij trout met PYTER HENDRICKS, boer te Broek. Pyter trouwt 2. gerecht Doniawerstal op 14 april 1675 met Tet Rinses, te Broek. Pyter en Popck lenen in 1668 en 1670 geldbedragen van 200 goudgulden en 500 caroligulden van Wopcke Jacobs, mr. schoenmaker te Joure, en Trijntje Gerbens. In 1674 klopt Pyter Hendricks voor 200 goudgulden aan bij zijn zwager Atse Fetses, jongman te GoŽnganijp. Gedurende lange tijd bemeierde Pyter een sate van 90 pm. (2 stemmen, 20 flrijnen 5 stuivers) te Broek. In 1687 wordt hij eigenaar door koop van Johannes Pauw, heer van Rijnenburch, eerste ritmeester van de compagnie en garde van de prins van Oranje. Het zal gaan om de sate, die in 1698 bekend staat als sate stem 18 en 20 te Broek, gebruikt door en eigendom van zijn zoon Aucke Pyters. Gelet op de vermelding in 1640 van Hendrik Pyters als meier van sate stem 20 behoorde Aucke tot de derde generatie bewoners. Zeven jaar na de aankoop krijgt Pyter Hendricks als naastligger consent op de koop van drie achtste part van elf pm. min een varndel land te Broek en drie pm., gelegen in de Leijencamp, mandelig met de erven van Tiomme Rienx voor de helft en Boocke Ales voor een achtste part. Verkopers van de drie achtste parten zijn Pier Beems voor een achtste, Christiaan Johannes voor zich en als gelastigde van Johannes Hylckema voor een achtste, Dirck Johannesz namens zijn vrouw Sytske Coerts en Tiedger Coerts voor een achtste part. De drie pondematen worden verkocht door Pier Beerns, Dirck Johannes en vrouw, voor de helft en door Tiedger Coerts voor de wederhelft. In 1707 gaan Aucke Pyters en zijn vrouw Kunne Gerrits een ruil van landenijen aan met Hessel Yegelin van Claerbergen, grietman van Haskerland. De grietman krijgt een stukje land (een tot anderhalve pm. groot) onder Snikzwaag achter de fenne van Auckes achterhuis, terwijl deze in het bezit wordt gesteld van land in de l7de stelle van Broek. Behalve dat een regeling werd getroffen terzake het verschot van Aucke van 150 caroligulden aan de mede-eigenaars van de l9de stelle (in ruil voor een rentevrije lening van 143 caroligulden van 11 februari 1694 aan Wybe Tiommes, mr. schoenmaker, Hylcke Tiommes, scheepstimmerman, en Anne Tiommes, schoenmaker, mocht Pytter hun halve fenne gebruiken), zou de grietman op eigen kosten een molendijk dwars over Auckes land laten leggen, een sloot laten graven, de molen verplaatsen en bedrijfsklaar maken en een dam laten maken om van Aucke Pyters landerijen op zijn door ruil verkregen landerijen te kunnen komen. Een paar maanden later ruilt de grietman zijn aandeel in akkers onder de 36ste en 37ste stelle te Westermeer tegen het bezit van Wybe, Hylcke en Anne Tiommes in de l9de Broekster stelle. Bij de aankoop in 1719 van 17 pm. te Broek van Johan Vegelin van Claerbergen, rentmeester van het geestelijk goed van Kempeland en dijkgraaf van de 7 grietenijen en de stad Sloten, worden Aucke Pyters en Cunne Gerrits "eijgenerfden" te Broek genoemd. Verkoper bedingt dat de kopers de floreenlasten van dit land onder hun 20ste stelle zullen brengen. Een jaar later koopt het echtpaar van Rienck Oenes, huisman te Oldeboorn, 5 pm. weideland in een met kopers mandelig perceel op de Zijlroedewal te Broek. In l727 gaan genoemde Vegelin van Claerbergen, grietman van Doniawerstal, enerzijds en Sicke Klases, koopman, en Jacob Clases, beiden te Joure, en Auke Pyters, huisman te Broek, als voogden van de mennonite gemeente van Joure een ruilkoop van land te Broek aan. Auke, in middels hertrouwd, ging in 1734 over tot scheiding en deling met zijn pas gehuwde en inwonende zoon Pyter. Deze werd naast 2450 caroligulden en een "bollepraam" een sate te Noorderbroek (nr. 2), gekocht van de erven van Hylcke Wierda, toegewezen. Twee jaar later volgt een akkoord tussen Pyter en Aukes weduwe Siouck Sydses. Zij kon op grond van Aukes testament aanspraak doen gelden op 500 caroligulden en 20 zilveren dukaten. In het quotisatiecohier wordt Pyter Aukes getypeerd als "treftig eigenerfde boer". Ten tijde van het pachtersoproer hoorde hij klokgelui. Hij ging op het lawaai af in de veronderstelling dat brand was uitgebroken. Dit bleek niet het geval te zijn. Slechts zijn plaatsgenoten waren verhit. Hij kreeg te horen dat ze hem als bijzitter wilden afzetten. Nu stond Pyter de grietman niet alleen als mederechter bij, maar hij huurde van hem ook veel land. Ook moeten we bedenken dat Pyter als eigenaar van twee stemdragende boerderijen (nummers 4 en 20, 156 en 116 pm. groot) de grietman aan een meerderheid in Broek kon helpen. Johan Yegelin van Claerbergen bezat daar namelijk 16 van de 36 stemmen. Pyter liet ook een huis op het Noordend van de Torensteeg te Joure na. Yolgens de personele kohieren was hij de hoogstaangeslagen boer van Broek en vererfde zijn vermogen op zeven kinderen , aldus Walsweer.
  1. Hessel N.. Geboren voor 1569 te Leeuwarden,
    kinderen:
    1. Geert (zie: 528).
    2. Hessel, gedoopt voor 1591 te Leeuwarden.
  1. Tomas FERCKS. Gedoopt voor 1586. Gehuwd (kerk) voor 1612 te Harlingen met:
  1. Gertie N.. Gertie is de naam, die komt voort uit de gedachte van vernoeming. Zie ook Steven Hotses. Echter de Vriezenveners geven aan dat het Pietke is of stond er Grietke in het origineel?. Gedoopt voor 1592 te Harlingen waarschijnlijk,
    Uit dit huwelijk:
    1. Buwe (zie: 534).
  1. Steven (Steeven Hotses) HOTTZES [V] [M]. Steven Hotse volgde in 1616 zijn vader Hotse Algers op als bestuurder van de stad Leeuwarden. In 1609 had Hotse Algers zijn laatste jaar de funktie van burgemeester uitgevoerd en zeven jaar later werd zijn zoon Steven Hotses schepen van de stad Leeuwarden. Steven Hotses was en rijk man. Zijn schoonvader Jacob Sipkesz Banga was een rijke koopman in Harlingen. Zijn vader zal niet onbemiddeld zijn geweest, anders behoorde hij niet tot de notabelen van de stad Leeuwarden. - Steven Hotses moest in 1606 (volgnr 81) schoorsteengeld betalen voor 10 schoorstenen - Hij was bewoner en eignaar in 1606 van de schoorstenen in de Noord-Oldehoofster Espel, - Dat was zes jaar na zijn huwelijk met Siouckien Jacobs, - Zijn vader en zijn schoonvader leefden toen nog. - Al deze huizen stonden in de Oldehoofster espel. Zijn kinderen heeft hij niet onbemiddels achtergelaten. In 1666 werd door zijn beide op dat moment nog levende dochters Elisabeth en Foekjen een testament opgemaakt, waarin de kleinkinderen van Foekjen werden bedeeld met in die tijd forse bedragen. Niet alleen de kleinkinderen die al geboren waren werden bedeeld, maar ook de ongeborenen, mits die de namen kregen van de ouders van de erflaatster Elisabeth, nl Steven en Siouckien. Ook hieruit blijkt dat de beide zussen Elisabeth, oude vrijster en Foekjen de enige in 1666 levende kinderen zijn van Steven Hotses en Siouckien Banga. De kleinkinderen die Steven of Siouckien zouden worden genoemd kregen 1000 Caroli guldens uit de erfenis van Elisabeth Stevens. De situatie zag er in 1666 als volgt uit: - Elisabeth Stevens was niet getrouwd, - Foekjen Stevens had nog twee dochters in leven: Foockeltje en Geertien. De andere kinderen waren op dat moment overleden, anders waren die in het testament opgenomen. Foockeltje was getrouwd met een burgemeester van Harlingen, Buwe Thomas Fercks. Hun dochter Siouckien, geboren in 1660, voldeed aan de erfcriteria. Er is sprake van een zoon Steven, maar daarvan ontbreken harde bewijzen. Het vermoeden is dat de ouders het te druk hadden met het verdelen van de erfenis en dat de doop er bij ingeschoten is. Dit is des te aannemelijker als er in 1666 een rechtzaak inzake de erfenis wordt gevoerd door Elisabeth Stevens, waarna ik nog geen onderzoek heb gedaan. Steven Hotses moet bij zijn overlijden zijn onroerende goederen hebben beschreven als erflater op 18 augustus 1624, dan wel op 6 mei 1631. Dit staat vermeld in het testament van zijn vrouw Sijouck Banga, opgemaakt in 1636. Daarin staat ook vermeld dat ze niet de beschikking had over de onroerende goederen. Een specificatie van de boedelverdeling heb ik niet gevonden (overigens ik kende beide datums toen nog niet). Een deskundige op het gemeentearchief van Leeuwarden verteld dat de notarissen in die tijd de gewoonte hadden deze boedelverdeling zo snel mogelijk te vernietigen, om te voorkomen, dat ze in 'verkeerde' handen zouden komen. Wellicht dat er nog iets in de 'sentensjes' te vinden waar ook de achtergrond van de gerechtelijke uitspraak inzake de boedel kan worden teruggevonden. Steven Hotses wordt in 1616 schepen van Leeuwarden in 1616 voor een periode van vier jaar. Dan is hij in 1620 gezworene voor het stadsbestuur van Leeuwarden. Om en nabij 45 jaar oud wordt Steven Hotses in 1621 opnieuw schepen voor een periode van vier jaar. In 1625 is hij weer gezworene en het jaar daar op, in 1626 is hij burgemeester van de stad Leeuwarden. Hij doet dit twee jaar. Uit het overzicht van stadsbestuurders van de stad Leeuwarden blijkt dat de meeste schepen- en burgemeester benoemingen voor 4 jaar worden aangegaan. Het zou er op kunnen wijzen dat Steven Hotses in 1627 niet meer in staat was om het ambt uit te voeren, of vanwege ziekte of door overlijden. Het is min of meer een bevestiging van het feit dat hij in deze periode moet zijn overleden. Steven Hotses is een gelovig mens. In 1604, als zijn huwelijk reeds vier jaar heeft stand gehouden, doet Steven belijdenis voor de Nederduitse kerk in Leeuwarden. Wellicht had Siouckien Jacobs al belijdenis gedaan in Harlingen. Dat hij een gelovig mens was, blijkt ook uit het feit dat hij zijn kinderen heeft laten dopen en belijdenis heeft laten doen. De kinderen van Sjouckien Jacobs en Steven Hotzes doen in 1627 en in 1639 belijdenis in Leeuwarden. De vraag is wel, hoe oud je in die tijd moet zijn om belijdenis te mogen doen: - op 16 juni 1627 doen Elisabeth Stevens, Foekjen Stevens en Jacob Stevens belijdenis. Tiaert Stevens, de oudste, had dat ook mogen doen, maar was blijkbaar overleden. Hij zou dan 24 zijn geweest. Ik ga er van uit dat ook Jacob, geboren in 1604, reeds was overleden. Hij zou dan 22 zijn geweest. Elisabeth moet dan wel 2e helft 1601 zijn geboren, hetgeen bevestigd wordt uit het testament van haar moeder, waarin ze als eerste wordt genoemd. Elisabeth zou dan 25 zijn. Van Foekjen is de geboortedatum bekend, 6 februari 1608. Zij is dan 19 jaar oud. De tweede Jacob is in 1610 geboren en zou dan 16 jaar zijn geweest; een paar maanden later werd hij dan 17 jaar. De volgorde van inschrijven van deze drie kinderen in vergelijking met de volgorde van registratie van de belijdenis in 1639 is mede een bevestiging van de geboorte datum van Elisabeth.Tiaert is in 1603 gedoopt, anderhalf jaar voordat zijn vader belijdenis doet en voor de geboorte van Jacop, die in 1604 wordt gedoopt. Wellicht is er bij de doop van Tiaert druk uitgeoefend om als vader belijdenis te doen. Het kan ook zo zijn, dat Tiaert rond die tijd is overleden en dat zijn vader Steven Hotzes meer werk van zijn geloof wilde maken. - op 22 december 1639 deden weer twee kinderen van Steven Hotzes belijdenis, nl. Fedtie en Grietie. Er is en Fedtie in 1606 gedoopt en die zou eigenlijk al bij de eerste doop in aanmerking zijn gekomen of anders tussendoor. Het is dus mogelijk dat er een tweede Fedtie is geboren en niet in de doopregisters is vermeld. Er is ruimte tussen de geboorte van Hotze in 1612 en Grietie in 1617. Grietie was 22 jaar toen ze haar belijdenis deed. Hotze moet dan zijn overleden, anders had hij ook belijdenis gedaan. Steven Hotzes trouwt in 1600 in Leeuwarden Siouckien Jacobs, afkomstig uit Harlingen. Hun dochter Foekje Stevens trouwt Buwe Thomas Fercks, een koopman afkomstig uit Harlingen. Deze koopman Buwe Thomas Farx wordt later burgemeester van Harlingen. Diens vader Thomas Farx (ook wel Fercks) zal wel een bekende zijn geweest van Jacob Sipkesz Banga, koopman in Harlingen en Midlum. Bij het onderzoek naar voorouders zwijgen de bronnen soms gedurende een langere tijd. Het onderzoek zit dan vast. Indien er veel kinderen zijn, wil het nog wel eens helpen om de regels van vernoeming toe te passen. Deze regels worden niet altijd consequent toegepast, maar leveren wel een gecontroleerde hoeveelheid namen op voor ouders en grootouders en soms nog verder, waarmee verder kan worden gezocht. Deze regels zijn gedestilleerd uit het boek ................................................van ................... 19..: - vader kiest de 1e zoon, moeder de 2e zoon enzovoort, - moeder kiest de 1e dochter, vader de 2e dochter enzovoort, - de eerstgeborene zoon wordt genoemd naar vaders kant of naar moederskant, - levende grootouders worden niet vernoemd, maar aan deze regel heb je niet veel als je namen wilt gaan bepalen, later als je de namen van grootouders hebt gevonden, geeft het een beeld van het overlijden van deze personen. Passen we de regels toe dan zou de vernoeming van de kinderen van Foekje Stevens en Buwe Thomas er als volgt uit zien (met tussen haakjes de volgorde van naamstoekenning van zoons [zn] en dochter [dr]). Hierbij is rekening gehouden met de bekende voornamen van de grootvaders: nl. Steven en Thomas. Bovendien was duidelijkuit het testament van Elisabeth Stevens, de zus van Foekjen Stevens, dat hun moeder Siouckien heette: |--------Ferck (4e zn) |-----Thomas (2e zn) | | |--------NN Buwe Thomas | | |----NN |-----Gertie (2e dr) | |----NN |-------Jacob (3e zn) |----Steven (1e zn) | | | ------NN Foekje Stevens | | |-------Hotse (5e zn) |----Siouckien (1e dr) | |-------NN Met behulp van bovenstaande diagram ben ik gaan zoeken op het internet. De vader van Foekje Stevens moet of Steven Jacobs of Steven Hotses zijn geweest. De vader van Buwe was al bekend, nl Thomas Fercks. Op de mormonensite vond is Steven Hotses, met zijn ouders Hotze August en Liesbeth Stevens. Ook de grootouders vond ik daar. Passen we de regel toe dan zou de vernoeming van de kinderen van Steven Hotses en Siouck Jacobs er als volgt uit zien, waarbij de getallen de volgorde van geboorte aangeven: |--------August |-----Hotse (4e zn) | | |--------Griet (4e dr) Steven Hotses | | |----Steven (1e zn) |-----Liesbeth (1e dr) | |----Foekje (3e dr) |-------Tiaert (2e zn) |----Jacob (3e zn) | | | ------NN Siouck Jacobs | | |-------NN |----Fedtie (2e dr) | |-------NN Daarna ben ik op internet gaan zoeken naar Sioucken Jacobs. Op de mormonen internet site kreeg ik informatie over Sjoukje Jacobs, die eigenlijk Sjoukje Jacobs Banga heet en uit Midlum afkomstig is. Haar ouders heten inderdaad Jacob (Sipkesz) en Fedtie (Tyaerdts). Als we hier de regels laten spreken, dan valt op dat Hotse niet als eerste is vernoemd. Dat zou kunnen betekenen dat deze nog leefde toen de jongste zoon geboren is en overleden is vlak voordat deze Hotse (4e zn) is geboren. De volgorde van toekenning is niet volgens de regel: man bepaalt eerst de naam van de zoon en vrouw de naam van de dochter. Ook daarbij zou het kunnen zijn dat Liesbeth was overleden en de Fedtie nog leefde. Nadat alle gegevens zijn verwerkt, blijkt het volgende: - opa Tiaert is overleden 22-12-1573, ruim voor de doop van Tiaert Stevens op 27 mrt 1603, - van Elisabeth en Foekjen zijn geen overlijdensgegevens gevonden, - opa Jacob is overleden na jan 1603 of in 1613, Jacob Stevens is gedoopt op 4 nov 1604, - oma Fedtie is overleden op 10 feb 1606, voor de doop van Fedtie Stevens op 6 jun 1606, - oma Geertien is overleden in jan 1599, niet relatie met de doop van Griet op 17 dec 1617. Gedoopt 1575 te Leeuwarden, burgemeester, schepen, overleden 1628-1636 te Leeuwarden. In de Aanvulling op de begraafboeken van Leeuwarden (1550-1805) op de internetsite van de gemeente Leeuwarden worden twee overlijdens vermeld van Steven Hotses. Bij de ene overlijden staat vermeld: "burgemeester". De andere overlijden is ongeveer 9 jaar later op 26-10-1673. Sijouck Banga maakte een testament op op in 1636, op de 8ste dag van de maand juni in Leeuwarden, waarin een drietal passages staan die er toe leiden dat de vermoedelijke overlijdensperiode ligt tussen 1628 en 1636, zie aldaar bij Siouck Banga. Gehuwd (kerk) na 19-06-1600 te Leeuwarden. Op de internestie van Vriezenveners staat vermeld dat Steven Hotses, geboren ca. 1575 te Leeuwarden, een zoon van Hotse Algers en Lijsbeth Stevens, is gehuwd met Sjouk Jacobsdr. Banga, geboren ca. 1575, dochter van Jacob Sipckes Banga en Fed Tjeerdsdr. Gehuwd met:
  1. Syouck Jacobs (Sjoukje) BANGA [V] [M]. Op internet vond ik de achternaam van Sjoukje Jacobs, nl. Banga, geboren te Midlum. Ze is van Midlum verhuisd naar Harlingen, voordat ze trouwde met Steven Hotzes. Ze maakte een testament op op in 1636, op de 8ste dag van de maand juni in Leeuwarden, waar bij ze zichzelf omschrjft als Sijouck Banga, wijfe van Uedele Steven Hotses, in zijn leven burgemeester dezer Stede. Dit testament is op 17 december 1654, enkele weken na het overlijden van Siouck Banga door haar oudste zoon Jacob Stevens, olde burgemeester, gepresenteerd met het verzoek dit principale testament te laten registreren in het Registratieboek van de Fideicommissie van Leeuwarden (EEE-1636-76). Zij doet dit voor haar zes kinderen bij de gedachten aan haar overledene man, genoemd in het testament. De doopdata zijn gehaald uit de doopregisters of afgeleid uit de beschikbare gegevens: - Lysbet Stevens, gedoopt in 1601, - Jacob Stevens, 15 augustus 1610, - Foeck Stevensdochter, 7 augustus 1608, - Jacob Banga, in 1620, want in 1636 is hij 16 jaar oud volgens testament, - Geertie Stevens, 17 december 1617. Jacob Banga verkeert in een uitzonderingssituatie en krijgt een huis in de Kleine Hoogstraat te Leeuwarden met twee kamers in de Bagijnestraat achter de Hovingen (de bij het huis horende bloem- en moestuin) van Jacob Feddes. Daarnaast kan hij o.a. 100 gulden jaarlijkse renten tegemoet zien. Jacob Banga is waarschijnlijk een zoon van een broer van Sijouck Banga en opgenomen in het huishouden (dan wel geadopteerd) van Sijouck Banga en Jacob Stevens. Ten tijde van het opstellen van dit testament in 1636, waren er mijns inziens nog twee kinderen meer in leven (Fedtie en Hotze), dan in 1654. Ik neem aan dat deze zijn genoemd bij de presentatie in 1654. Verderop in het testament vermeld Sijouck Banga dat haar kinderen en erfgenamen zijn: Jacob Stevens, mijn eerste zoon met den vier dochteren (dus daar zat Fedtie nog bij, maar Hotze niet, dus die is voor 1636 overleden), inzake Jacob Banga komt te overlijden. - Fedtie Stevens, gedoopt 6 juni 1606, overleden na 1636, - Hotze Stevens, gedoopt 17 juni 1612, overleden voor 1636. De volgende kinderen zijn voor 8 juni 1636 overleden: - Tiaert Stevens, gedoopt 27 maart 1603 is voor 1636 overleden, omdat Jacob als oudste zoon wordt gezien in het Testament, - Jacop Stevens, gedoopt 4 november 1604 moet zijn overleden voor de geboorte van Jacob in 1610. Uit het testament blijkt dat de man van Sijouck Banga is overleden in 1636 op grond van: onderstaande passages: - Sijouck Banga, wijfe van Uedele Steven Hotses, in zijn leven burgemeester dezer Stede, - Zij doet dit voor haar zes kinderen bij de gedachten aan haar overledene man, . Willende dat de de verdere goederen onder mijne kinderen en erffgenamen voorts inden billicheijt gedeelt sullen worden, ende voor soo vele ick tot de genoemden vaste goederen alleen, niet mochten wesen gerechtight, will ick dat zij 't selve met mijn goet off ander goedt tegens des Vaders sullen vergelijcken, en wijders inden scheijdinge nopens tauxatien en dierchelijke soo vele als mogelijck hen 'regulere' nae seeckere annotatien bij hen Vader den 18e Augustus 1624. En aff gemaeckt, als weder naergenoemde de notulen die ick door mijn oldste soon den 6e Mei 1631 hebben doen stellen beijde bij mijn verstand getekent. Uit de eerste twee passages is op te maken dat Steven Hotses moet zijn overleden. Er is echter een Steven Hotses overleden, burgemeester van Leeuwarden op 27 okober 1662. In de registers van het stadbestuur van Leeuwarden komt maar ťťn Steven Hotses voor en die was werkzaam van 1616 tot en met 1627. Er staat geen oud burgemeester, dus mag je verwachten dat er in 1662 een burgemeester Steven Hotses is, hetgeen niet is terug gevonden. Het is mogelijk, maar er zijn geen bewijzen, dat beide overlijdens andere personen betreffen. Het lijkt er dus op dat Steven Hotses als man van Sijouck Banga een testament heeft laten opstellen voor de 6e mei 1631, dat is bekrachtigd door Sijouck Banga. Het is de vraag of Steven Hotses op 6 Mei 1631 nog leefde. Hij moet dus overleden zijn tussen 1628 (het jaar na laatste burgemeesterschap) en en 1636 (het opstellen van het testament van Sijouck Banga). Ondertekenaars in 1636 zijn: - Burgemeester Alle van Burum, - Jan Jans en sieckentrooster, - Sierd Claas en burger hopman, - den schrijver Claes Pijtters, - Hendrick Harineus en wolvercoper - Aettie Sybrandts en moutmaecker, - Duardis Henrici als Notaris, - Sijouck Jacobs Banga, - L.Larmius Stembrinck, - E. Henrici (met sorch?), aldus overwegingen op grond van testament van Siouck Banga. Gedoopt 1575/1580 te Midlum, overleden 22-11-1654 te Leeuwarden,
    Uit dit huwelijk:
    1. Elisabeth. Elisabeth STEVENS moet het initiatief genomen hebben om een testament op te stellen voor haar zelf en voor haar zuster Foeckjen. Het zijn twee opzienbarende testamenten, die opdezelfde dag zijn opgemaakt. Omdat met name Foockeltje BUWES haar kinderen vernoemd heeft naar haar ouders. Elisabeth waardeerde dit erg en de kinderen Steven Buwes en Siouckien Buwes kwamen elk in aanmerking voor een bedrag van 1000 Caroli gulden. Elisabeth Stevens woont in 1666 in Leeuwarden zoals vermeld in haar testament, dat is opgemaakt op 22 augustus 1666. Ze wordt betiteld als vrijster te Leeuwarden. Elisabeth Stevens doet samen met haar zuster Foekjen en haar broer Jacob belijdenis op 16 juni 1627. Gedoopt 1601 te Leeuwarden. Op grond van een redenering opgenomen bij haar vader Steven Hotses. vrijster, overleden na 1666.
    2. Tiaert, gedoopt (NH) 27-03-1603 te Leeuwarden, overleden voor 1627 te Leeuwarden. In 1627 deden de oudste kinderen van Steven Hotses belijdenis en in 1639 de jongste kinderen en bij de eerste groep zat Tiaert Stevens niet bij, dus ga ik er van uit dat hij toen overleden was.
    3. Jacop, gedoopt 4-11-1604 te Leeuwarden, overleden voor aug 1610 te Leeuwarden.
    4. Fedtie (Fedtje), gedoopt (NH) 6-06-1606 te Leeuwarden, overleden tussen 1627 en 1636 te Leeuwarden. In 1627 deden de oudste kinderen van Steven Hotses belijdenis en in 1639 de jongste kinderen en bij de eerste groep zat Fedtie Stevens wel bij. Fedtie Stevens wordt niet in het testament genoemd van Siouck Jacobs Banga, opgesteld op 8 juni 1636, en gepresenteerd aan de Fideicommissie op 17 december 1654.
    5. Foeckjen (zie: 535).
    6. Jacob. Jacob Stevens was te Leeuwarden bouwmeester van 1638-1641 en burgemeester van 1643-1646. Zijn zoon Jacob Stevens is dan al overleden, in 1660. Daar zit echter een verhaal aan vast. In 1604 en in 1610 wordt er een Jacob Stevens geboren. In 1631 trouwt in 1631 met Griettie Allerts. Hij is dan waarschijnlijk 21 jaar oud. Hij blijkt dan uit Oosterhuysen te komen in de buurt van Emden. Zijn vrouw komt uit Freedburg uit de buurt van Aurick. Als hij de zoon is van Steven Hotses, dan was hij in 1627 nog in Leeuwarden als 17 jarige om belijdenis te doen en zou dan minstens een jaar, maar waarschijnlijk een paar jaar naar het buitenland vertrokken. Overigens wordt deze Jacob Stevens burgemeester en bouwmeester en bij overlijden woont hij aan de Nieuwestad NZ. De vraag is of daarvoor aanwijzingen kunnen worden gevonden in Oosterhuysen en Freedburg. In het boek 'Leeuwarden 750-200, hoofstda van Friesland' van Boomsma, uitgeverij Van Wijnen te Franeker september 1999, op pag 141 staat vermeld dat: "De factiestrijd met de stadhouder in de hoofdrol laaide met tussenpozen op, maar wel met dit verschil dat godsdienstige motieven steeds meer naar de achtergrond verdwenen. Zij waren volledig afwezig in het conlict van de jaren 1641 tot 1647 tussen de facties van Jacob Stevens en Alle van Burum. Deze laatste verbond zijn politiek lot aan dat van Stadhouder Willem Frederik en kwam als overwinnaar uit de strijd", aldus Boomsma. Gedoopt (NH) 15-08-1610 te Leeuwarden, bakker, bouwmeester, burgemeester, overleden 00-08-1660 te Leeuwarden op 49-jarige leeftijd, begraven 30-08-1660 te Leeuwarden. In Leeuwarden, aanvulling op begraafboeken 1550-1805 gevonden; Jacob Stevens is overleden in augustus 1660 wonende NIEUWESTAD N.Z en begraven op 30-08-1660. Hij wordt aangeduid als oud-burgemeester.
    7. Hotze, gedoopt 17-06-1612 te Leeuwarden, overleden voor 1636 te Leeuwarden. In 1627 deden de oudste kinderen van Steven Hotses belijdenis en in 1639 de jongste kinderen en bij deze laatste groep zat Hotze Stevens niet bij, dus ga ik er van uit dat hij toen overleden was. Dat Hotze Stevens voor 1939 is overleden wordt bevestigd door het testament van Siouck Jacobs Banga, opgesteld op 8 juni 1636, en gepresenteerd aan de Fideicommissie op 17 december 1654. Daarin staat hij niet als erfgenaam genoemd.
    8. Griet (Geertie), gedoopt 17-12-1617 te Leeuwarden, overleden 18-02-1688 te Leeuwarden op 70-jarige leeftijd. In 1627 deden de oudste kinderen van Steven Hotses belijdenis en in 1639 de jongste kinderen en bij deze laatste groep zat Griet Stevens wel bij. De overlijdensakte van 1689 staat op naam van Geertie.

Generatie XII
  1. Roucke CHRISTOFFELS [V]. Geboren te GoŽngarijp. In het Genealogisch Jaarboek 1994 van de Fryske Academie in het artikel van Hein Walsweer 'De Broekster Rouckema's - Desen allen ende meer anderen', pag 57-58 staat vermeld dat ROUCKE CHRISTOFFELS is boer te GoŽngarijp. Hij overleed na 1578 en trouwde 1. N.N., dochter van Oene Ittes, boer, dorprechter en kerkvoogd van GoŽngarijp, mederechter van Doniawerstal, en Tyet Oeges, trouwt 2. CLASSIEN BROERS, Rouckes weduwe in 1621. In het register van de personele impositie staat Roucke vermeld voor 1 caroligulden. Wanneer op advies van Gedeputeerde Staten en het Hof van Fniesiand op l0 januari 1581 aan de ingezetenen van GoŽnganijp een sauvegarde wordt verleend op gelijke voorwaarden als de vrijgeleide, die op 15 december 1580 aan de Bnoeksters was gegeven, wordt de bewegingsvrijheid van Roucke en de zijnen ietsje groter. Rouckes eerste huwelijk leid ik af uit de vermelding van Oege Oenes als oudoom van vaderskant van de zoon van Eette Rouckes (Rouckes oudste zoon). Oege was evenals zijn vader gegoed in Wickemastate te GoŽengarijp. Als geslachtsnaam heeft Wickema oude papieren. Is in 1493 sprake van de erven van Oene Wickema, in 1528 betwisten Oena Dyoeraz en Tied Piers weduwe het recht van Gabbe Feytes op een derde part van Oene Wickemaís goed. Mogelijk is Oene Ittes via Itte Piers (1552 te GoŽngarijp) bezit in Wickemastate aanbeŽrfd van Tied Piers weduwe. Roucke leeft naar alle gedachten niet meer wanneer in 1617 zijn zwager Oege Oenes zijn zuster Tziets Oenedr, vrouw van Pier Meintis, te Goengamieden, bijstaat in de scheiding en deling met Wuijlck, haar dochter bij Joannis Syoerts Boccama. Curator van Wuijlck is Bocke Seerps Scheltinga. Wick Oennedr, vrouw van Pieke Hessels, van wie Oege Oenes en zijn vrouw Wlck Syoerts in datzelfde jaar land (15 pm.) kochten, mogen we ook best als een schoonzuster van Roucke aanmerken. Aan hun moeder en schoonmoeder herinnert het grafschrift: "Anno 1604 Den 27 May is gestorven die Eerbare Tyet Oege dochter huysvrove van Oenne Ittes ende leit alhier begraven". Van Rouckes kinderen zijn er negen bekend, maar Tiet en Jeldu zijn vermoerdelijk ook nakroost: - Tiet Rouckes trouwde voor 1613 met Intie Jeips, te Oudeschoot. Hun zoon Roucke lntses is in 1653 koper van een aandeel in landerijen te GoŽngarijp, gelegen in Claeske Rouckes sate, "mij van mijn wijien moeder aanbeŽrfd", van Wisse Broers voor 150 goudgulden Fetse Atses naast behalve als mede-eigenaar ook als bloedverwant van de verkoper. Van het verkregen consent deed Fetse afstand ten behoeve van de proclamant Roucke Inses. Deze Roucke wordt een zusterling genoemd van de kinderen van Tyamcke Rouckes (een van de broers). - Jeldu Rouckedr trouwde Abe Jennes Jenckema, te Westermeer. Abe kocht in 1638 drie pm. te GoŽngarijp, gelegen in Pieckeschaer, van bijzitter Feicke Bruitricx, Tyemcke Rouckes en Aete Feddes, Roucke Broers wezen en van Rienck Otte Kempis weduwe, voor 206 goudgulden Aette Idses en Aebe Jennes Jenkema protesteren in 1622 voor het gerecht van Haskerland als naaste bloedverwanten van de bruid onder verwijzing naar de testamentaire beschikking van wijlen Tijomme Buwes tegen het huwelijk van Jouckjen Tyomme Buwes Jenkema, te Oudehaske, en Tarquinius Lycklema. In 1624 kopen Tarquinius Boelens, grietman van Achtkarspelen, en Mayke Pieters een vierde part van een sate te Lutjepost (48 pm.) van Atte Jetsz, te Haskerhorne Abbe Jentkema, te Westermeer, Lub(b)ertus Liklama als vader van Dedtke zijn dochter bij wijlen Ancke Jenne Buwes Jenkemadochter, "erfwtinge" van Buwe Jenckema, hur Ďneveí, voor 750 goudgulden. In 1635 is Aebe curator over Dedke Lycklama. Haar kinderen bij Tinco Andringa en Tjomme Jenckema zijn in 1657 erfgenamen van Abe Jenckema mederechter van Haskerland , aldus Walsweer. boer, overleden na 1578, voor 1617. Gehuwd met:
  1. Classien BROERS. Overleden na 1621,
    Uit dit huwelijk:
    1. Broer, geboren te GoŽngarijp. In het Genealogisch Jaarboek 1994 van de Fryske Academie in het artikel van Hein Walsweer 'De Broekster Rouckema's - Desen allen ende meer anderen', pag 63-64 staat vermeld dat BROER ROUCKES trouwde 1. met N.N., 2. met IEBEL JEIPS, weduwe van Dirck Toenis, 3. met JEL DIRCX, zijn weduwe in 1636. Aanvankelijk boert Broer Rouckes te GoŽngarijp, althans in 1614 wanneer Joucke Oenema, te Leeuwarden, zes pm in de Broekster grote schar verkoopt, gehuurd door Broer en Stoffel Rouckes. In 1619 hebben Broer Rouckes, te Heerenveen, en Syne Taackes, te Uitwellingerga, als curatoren over de vier nagelaten wezen van Tyerck Sippedr (Gatse, Sipcke, Tite en Riener) den kwestie met de vader Eelcke Gatses, te Rauwerd. Bij de scheiding en deling tussen de erven van Iebel blijken haar voorkinderen te zijn: Jeyp, Saeck, vrouw van Fedde Foockes, te Heerenveen, en Dirck Dircks. De helft van het door hem bewoonde huis op het Heerenveen had Jeyp Dircks van Broer Rouckes gekocht. Er is sprake van "de waeren in de winckel", van aandelen in twee schepen, een zevende part van Lolle Wissessate te Tjalleberd en van een vierde part van een "fullinge gelegen boven int Heerenveen". Uit het eerste huwehjk: 1. ROUCKE BROERS, overleden voor 1638, te Herenwal/Nijehaske, trouwde voor 1634 met THIEDT RIEMERS. Met Griet en Serop Riemers koopt Roucke Broers in 1635 zeven pm. (belast met 1Ĺ fl. aan Johannes Assis stella te Ouwsterhaule) voor 400 goudgulden van Feicke Breuticx, bijzitter van Haskerland. Roucke en Thiedt lieten kinderen na. Nader onderzoek zou kunnen uit wijzen of Broer Rouckes, mr. snijder te Heerenveen, een van hen was. Broer kon zijn trouwbeloften aan Ydke Synes, te Heerenveen, niet waarmaken vanwege haar overlijden voor de derde huwelijksproclamatie (tweede procl. gerecht Schoterland 14 november 1649). Broer trouwde voor het gerecht Schoterland op 20 september 1652 met Aab Sioerds. 2. MEINSCK BROERS ROUKIS trouwde (derde procl. gerecht Schoterland 26 maart 1623) met SYNE WILLEMS, "van der Horne", beiden met toestemming van de ouders. Van de verkoop van een huis te Heerenveen door de Terhornster kalkbrander Willem Synes, in wie ik Meinsck haar schoonvader zie, heb ik geen aantekening gemaakt, wel van diens landerijen te GoŽngarijp, grenzend aan o.a. "Aelsummer cloosters tempel", een huis te Akkrum van de schuld in 1627 van Willem en zijn vrouw Aelthien Meijnsck, te Oldeouwer, aan Low Oenis en Aucke Michiels, te Joure. Syne en Meinsck kopen in 1635 een huis en loods en de helft van een steeg (1315 goudgulden) op het noorden van de gemene grift te Heerenveen van Aette Feddes en Hyick Broers. 3. HYLCK BROERS, overleden te Heerenveen niet lang na januari 1645, trouwde gerecht Schoterland op 27 juli 1627 met AETE FEDDES, te Uitwellingerga, koopman te Heerenveen. Aete trouwde 2. (derde procl. gerecht Schoterland 30 september 1646) met Wytske Huiberts, te Sneek. In 1635 koopt het echtpaar drie vierde part van een huis, loods, schuur op het west van de Dracht te Heerenveen, van Saeck Dircks, weduwe Fedde Foockes, aldaar, voor 650 gg. Best mogelijk dat Hyick haar man identiek is aan de gelijknamige curator over de wezen van wijlen Tied Feddes bij Jarich Sierx. Sytse Meyntes en Sas Gerryts, te Broek, zijn in 1645 245 caroligulden verschuldigd aan Ate en Hylck wegens de koop van turf. In 1646 leent onze Aete, koopman, 100 goudgulden aan Feyte Sytties en Richt Cornelisdr, echtelieden te Broek. Het sterfhuis van Hylck wordt beschreven op verzoek van Wisse Broers, te Heerenveen, oom van de vier wezen, ten overstaan van Heercke Beints en Jan Verwou, beiden aldaar. Ate Feddes verhuisde naar Sneek, waar hij op 15 oktober 1656 het burgerschap verkreeg. In plaats van een eed legde hij een belofte af. In combinatie met de huwelijksvoltrekkingen voor het gerecht wijst dit er op dat hij doopsgezind was. Uit het tweede huwelijk: 4. WISSE BROERS ROUKEMA, te Heerenveen, in 1652 te Tjalleberd trouwde voor het gerecht Schoterland op 13 juli 1647 met TEETS GOSSES, te Zestienroeden, zijn weduwe in 1668. Met assistentie van zijn voormonden Aette Feddes en Wobbe Wisses verkoopt Wisse Broers in 1641 zijn aandeel van een achtste part in een roodpande huis te Heerenveen, mandelig met kopers, aan notaris Albertus Schouwen en Bottie Assema, echtelieden aldaar, voor 214 caroligulden , aldus Walsweer.
    2. Stoffel (zie: 1036).
    3. Broerke Rouckes, geboren voor 1585 te GoŽngarijp. In het Genealogisch Jaarboek 1994 van de Fryske Academie in het artikel van Hein Walsweer 'De Broekster Rouckema's - Desen allen ende meer anderen', pag 68-69, 76 staat vermeld dat BROERCKE ROUCKES ROUCKEMA is geboren voor 1585 en kerkvoogd te Doniaga, biersteker aldaar en te Lemmer. Hij trouwde voor het gerecht Gaastenland op 26 mei 1619 met ROMCK JELLES, te Sondel. Freerck Gaeles, te Sneek, kocht drie pm., gelegen op Snekermeerswal, van Sytse Baeckes, te Sneek. In 1610 naast Broerke als Sytses "naebloedt" en als diens zusterlings zoon de koop van dit bezit. Ook Feijte Epckes verzoekt als nabloed het niaar. Het consent wordt echter toegewezen aan de niaamnemer Jenke Piers, te Sneek, zoon van een volle zuster van Sytse Baeckes. Het gegeven dat Pier Oeges, boer in het Wester Ingae onder Sneek, en An Baeckedr ouders waren van een Jenke sluit hier mooi op aan. Op 28 maart 1629 passeerde voor de Haarlemmer notaris Jacob Schoudt een akte, waarin Broer Rouckes verklaarde voor de levering van goede Haarlemse bieren 2100 gulend (van 40 groten vlaams het stuk) verschuldigd te zijn aan Dircki Mattheus Steins, weduwe Jan Jacobs Schout, brouwer in "De twee sterren" te Haarlem. Blijkens een voor Pieter van Asseneville, notaris te Haarlem, verleden akte, werd deze schuld van Broer overgenomen door Frederick Crol, brouwer aldaar in de Zwaan, onder het beding dat Broer voortaan zijn bier van hem betrekt. Nu kende Friesland geen Reinheitsgebot, maar wel belasting op ingevoerd bier. Om aan de heffing te ontkomen was op Broerkes last een partij gerstenat (vijf halve tonnen Hollands bier, honderd halve en acht hele tonnen bier) niet via de reguliere aanvoerlijnen (havens) aan land gebracht, maar "onder de zeedijck met een spriet gelicht". Vanwege die smokkelaffaire zit Broercke op 17 oktober 1629 te Leeuwarden in hechtenis. Aan Claes Hoen, Adriaen Dircx Wijngaerden en Marten Kijll, pachters van de belasting op het via de havens van Friesland ingevoerde bier, tevens aanbrengers van het delict, moest Broerke twee derde part van 203 caroligulden en eenzelfde aandeel van 2100 caroligulden betalen. De resterende derde parten vervielen aan lands schatkist. Ook draaide Broerke op voor de kosten van zijn verblijf op het blokhuis. Vermoedelijk vanwege deze schadepost laat Broercke op 6 november 1629 door Abbe Jenckema en Feijcke Breutickx, bijzitters van Haskerland, 2000 goudgulden op rente nemen bij de Dokkumer burgemeester Popcke Haebes en leent hij achttien dagen later 300 goudgulden van Mr. Jan Andriesz en Freerckien Athedr, te Balk. Bij Feicke Breutickx stond Broercke overigens al sinds 16 mei 1629 voor 400 caroligulden in het krijt. Twee jaar later hebben Broercke en Romck, dan echtelieden te Lemmer, een vordening van 530 caroligulden op Heert Martens, herbergier bij Scharsterbrugge, en Trijn Jelmers, wegens geleverd bier. In 1628 hadden Broerke en Romck konsent op de koop van een sate te Doniaga (2415 goudgulden en 1 Jacobistuk) van Aech Nolledr, te Joure. Dat deze transactie al een paar jaar eerder had plaatsgevonden, valt op te maken uit de datum (4 september 1626) waarop zij verklaarden de koopsom aan Aech Noolles, weduwe Oege Sybrens, te Joure, verschuldigd te zijn. In 1629 liet Arjen Tjeerds een vonnis van het gerecht van Doniawerstal van 1628 registreren, op grond waarvan Broercke Rouckes de 250 caroligulden moest restitueren, die Arjen "inde societeyt ingebracht" had. Op verzoek van die zelfde Arjen wordt in 1630 Broerckes sate bij executie verkocht. Pas vier jaar later verkreeg Frederick Crol, burger van Harlingen (eerder brouwer te Haarlem), consent op zijn koop van deze sate en opstal. Broercke had protest laten aantekenen vanwege twee door Crol niet gerestitueerde obligaties ten waarde van 3700 caroligulden en vanwege een jaar stedepacht van 2 caroligulden uit Hoijt Hilles huisstede en vanwege zijn recht op 300 goudgulden als "toeaecke" op de geproclameerde sate. Ook wordt gemeld dat hij en de koper al sedert enige tijd voor het Hof procedeerden over eerder uit de sate verkochte landerijen. Blijkens een sententie in de kwestie met Crol woonden Broercke en Rompck toen te Joure. Gunstiger voor Broecke was de afloop van een procedure in 1632, waarin hij beschuldigd werd van deelname aan stroperij. Sybrant Jans, te Joure, en Cornelis Renckes, te Echten, eisten van Uylcke Tyaerts en Broercke Rouckes, beiden te Joure, voor het doodschieten van zeven zwanen en deze "met hen te schepe hebben wechgevoert" op grond van een bepaling in de Landsordonnantie een vergoeding van 140 goudgulden. Uylcke beweerde dat het verbod van zwanenjacht slechts betrekking had op zwanen van het Landschap en die van andere eigenaars. Hem kwam het derde part van de zwanen toe op grond van vererving op zijn vrouw van een zekere Ben Annes "ende wat belangende de mede gedaagde Broerke Rouckes was alleen p. compaignie mede geweest als sijnde daertoe van Uijbke versocht". Het Hof stelt eisers gedeeltelijk in het gelijk. Uilcke moest hen het volle pond betalen. Of de stroperij in de Broekster krite had plaatsgevonden, worden we niet gewaar. Sybrant Jans is mogelijk Sibrandt Jans Echten, van wie bekend is dat hij te Joure heeft gewoond en gerechtigd was tot de Broekster zwanenjacht (zie bijlage). Onder de door Sibrichien Riemers, dochter van de Lemsterlander mederechter Pecama, te Follega, na gelaten papieren vinden we een akkoord tussen de medemechter Riemer Sioerdts en Broercke uit 1634. In 1640 staan Gees Eelkes weduwe en Broerke Roukes vermeld als eigenaars van Lemmer stem 9 en 10 (2 stellen). Weduwe Romck verkocht met Romck Folckertsdr in 1655 negen pm. op de Uilecampen en op de kleine Gaast aan Ede Idses en vrouw, te Sloten, voor 128 ggoudgulden. In dat jaar vorderen Broerkes weduwe en erven van Hoit Hilles weduwe betaling van een 24 jaar oude schuld van 160 carolbigulden terzake geleverd bier. Uit dit huwelijk zijn bekend: 1. ROUCKE BROERCKES is geboren voor 1630 en dorprechter te Lemmer. Hij trouwde te Follega op 9 september 1655 met ANTIE MARTENS, te Balk. 2. OENE BROERCKES is gedoopt te Lemmer op 22 september 1633. Hij deed belijdenis aldaar op 7 mei 1681 en trouwde 1. met N.N.. trouwde 2. te Follega op 27 septeber 1685 met REINTJE KLAZES, overleden 6 april 1711. Oene en Reintje verkochten in 1690 een perceel land bij de Lemmer aan Eritia van Scheltinga. De lidmatenlijst van 1691 meldt hun verhuizing naar Vierhuis (onder Delfstrahuizen). 3. SYBRICH BROERCKES is gedoopt te Lemmer op 18 april 1636 en trouwde met PYTTER JACOBS CORTINGH. Het echtpaar doet in 1664 te Lemmer belijdenis. In 1670 wordt hen attestatie naar Sappemeer verleend. De lidmatenlijst van 1691 van Lemmer noemt Sybrig Broerkes, weduwe Pytter Corting, met de aantekening "versturven" , aldus Walsweer. kerkvoogd, biersteker.
    4. Tyamcke Rouckes, geboren te GoŽngarijp. In het Genealogisch Jaarboek 1994 van de Fryske Academie in het artikel van Hein Walsweer 'De Broekster Rouckema's - Desen allen ende meer anderen', pag 67 staat vermeld dat TYAMCKE ROUCKES ROUCKEMA, boer te GoŽngarijp is overleden tussen 1636 en 1640. Hij trouwde met ANTJE JOHANNESdr, overleden tussen 1635 en 1636, dochter van Johannes Auckes, te Haskerdijken, en Aelthie Jans. In 1633 lenen Tyamcke en Antje, onder borgstelling van Harmen Tzietzes, 100 goudgulden van Sithie Sybrens. Op 29 september 1634 verklaart Tyemke als voogd over de wezen van zijn broer Stoffel dat hij met hen en andere personen een boerderij van 64Ĺ pm. te GoŽngarijp "in communione" had gelaten, maar dat besloten was om tot scheiding en deling over te gaan. Voor dat doel hebben de "naefrunden" Roucke Broers en Wisse Broers zich tot voogd laten authoriseren. Eigenaars zijn Tyamcke, met Gerryt Gerryts meier, de Haskerlander mederechter Feycke Breuticx, Roucke Broers en Aette Feddes voor de helft, Foecke Inthies en Syne Wblis voor een vierde part, de drie wezen van Stoffel Rouckes met Piecke Wytses en Wisse Broers voor het resterende vierde part. De verdeling vindt op 4 januari 1635 plaats. Een jaar later is Tyamcke Rouckes een van de verkopers van percelen land (24Ĺ pm.) in de door hem en zijn zwager Gerryt bewoonde sate en leent hij 50 goudgulden van zijn schoonzuster Jell Dircx. Atte Feddes en Aucke Jannes werden voogd over zijn drie kinderen. Van hun beheer sinds 5 september 1640 deden zij in 1644 verantwoording. Roucke Inthies nam als zusterling van de minderjarigen hun rekening in ontvangst. In 1647 leggen Atte en Aucke opnieuw rekening en verantwoording af, nu ten overstaan van de nieuwe voogd Harmen Tyetses, tevens hun bloedverwant. Hoewel ik geen nader bewijs heb kunnen vinden, is het zeer aannemelijk dat Harmen een broers zoon was van Tyamckes moeder Classien Broers en kleinzoon van Broer Tiamkes, die medevoormond was over de wezen van Stoffel Tyamkes. Uit dit huwelijk: 1. NELL TYAMCKES, geboren circa 1622, overleden na 1647. 2. ROUKE TYAMCKES ROUCKEMA, geboren tussen 1622 en 1632, overleden na 28 april 1654, dan op zee. Een Harlinger schipper werd op 9 maart 1652 een geldbedrag voor Rouke meegegeven. Hij moest 5 goudgulden 20 Stuivers afgeven bij Pyter Boudewijns. Diezelfde dag werd ook een hoed (ten waarde van 24 st.) voor Roucke aangeschaft, een week eerder een lap stof (doek ter grootte van 18 el). 3. AEFKE TYAMCKES, geboren circa 1629, trouwde voor 28 april 1654 met JAN DOUWES , aldus Walsweer. boer, overleden tussen 1636 en 1640.
    5. Renck, geboren te GoŽngarijp. In het Genealogisch Jaarboek 1994 van de Fryske Academie in het artikel van Hein Walsweer 'De Broekster Rouckema's - Desen allen ende meer anderen', pag 57-58 staat vermeld dat RENCK ROUCKEdr is overleden na 1644 en trouwde voor 1610 met OTTO KEIMPES, boer te GoŽnganijp, overleden tussen 1624 en 1632. In 1621 hebben Otto en Renck konsent op hun koop van aandelen ter waarde van 1195 goudgulden in de door hen bewoonde sate, van Classien Broers, als weduwe, voor de helft en Tyemcke, Broer en Stoffel Rouckes, Beits en Lol Rouckedr. Al in 16l0 hadden Otto en Renck 21Ĺ eins land (in twaalf pm. en negen einsen) in de door hen bewoonde sate aangekocht (voor 33 caroligulden) van Naencke Hylckes. In hetzelfde jaar verkoopt Naencke tevens landerijen aan dr. Gajus Nauta, te Sneek. Ze waren deze Offingawierster van Rincke Rinckedr en van Lieuwe Hennis aanbeŽrfd en gelegen te GoŽngarijp in de door Lieuwe Hennis gebruikte sate (56 pm.;l0 fl. 1 schelling of 6 st.). Zowel dr. Nauta als Otto Keimpes naastten in 1624 de koop door Feicke Breuticx en Bonske Bonskes, te Joure, van elf pm. in Nautaís sate, bemeierd door Intse Hendrix, en van vier pm. in de ert- of fennelanden in Ottes gebruikte sate. Venkopers zijn Jaeckbe en Sweer Hommezonen, te Ylst, Claes Foeckes voor Ocke Foeckes, zijn broer, en voor Fern Hommes, vrouw van Thijs Cornelis, te Berlikum. Pas een aantal maanden later krijgen Nauta en Otto consent op de koop van deze percelen van de eerdere niaarnemer Gats Renckedr, weduwe Tyalke Jans, te Joure. Otte Keimpes betaalde 48 goudgulden/pm. Nautaís sate stond in 1511 op naam van Rencke Tiebbes. Diens weduwe Loick en kinderen moesten als gevolg van cassatie van een vonnis van het nedergerecht in 1560 aan Nane Tiebkez, te Ylst, de erven van Feyte Tiebkez, te Uitwellingerga, Oege Piers, te Goengarijp, en Feycke Naenckez, elk een achtste part van huis, stede en sate in kwestie laten volgen. Oege Piers is bij deze kwestie voormond over de kinderen van Hilck Rinckedr. Het Beneficiaalboek noemt Oege Piers kerkvoogd van GoŽngarijp en vermeldt van Rencke Tiebbes dat deze ten behoeve van de financiering van de bouw van "eens nyeuws klockhuys" vijf pm. patroons land (de Wyefyff), op recht van wederkoop na verloop van vijf jaar, van de kerkvoogden had gekocht en dat hij eigenaar of bewoner was van een aan het pastoriegoed grenzende sate. In overeenstemming daarmee lijkt mij de informatie in het stemkohier (sate stem 8: predikant, sate stem 9: Nauta). Of er sprake was van belending tussen Nautaís sate en die van Renck en Otto (stem 25) heb ik niet nagegaan. Renck en haar beide kinderen verkopen in 1632 hun sate te GoŽngarijp (45Ĺ pm., bezwaard met 11 fl. en een rente van 52 st. aan Syoert Gerbens, te Broek) voor 3070Ĺ goudgulden aan Renke Renkes en Eets Haijes, woonachtig aldaar. Rinck Rouckedr verhuisde naar Sneek. In 1644 is ze geldschieter (300 goudgulden) van het GoŽngarijpster echtpaar Elingh Hayes en Ebel Greolts. Uit dit huwelijk: 1. ROUCKE OTTES, geboren te GoŽngarijp en trouwde met FOOCKEL JOHANNESdr, met wie hij te Broek woonde. Foockel was een dochter van Meinsck Johannes (weduwe), die in 1618 een sate te GoŽngarijp bemeierde van Romcke en Syoecke Eyisz. Roucke en vrouw leenden in 1622 en 1624 in totaal 700 goudgulden. Roucke vestigde zich te Sneek en werd daar burger (inschnijving 5 februari 1638). Zijn vrouw deed aldaar 20 december 1649 belijdenis. Naar het zich laat aan zien was de Sneker mr. metselaar Wyger Rouckes (trouwde te Sneek op 15 april 1660 met Antie Dircks), die op 2 april 1663 belijdenis deed, hun zoon. De namen van zijn jongste zoons Joannes (1665) en Otte (1667) wijzen in die richting. Hun doop werd voorafgegaan door die van Roucke (1662) en Grytie (1661). Wanneer in 1671 een van zijn kinderen wordt beluid wordt Wyger arm genoemd. Hij overleed niet lang voor 7 mei 1703 (datum beluiding). Rouke Wygers Roukema doet als jonggezel bij de Noorderpoort te Sneek op 13 april 1683 belijdenis. 2. TYETS OTTES, overleed na 1632. Tyets is niet identiek met de gelijknamige vrouw van Syoucke Epes, boer te GoŽngarijp. Dit blijkt in 1657 , aldus Walsweer. Overleden na 1644.
    6. Beits, geboren te GoŽngarijp. trouwt N.N.
    7. Lol, geboren te GoŽngarijp. In het Genealogisch Jaarboek 1994 van de Fryske Academie in het artikel van Hein Walsweer 'De Broekster Rouckema's - Desen allen ende meer anderen', pag 68-69 staat vermeld dat LOL ROUCKEdr is overleden na 1649 en tr.ouwde voor het gerecht Doniawerstal op 28 februari 1611 met GERRIT GERRITS, te Idskenhuizen, boer te GoŽngarijp (sate stem 16), overleden tussen 1630 en 1640. Lol en Gerrit ging het financieel niet voor de wind. Dit maak ik op uit de lening van 700 caroligulden, die zij in 1623 aangingen met Feicke Breuticks en Bonthie Bonthies, te Joure, en de verkoop door Gerrit in 1624 en 1627 van zijn bezit te Idskenhuizen en St. Nicolaasga. In 1628 is het echtpaar 50 caroligulden verschuldigd aan Heijn Annes en Jel Wickes, te GoŽngarijp, voor geleverd hooi. Twee jaar later staan ze voor hetzelfde bedrag in het krijt wegens gehaalde waren bij genoemde Jel. In 1649 verkiaren Loll, haar zoon Jelle en schoondochter Bauck, vanwege verkoop aan Harmen Tyetses, te Joure, drie "koebeesten" verschuldigd te zijn, die ze vanwege de melk in bruikleen hebben. Harmen Tiethies deed in 1633 als curator over Broer (28 jr.) en Thiethie Gerritsz (24 jr.) rekening en verantwoording van zijn beheer sinds 1623. Dieuv Tiethiedr was alimentatie betaald voor hun achttienjarige zuster Jijsck Gerryts. Er is sprake van de kruidenierswinkel van Hans Gerryts, maar ook van een overleden broer Gerryt Gerryts. Laatstgenoemde zal niet identiek zijn met de echtgenoot van Lol Rouckedr, maar was vermoedelijk evenals Lol een nazaat van haar broer Tiamcke Rouckes. Uit dit huwelijk: 1. AUCK GERR1TS, te Joure. Vanwege uitboedeling had Auck in 1647 een vordering van 100 goudgulden op haar moeder. Een jaar later leende ze 100 phiplipgulden aan haar broer Jelle Gerrits. Ze is niet identiek aan Auck Gerrits, die ten tijde van haar huwelijk (trouwde gerecht Haskerland op 6 april 1659) met Anne Melisz, te Heeg woonachtig was. Dit maak ik op uit het derde deel van een halve sate (36 pm.) dat deze Auck in 1663 van de hand deed. De wederhelft van deze GoŽngarijpster sate behoorde Anne Wlckes Swagaís erven toe. In 1619 werd bij verkoop van deze helft door Jeldou Gerryts aan Tarquinius Ulrici (Swaga), Gerryt Annes en Ede Wlckes, de sate Foeckemastaten genoemd en blijkt dat de wederhelft eigendom was van de erven van Rennert van Solckema. 2. JELLE GERRITS, te Goengarijp, trouwde met BAUCK JACKLEdr. 3. CLAASKE GERRITS, trouwde met LUYTTHIEN JANS, opter Bant , aldus Walsweer.
  1. Hotze Algers AUGUST [V] [M]. Geboren 1550 te Leeuwarden. Op de internetsite van het Historisch Centrum Leeuwarden zijn de gegevens opgenomen van de stadsbestuurders van Leeuwarden. Hotse Algers staat vermeld als gezworene van de Stad Leeuwarden in de periode 1594-1595. Vanaf 1596 tot en met 1603 is hij 8 jaar lang schepen in dezelfde stad, waarbij hij in het jaar 1600 hij als gezworden van de Stad staat vermeld. In de periode 1604 -1609 is Hotse Algers 6 jaar lang burgemeester van de Stad Leeuwarden. Al met al heeft hij zich 16 jaar lang ingezet voor het wel en wee van zijn Stad Leeuwarden, aldus HCLeeuwarden. Op internet van het Historisch Centrum Leeuwarden zijn de gegevens opgenomen omtrent Schoorsteengeldregister 1606. Daaruit blijkt dat Hotse Algars in de Noord-Oldehoofster Espel voor 7 schoorstenen wordt aangeslagen (volgnr 77). Hij is eigenaar en bewoner en van beroep burgemeester , aldus HCL Leeuwarden. gezworene, schepen, burgemeester, overleden na 1609 te Leeuwarden. Hotze Algers was in 1609 burgemeester van de stad Leeuwarden en moet daarna zijn overleden. Gehuwd (kerk) rond 1574 te Leeuwarden met:
  1. Lisbeth STEVENS [V] [M]. Geboren 1550 te Leeuwarden,
    Uit dit huwelijk:
    1. Steven (Steeven Hotses) (zie: 1070).
  1. Jacob Sipkesz BANGA [V] [M]. Geboren rond 1545 te Midlum. Jacob Sipkesz Banga was koopman in zuivel en granen te Midlum en Harlingen. Hij was Volmacht in de grietenijraad van Franekeradeel en rekenmeester van de grietenij. Daarnaast was hij kerkvoogd te Midlum. volmacht grietenijraad, rekenmeester grietenij, kerkvoogd, koopman, overleden 1613 te Harlingen. Gehuwd (kerk) 1572-1573 te Midlum. Alex nieuwland gaf aan 1572-1575, maar bij de boedelscheiding van 1573 was Fedt reeds getrouwd met Jacob Sipckes Banga. Op de internestie van Vriezenveners staat vermeld dat Jacob Sipckes Banga, geboren ca. 1549, ovleden na jan 1603, een zoon is van Sipke Jankaz Banga en Rins Jacobsdr en is gehuwd met Fed Tjeerdsdr., geboren ca. 1549, een dochter van Tiaerdt Minnesz. en Syouck Reynsdr. Gehuwd met:
  1. Fedt Tyaerdtsdr HERINGA [V] [M]. Geboren 1550 te Midlum, overleden 10-02-1607 te Harlingen,
    Uit dit huwelijk:
    1. Anna Jacobs.
    2. Syouck Jacobs (Sjoukje) (zie: 1071).

Generatie XIII
  1. Christoffel ROUCKES [V]. Geboren voor 1518 te Broek bij Joure. In het Genealogisch Jaarboek 1994 van de Fryske Academie in het artikel van Hein Walsweer 'De Broekster Rouckema's - Desen allen ende meer anderen', pag 53-54 staat vermeld dat CHRISTOFFEL ROUCKES is geboren voor 1518, boer te GoŽngarijp. Hij is overleden tussen 1557 en 1578 en trouwt N.N. Bij de aangifte van "Die pastoors ende Jongerpriesters landen in Goyngryp" in 1543 is sprake van bezit "in dat suyd van Christoffel Rowckezoons saete". Dat Christoffel aldaar woonde, blijkt in 1552. Zijn wapenuitrusting werd gevormd door een spies en degen. Vijf jaar later ondertekent hij een akte, volgens welke Rennert Aetez en An van Yma Rouckes vier pm. (166 g.) te Broek, gelegen in een perceel van 6Ĺ pm., waarvan ander halve pm. Hottye Bottes erven toebehoort, hadden gekocht. Mede-ondertekenaars zijn (Oe?)ne Rouckma en Anne Tyercx. Laatstgenoemde koopt in 1559/60 de helft van een sate te Dijken voor 678 gg. van Stoffel Rompkes. Bij gebrek aan een tweede vermelding van deze transactie is niet na te gaan of, zoals het geval was bij de registratie van een aankoop door zijn broer Oene, in de afgeschreven akte Rouckes heeft gestaan in plaats van Rompkes. Venschrijvingen kwamen echter ook wel voor. Illustratief wat dat betreft is het regest met betrekking tot een afrekening van het beheer van het vermogen van de wezen van Broer Rouckes. Daarin worden de uitgaven van de eerst als "Romcke Jeps" aangekondigde curator vervolgens bestempeld als "Rouckes vuytgave". Curator is ongetwijfeld zoon van Jeyp Roukes, die in 1521 met het Haskerconvent land ruilde , aldus Walsweer. boer, overleden tussen 1557 en 1558,
    kinderen:
    1. Roucke (zie: 2072).
  1. Alger (August?) HOTHIEZ. Geboren 1515 te Oudega, Wymbritseradeel. Op Internet in de Leeuwarder boedelinventarissen, 1550-1790 is de boedel beschreven van Alger Hothiesz, van beroep bakker onder nummer: 21, signatuur: y2; 113 op datum: 1559/06/07, Zijn eerste echtgenote was Geerthien Jacobsdr. Op internet van het RHC Leeuwarden staat een lijst van bakkers met daarin opgenomen onder nr 44 103 1544? Alger Fettijez. Opmerking: Waarschijnlijk in 1544 actief, en dus (ver) daarvoor toegetreden tot het bakkersgilde. Het kan een transcriptie afwijking zijn van Alger Hothiez, aldus Dick Hiemstra. Op internet van het RHC Leeuwarden staat in de burgerboeken van Leeuwarden, circa 1530-1800 vermeld dat Alger Hotzez., van beroep bakker is geboren te Oudega bij Sneek 3 fl. betaald als burger onder nr M226, p. 5 Voor 10/6/1544. bakker, overleden 00-07-1559 te Leeuwarden. Gehuwd (kerk) 1545 te Leeuwarden met:
  1. Geertje (Geerthien) JACOBS. Geboren 1510 te Leeuwarden. Op Internet in de Leeuwarder boedelinventarissen, 1550-1790 is de boedel beschreven van Geerthien onder nummer: 17, signatuur: y2; 1 op datum: 1559/01/27. Haar eerste echtgenoot was Claes Jellesz., Tichelaar en Koemelker van beroep. Ze woonden op de Olde GalileŽn. Opmerking: Adres en toevoeging beroep n.a.v. posten op p. 12. . Overleden 00-01-1559 te Leeuwarden, begraven 00-08-1559 te Leeuwarden,
    Uit dit huwelijk:
    1. Hotze Algers (zie: 2140).
  1. Steven REINDERS. Geboren 1525 te Leeuwarden. Gehuwd (kerk) te Leeuwarden met:
  1. Foek (Foekje) N.. Geboren 1525 te Leeuwarden,
    Uit dit huwelijk:
    1. Lisbeth (zie: 2141).
  1. Sipcke Jankesz BANGA [V] [M]. Geboren 1518 te Wommels. Sipcke Janckesz Banga was boer op Tellens te Wommels en geboren rond 1532, aldus Alex Nieuwland op MyFamily.com. Rints Martsen Willes, zo noemt Alex Nieuwland de vrouw van Sipcke Janckes Banga op MyFamily.com. De vriezenveners noemen de moeder van Jacob Sipkes Banga Rints Jacobs, Dat zou betekenen dat Sipcke Janckes Banga twee keer is getrouwd. De vraag is echter wie van de twee is de moeder van Jacob Sipkes Banga. Uit het genealogisch jaarboek 2004 van de Fryske Academy staat in de kwartierstaat van Jelt Oostra vermeld op pag 137 en 141 dat Foek Sipckes Banga een dochter is van Maertsen N., waarmee Maertsen Willedr wordt bedoeld. Uit het huwelijk tussen Sipcke Janckes Banga en Maertsen N. is geen Jacob geboren, aldus Jelt. De conclusie is dat Jacob Sipkes Banga een zoon is van Rints Jacobs, mede op grond van vernoeming naar haar vader. boer, koopman, overleden in de zomer van 1572 te Wommels. Gehuwd met:
  1. Rints JACOBS. Geboren rond 1520,
    Uit dit huwelijk:
    1. Jacob Sipkesz (zie: 2142).
  1. Tyaerdt Minnesz HERINGA [V]. Geboren 1520/1525 te Oosterlittens. Boer op zate Koefenne te Midlum in Franekeradeel. Uit het tweede huwelijk zijn een aantal kinderen geboren, waarvan de namen ons niet bekend zijn. boer, volmacht grietenijraad, overleden voor 22-12-1573 te Midlum. Gehuwd met:
  1. Syouck RHEYNS [V]. Geboren 1520/1525, overleden voor 1570 te Midlum warschijnlijk,
    Uit dit huwelijk:
    1. Minne, geboren rond 1549 te Midlum. Minne Tiaerdtsz is boer te Lutkelollum, bij Franeker. boer, overleden na 1593 te Lutkelollum vermoedelijk.
    2. Hessel. Hessel Tyaerdtsz is boer te Herbayum in Franekeradeel en is Volmacht in de grietenijraad. boer, overleden kort voor 20-09-1613 te Herbayum.
    3. Fedt Tyaerdtsdr (zie: 2143).

Generatie XIV
  1. Roucke TJAMCKES. Geboren voor 1486. In het Genealogisch Jaarboek 1994 van de Fryske Academie in het artikel van Hein Walsweer 'De Broekster Rouckema's - Desen allen ende meer anderen', pag 53 staat vermeld dat ROUCKE TJAMCKES is geboren voor 1486 en overleden tussen 1543 en 1548. Hij trouwt N.N. Uit het feit dat zijn zoon Christoffel dezelfde naam draagt als de beschermheilige van de Broekster kerk, leid ik af dat Roucke een trouwe parochiaan was en uit het ontbreken van zijn naam onder de debiteuren van de pastoor dat hij zijn verplichtingen aan God en de kerk nakwam. Roucke was gerechtigd tot het houden van zwanen (zie bijlage). Indien de veronderstelling juist is dat dit recht verbonden was aan een aandeel in een Broekster sate wil ik niet uitsluiten dat Roucke op sate stem 8 (zie Reinck Rouckema, zijn zoon) heeft gewoond. Wanneer in 1548 namens de kinderen van zijn zoon toestemming wordt gevraagd voor de verkoop van hun aandeel in de erfenis van hun oom, blijkt dat Roucke Tjamckes zes kinderen heeft nagelaten. Twee dochters staan dan nog onder voogdij van Wybren Auckes en Sipcke Bockes. , aldus Walsweer. Overleden tussen 1543 en 1548,
    kinderen:
    1. Jelle, geboren te Broek bij Joure. In het Genealogisch Jaarboek 1994 van de Fryske Academie in het artikel van Hein Walsweer 'De Broekster Rouckema's - Desen allen ende meer anderen', pag 53 staat vermeld dat JELLE ROUCKES is overleden voor 1548. Zijn vermogen ter waarde van circa 1500 goudgulden vererfde op zijn broers en zusters. , aldus Walsweer. Overleden voor 1548.
    2. Tjamcke, geboren te Broek bij Joure. In het Genealogisch Jaarboek 1994 van de Fryske Academie in het artikel van Hein Walsweer 'De Broekster Rouckema's - Desen allen ende meer anderen', pag 53 staat vermeld dat TJAMCKE ROUCKES is boer te Akmarijp. Hij overleed tussen 1546 en 1548 en trouwde N.N., dochter van Gaucke Ricolts. Tjamcke is in 1543 meier van de pastoriesate (ca. 40 pm.) te Akmarijp. Twee keer vinden we hem als procespartij: in november 1543 heeft hij een geschil met Aucke Sipckes en de zijnen, in 1546 procedeert Tjamcke namens zijn vrouw tegen Mr. Jan van Arum. Tiampcke Rouckes liet 1000 goudgulden schuld aan zijn erfgenamen na. In 1548 verkopen Kerste Piers en Gaucke Rycolts, voormonden van Tziampckes wezen, met toestemming van het Hof van Friesland, twee dagmaden, gelegen buiten depot in Doniaga aan de zuid kant "vander saeten die wijlen Tiampcke heeft achtergelaten" voor 110 goudgulden aan Aetthie Sippes. Het vijfde part van hun erfenis van Jelle Rouckes bracht 310 goudgulden op. Noch van Tjamckes vrouw, noch van hun kinderen worden we de naam gewaar. In 1560 eiste Wyts Gauckedr, vrouw van Pier Thiettiez, te Doniaga, van Jetthie Hansz, echtgenoot van Folcke, mee voor Ricolt Gauckez en Renick Gauckedr, vrouw van Pier Hansz, een goede deling van de nalatenschap van Gaucke Ricolts. Ze wordt in het gelijk gesteld. Minstens twintig jaar na zijn overlijden wordt Tyamcko Rouckes nog genoemd als belender van land (twee pm.) in "Donyegaene leyen" in Tyamcke Pekes "saete vuytgangh". Tyamcke was een zoon van Peke Tadema, eigenaar van een sate te Doniaga , aldus Walsweer. boer, overleden tussen 1546 en 1548.
    3. Christoffel (zie: 4144).
    4. Oene Rouckes, geboren voor 1523 te Broek bij Joure. In het Genealogisch Jaarboek 1994 van de Fryske Academie in het artikel van Hein Walsweer 'De Broekster Rouckema's - Desen allen ende meer anderen', pag 53-56, 58-62 staat vermeld dat OENE ROUCKES ROUCKEMA is geboren voor 1523. Hij is boer te Broek en mederechter van Doniawenstal. Hij is overleden tussen 1578 en 1587 en trouwde met TRIJN JANS VAN COELENS, overleden na 1603. Trijn trouwt 2. voor 1592 met Riuerdt Jacobs. Namens de gemeente van Broek ondertekenden Oene Rouckes, Rennert Ates en Syttije Wabbes op 11 mei 1551 een procuratie voor grietman Gabba Jorryts (Andringa) om te ageren tegen de gemeente van Ouwsternijega. Het jaar daarop vinden we Oene Rouckes met een spies en een degen als ingezetene van Broek. Onno Roucka Rouckema, mederechter, ondertekende in 1553 een donatiebrief, in 1554 met de mede "orkenen" (dit zijn: getuigen) Epcke Feytes en heer Joannes het testament van Yme Lolles, te Broek. Grietman Andringa, zijn bijzitters Joannes Asses, Meyne Piers, Merck Sybrens en Oene Rouckes zijn in 1556 procespartij voon Trijn Jelledr. Een jaar later eisen Syoucke Sipckes, de Hegemer pastoor Mr. Sioucke, diens collega te Sondel heer Aucke, en Joachim Ydts, dijkgraaf van de zeedijken tussen Rode Klif en Veenhuizen, curatoren over de drie jongste wezen van Sipcke Ansckes, het een en ander van Oene Rouckes. In 1561 procederen Oene Rouckes en Wypcke Folckertz, mombers over de wezen van Jouke Wypckez en diens huisvrouw Hidt, en anderen voor het Bolswarder gerecht met Jelle Willems over de erfenis van diens huisvrouw Rixt Aelthiedr. Bij dekreet koopt Oene Rouckes in 1571 158 met Joucke Jeyps, te Snikzwaag, stukken hand (ten grootte van vier en drie pm.) in een perceel, waarvan de zuidkant gelegen is aan bezit van Rompke Jans Hoytama en Oene Rouckema, van Wulcke Renckes en Aenck, te Uitwellingerga, voor 22 goudgulden/pm. De korresponderende rekening geeft Oenes patroniem echter als Rompckes weer. In 1578 is Oene met een aanslag van 5,5 caroligulden de hoogstaangeslagen boer van de grietenij. Aan zijn weduwe Trijn zijn in 1587 Romcke Jans Hoytemaís erven 200 goudgulden verschuldigd. In datzelfde jaar eist Trijn Jans, mee voor haar kinderen bij Oene Rouckama, in de Broek, betaling van 107 goudgulden van enkele debiteuren. In 1592/93 heeft Trynke, echtgenote van Ruyrdt Jacobs, 200 goudgulden tegoed vanwege de koop van land door het Grouster echtpaar Jetthie Piers en Ees Haytses. De huwelijken van een paar van Oenes kinderen suggeren connecties met de Dongeradelen, maar dat hun grootvader de Dokkumer Johan/Jan van Coelen was, blijft bij gebrek aan bewijs een veronderstelling. Van Coelen is in 1537 voor Dokkum volmacht naar de landdag. In 1555 wordt hij echtgenoot genoemd van Anna, dochter van Beits N. Van Coelen leefde nog in 1562 te Dokkum. Van Oenes kinderen zijn bekend: 1. JAN OENES ROUCKEMA is overleden tussen 1597 en 1603 en trouwde met ANCKE JELLEdr, zuster van Jeppe Jelles, te Nijkerk, en van Jarig Jelles, te Nes. Om gevrijwaard te blijven van invallen van koningsgezinde troepen was in de grietenij Doniawerstal een compagnie soldaten van de heer Van Nyenoort gelegerd. Voor hun onderhoud brachten de Broeksters in februari/maart 1582 het aanzienlijke bedrag van 568 gulden op. Denkelijk heeft ook de naar Sneek uitgeweken Jan Oenes Rouckema (burgerinschrijving 1582) daaraan moeten bijdragen. Dat het desondanks onveilig bleef, blijkt wanneer omstreeks 1585 Broeksters Ďs nachts bij het wachtlopen op een groepje van vijf huursoldaten stuiten, die aan wal willen gaan. In een gevecht worden deze gevangen genomen en in de kerktoren vastgezet. De lange duur van hun gevangenschap te Broek was voor de stadhouder reden om hen in 1588 gratie te verlenen. Ze ontliepen daarmee de doodstraf. Of onze Jan een van de Sneker klokkedieven was, weten we helaas niet, maar gegeven is dat Sneek "door eenige personen in den jare 1588 uit den dorp Broeck hebbende doen halen en tot hun wille en gelieven binnen der voorsz steede doen vervoeren zekere hun costelick metalen clock, swaar geweest zijnde in gewigte ongeveerlick 4800 ponden". Ondanks herhaald aandringen van Gedeputeerde Staten en de stadhouder heeft de stad de klok nooit aan de rechtmatige eigenaars teruggegeven. In de overlevering leeft het voorval voort, zij het dat daarin de scene is verplaatst van Broek naar het naburig dorp. De Snekers zouden een van de twee GoŽngarijpster exemplaren uit het klokhuis hebben gestolen. Deze zou vervolgens op de bodem van het Snekermeer zijn beland. Tot zover waarheid en fictie volgens de literatuur. Bestond er vanouds een zekere rivaliteit tussen de buurdorpen? Die vraag rijst wanneer we zien dat niet alleen de GoŽngarijpsters in 1527 tot de aanschaf van een klok en een "een nyeuws klockhuys" waren overgegaan, maar ook de Broeksters. In 1526 verklaren namelijk heer Here, persona (dit is: pastoor) te Broek, Douwe Hoites (grietman Haskerland) en de kerkvoogden Peter Epes, Wijbe Beijnts (van de andere Rouckema familie in het zelfde boek) en Foecke Oenckes, dat de koopsom vanwege de helft van een sate door Eylert Bottes en Epck was voldaan. Tot meerdere zekerheid zijn de pastoor en Mr. Reenck (Reinarda, ook vande andere familie Rouckema?), in Akmarijp, gevraagd de kwitantie te tekenen en ter zegeling Douwe Hoites en heer Tyerdt, te Westermeer. Ook worden we gewaar dat de koopsom was "imploieert tot clocken ende clockhuys". Uit "clocken" zou kunnen worden opgemaakt dat Broek in de eerste helft van de zestiende eeuw twee klokken bezat. Een exemplaar is naar we mogen aannemen verdwenen als gevolg van het invorderingsbesluit van de Staten van Friesland (30 juni 1580) om per plaats alle klokken op een na te verwijderen "om die geconverteert te werden totte gemeene zaecke", d.w.z. voor oorlogsdoeleinden. Voor dit gevorderd eksemplaar lijkt de klok in de plaats te zijn gekomen die de Broeksters in 1600 te Kampen hebben laten gieten en nu nog in de klokkestoel hangt. Omstreeks 1860 moet bij het afgraven van land door de huurder J.L. Bouma, in Noordbroek, een klok, begraven onder steen en puin, zijn gevonden. Van Jan Oenes Rouckema, op de Joure, eist Lyeuwe Heeres Jellema, te Dokkum, in 1590 betaling van een obligatie van 6 december 1588, groot 395 goudgulden. Hij wordt in het gelijk gesteld. In 1591 is Jan Oenes, "in die Broeck", eiser vanwege brieven van cessie voor Lyuwes weduwe en kinderen en Jacob Gabbes, te Dokkum, en Wipke Luyttiens, crediteuren van Jan Oenes Rouckema. In 1603 eist Tryncke Jans van Coelens, vrouw van Riuerd Jacobs, als grootmoeder en geauthoriseerde momberske van de kinderen van wijlen Jan Oenes bij Ancke Jelles, de per 1 mei 1597 verschuldigde termijn terzake koop van landerijen door hun oom Jeppe Jelles, te Nijkerk. Ze wordt in bet ongelijk gesteld. Wanneer een jaar later haar schoonzoon Dirck Allerts, curator van Jans wezen, diezelfde vordering tegen Jeppes erfgenamen instelt heeft hij meer succes. 2. LOL OENES ROUCKEMA trouwde 1. met WYBE JAN PIETERS, mederechter van Schoterland, trouwde 2. circa 1609 met OENE ROUCKES ROUCKEMA (zoon van har broer), boer te Broek en Oppenhuizen, overleden na 1630. zie verder Oene Rouckes Rouckema. 3. AELCKE OENES ROUCKEMA is overleden voor juli 1628. Hij trouwt voor 1610 met EBO PEIJMA, volmacht naar de landdag voor Dongeradeel (1585), zoon van Worp Sybes Peijma en Beits Tzommes Hellinga. Zes pm. in Goingaripervelt verkocht Aelcke in 1610 voor 34 goudgulden en 21 stuiver /pm. aan Feijte Epckes en Wyts Jelles (Hylckema), te Broek. Aebo Peijma testeert 24 juli 1628. Het is mij niet duidelijk gewonden of Aelcke kinderen van hem had. Aebes oudste zoon heet Worp en zijn oudste dochter Beitske (trouwt Douwe Douwes). Rompcke, de jongste zoon, was, toen deze met Grietke Bernardus in het huwelijk trad (derde proclamatie 18 december 1621), uitgeboedeld met het recht van gebruik en bewoning van Peimasate en state te Ternaard. Aebes jongste dochter was Sibbel (trouwt derde proclamatie 19 juni 1621 Pieter Jans). Op 19 juli 1631 komen Aebes erven voor scheiding en deling in zijn sterfhuis bijeen. De zoons zijn inmiddels ook overleden. Hun kinderen worden bijgestaan door hun moeders. Mogelijk was een van Aebes kleinzoons de jonker Peima, te Paesens (dit is: aan de Paesens onder Ternaand), die op 17 december 1632 werd uitgenodigd om te Leeuwarden de begrafenis van stadhouder Ernst Casimir van Nassau bij te wonen. De vererving van sate stemmen 11 en 12 op twee van zijn dochters en de bewoning daar van door zijn nakomelingen maken aannemelilk dat de mederechter Oene Rouckes Rouckema deze boerderij te Broek niet alleen in eigendom heeft gehad, maar ook heeft bewoond. Zekerheid daaromtrent hebben we niet, temeer wanneer bedacht wordt dat sate stem 13 aldaar eigendom van zijn dochter, ook uit zijn vermogen afkomstig kan zijn. De hornlegers van deze boerderijen blijken aan weerszijden van het kerkterrein te liggen. Dat van sate stemmen 11 en 12 ligt bezuiden het tot aan de Broekstervaart opstrekkende perceel waarop in vroegere tijden de school en het huis van de schoolmeester stonden. De mededeling uit 17OO, dat het schoolmeestershuis was gesitueerd tussen de vicariefenne en de school maakt het mogelijk vast te stellen, wie halverwege de zestiende eeuw op het hornleger van sate stemmen 11 en 12 heeft gewoond. Uit 1543 dateert de beschrijving van de vicariefenne, als bestaande uit 4 koegang, gelegen voor het huis van Wybe Beints (de andere familie Rouckema beschreven in hetzelfde jaarboek), westwaarts zich uitstrekkende tot aan Roucke Wiel, en uit 4 koegang, gelegen achter Wybes huis, oostwaarts zich uitstrekkende tot aan de "Sceen". Hieruit volgt dat het huis van Wybe Beints op het hornleger van sate stemmen 11 en 12 heeft gestaan. Er is een aanwijzing dat deze boerderij in de eerste helft van de 16de eeuw al een aanzienlijke omvang heeft. Bij de beschrijving van pastorieland van Broek is namelijk een paar keer sprake van de grote sate van ybe Beyns (bijv. "Wybe Beynsz nestlegger op dy noorderzy de in dy grate zeeta"), een benaming die in de richting lijkt te wijzen van de later opgegeven grootte van 108 pm. 4. GERTKE OENES ROUCKEMA trouwde met DIRCK ALLERTS, geboren circa 1559, koopman te Leeuwarden, overleden tussen juni 1622 en mei 1623. In 1604 werd in de kwestie tussen Dirck en Dr. Joost Brantsum naar voren gebracht dat de 100 carologulden, verschuldigd wegens obligatie van 12 december 1583, door levering van honderd pond zoetemelkse kaas in 1595 was voldaan. In 1598 kocht Dirck van Marten Wybes "veertig loopen weijd, vier lasten haveren, tien loopen raapsaad en duizend pond te soete melcxkeesen". In 1606 leent het echtpaar 300 goudgulden van Oene Gerryts (zoon van Lol zijn zuster), te Leeuwarden, en Griet Jetsis. In Oldehoofster Espel aldaar was Dirck Allerts eigenaar van een huis met zes "heerdsteden". Gertke en haar zuster Aelcke verkopen in 1610 een sate te Broek (53Ĺ pm.), voor 33 goudgulden 21 stuivers/pm. Kopers zijn Johannes Bauckes, te Ouwsterhaule, en Palsk Hannes. Oene Rouckes protesteerde namens zijn vrouw Lol Oenedr Rouckema, mede-erfgenaam van haar ouders, vanwege de eigendom van acht pm. onder de verkochte landerijen, een en ander volgens contractueel akkoord dat hij en zijn vrouw hadden gesloten met Ryoerdt Tyercx vanwege diens vrouw. Palsk Hannes deed in 1638 met advies van haar zoons Syoert en Hanne Johannesz deze sate (58 pm., bemeierd door Jan Johannesz) voor 1800 goudgulden van de hand aan Tarquinius Swaga en Rinskje Lycklama, te Boornzwaag. Meier is in 1640 Rein Jans (stem 13), terwijl in 1641 circa zeventig pm. als grootte van deze boerderij wordt opgegeven en de handelswaarde 3525 goudgulden bedraagt. In 1618 en 1619 legt Dirck Allerts als respectievelijk 58- en 60-janige getuige een verklaring af. Op 6juni 1622 verklaarden Dirck en Geertke 550 gulden schuldig te zijn terzake de koop van wollen, laken en baijen, van een drapier te Leiden, maar bij de registratie op 26 mei 1623 is onze debiteur niet meer in leven. Een voorzoon van Dirck is naar ik aanneem Auke Dircks, wiens weduwe Hylck Jacobs als mediate erfgenaam van haar man en als mede-erfgenaam onder het voorrecht van boedelbeschrijving van Dirck Allerts, met Dr. Honorius Rouckema voor zich, en vanwege de ontvanger Jurrien Siouckes, in 1631 een kwestie heeft met Jan Sippes, mr. smid te Leeuwarden, curator over Josina Jacobsdr en Oene Gerrydts (zoon van zijn zuster Lol), te Deersum. 5. HYLCK OENES is overleden na 1616 en trouwde 1. met GERRIT ROMCKES, boer te Oppenhuizen, overleden uiterlijk 1583, zoon van Romcke (Gerrits?) en Manij Pieters, boerin te Oppenhuizen, trouwde 2. met SYBE PIETERS, die in 1606 nog leeft. Helaas wordt niet aangegeven waar Rompke Gerryts woont wanneer hij en Gosse Andringa procederen over cassatie van een vonnis. Mogelijk hield de zaak verband met de op dezelfde zitting (1 oktober 1556) behandeIde kwestie, waarbij Gosse Andringa, vader en voorstander van zijn kinderen bij wijlen Geel, fungeerde als procespartij voor pastoor en kerkvoogden van Oppenhuizen. Van de kerk huurde Marij Romcke weduwe volgens de beschrijving van 7 februrai 1581 veertien pm. vicarieland. Het zal hier gaan om de fenne, die in 1511 onder "Heer Wopke vicarius landen" beschreven is als "die grote fenne is XIV pond(ema)ten ende lecht mijt die oestereijnde an Hoijta Wala ende die westereijnde an dat kerckhoff". Uit Gerryt Romckes sate beurde de kerk een jaarlijkse rente van 3 goudgulden en 24 stuivers, zo ook in dejaren 1581, 1582 volgens de rekening van 22 maart 1583. In de aangifte van 1511 komt een dergelijk bedrag slechts een keer voor, namelijk als uitkering uit de sate (38Ĺ pm.) te Oppenhuizen, die Bocka Ennaz bemeiert voor het aldaar woonachtige heerschap Goffa Peers (Sjaarda) ("wt desse voors. landen boert heer Wpka vicarius toe Opmanhuijssen III fl. XXIV st."). In 1583 heeft Marij Pieters, oldemoeder vanwege wijlen Gerrit Romckes haar zoons weeskind, te Oppenhuizen, een kwestie met Trijn Jansdr, weduwe Oene Rouckes, in de Broek, voor zich en als curatrix over Hylck Oenedr. Marij werd in het ongelijk gesteld. Hylck Oenedr verkocht in 1616 zeven pm. land, gelegen in de Bolten, aan Feytte Epckes en Wyts Jelledr (Hylckema), te Joure. Protesten komen dan van haar twee zoons Oene Gerrits en Gerrit Sybes Roukema. 6. GRIETKE OENE ROUCKEMAdr overlijdt niet lang na 20 april 1632 te Joure en trouwde 1. met BOOTTE EPES en 2. met LIEUWE N. In 1614 verkopen de zusters Grietke en Loll acht pm. gras en maedland in de door kopers als eigenaars gebruikte en bewoonde sate (stem 13) aan Johannes Bauckes, te Broek, en Paalsk Hannes , aldus Walsweer. boer, mederechter, overleden tussen 1578 en 1587.
    5. Jeldu, geboren na 1523 te Broek bij Joure. In het Genealogisch Jaarboek 1994 van de Fryske Academie in het artikel van Hein Walsweer 'De Broekster Rouckema's - Desen allen ende meer anderen', pag 56-57 staat vermeld dat JELDU ROUCKEMA is geboren na 1523 en overleden na 1603. Zij trouwt 1. voor 1558 met DOECKE WALPERT, te Jorwerd, secretaris van Baarderadeel trouwt 2. met PIETER AARNTS. Doeke en Jeldu kopen in 1558 land in Groot en Klein Walpert te Wommels (32 pm. voor 1109 goudgulden) van het echtpaar Doede Gerrolts en Taets, een en ander overeenkomstig de laatste wil van Gerrolt Meintes. Aan Walperdastate was volgens de aangifte, die Doede namens zijn vader Gherolt Meynttes in 1529 deed, het recht van zwanenjacht verbonden. In 1532 procedeert Bauck Jorryts, te Tzalvert, met Gerrolt Myntiezn, te Wommels, over de vrijlating van de helft van 24 pm. in de sate Swynsteragoed (Wommels), bewoond door Ferck Gerrolts. Ook Syurdt Mentzes en broers en zusters eisen van Gerrolt dat Ferck een vierde part van die hoeveelheid land vrijgeeft. Op 9 februari 1565 wordt een Doecke Walpert als burger van Franeker ingeschreven. Aeff Gerryts, vrouw van Johannes Aernts, te Sneek, heeft in 1581 geld tegoed van Jildu Roukama, vrouw van Pieter Aernts. Jeldu woont dan te Broek en heeft een geschil met Anna Gerrolts, vrouw van Niclaes Bouwes, te Kuinre. Drie jaar later zijn Jeldu Rouckedr, voor zich en vanwege haar kinderen bij Doecke Walpaert, Gerrolt en Pybe Hoytes, te Wommels, Doecke Hoytes, te Cornwerd, procespartij voor heer(?) Claes Dodes, te Leeuwarden, namens zijn vrouw Aelck, Jeld(u), Hendrick, Janthien en Barber Thomaszonen en dochters, allen erfgenamen van Niclaas Buwes, Ferck Doedes, te Wirdum, Gerrolt, Ympts en Tiets Doededochters, allen te Wommels, als erfgenamen van Anna Gerrolts en gezamenlijke erfgenamen van Nicolaes en Anna, in leven echtelieden te Cuynder. Het is niet onwaarschijnlijk dat Jelduís eerste echtgenoot student te Leuven (imatericulatie 25 juni 1547 Doco Joerwert) is geweest en zoon was van de in 1542 genoemde Jorwerder boer Jorrit Gerrolts. Uit het eerste huwe!ijk zijn bekend: 1. TIEDT DOEKEdr trouwt voor 1574 met mr. HENDRIK HENDRIKS BENSMA, advocaat Hof van Fniesland, overleden te Oldenzaal in 1580, zoon van Hendnrik Hendriks, herbergier te Leeuwarden, en Jantien. De herberg van Hendriks vader wordt in 1561 "inde Rosennobel" genoemd. In 1574 is Lieuwe Wybes procespartij voor Mr. Hendrik Hendriks Bensma, te Leeuwarden, echtgenoot van Tiedt Doekedr, Jildu Roukema en haar kinderen bij Doeke Walpert. Uit dat jaar dateert ook de mededeling dat Mr. Bensma fiscaal was van Cuneris Petri, bisschop van het bisdom Leeuwarden. Drie jaar later wordt mr. Hendrik aangeslagen voor 150 gulden in de bekostiging van het garnizoen te Leeuwarden. De Conscriptio Exulum noemt Mr. Henricus Nobel alias Bensma balling. Op verzoek van Mr. Jan Montsma, advocaat Hof, voogd over Henrick Henricks Beyntsma de Junghe, is in 1584 ten huize van Jantien Henricx, "Inden Henricus Nobel opten Nijestadt", de bibliotheek (in totaal 55 Latijnse boektitels) en enig ander roerend goed van de overleden advocaat beschreven. Deze had zich blijkens de vermerding van "het conterfeitsel van wijlen de voornoemde mr. Hennick Beyntsma" op linnen laten vereeuwigen. Op 13 mei van dat jaar zijn in Montsmaís huis op de Tuinen de goederen beschneven, die grootmoeder Jeldu van Wommels naar Leeuwarden had laten brengen. 2. DUCO VAN WALPART was 1603 in Groningenland en trouwde met MAYKE VAN SOLCKAMA, dochter van Tierck Annes Solckema en Both Wybrens Waltinga. Uit de aantekening: "Tot Gnoningen in de Broerkerk op Tiark Walpart Steen: Walpant Rauckema Solcama Waltinga" valt op te maken dat Duco een zoon van Doecke en Jeldu moet zijn geweest. Mayke was een kleindochter van respectievelijk Anne Tjerks (Solckema), edelman te Teroele, en Syoucke (Idzards) Gralda en Wybren Auckes, kerkvoogd te Broek, grietman van Haskerland, en Ede Ededr (Regnaerda) , aldus Walsweer. Overleden na 1603.
    6. Reinsck, geboren na 1523 te Broek bij Joure. In het Genealogisch Jaarboek 1994 van de Fryske Academie in het artikel van Hein Walsweer 'De Broekster Rouckema's - Desen allen ende meer anderen', pag 57 staat vermeld dat REINSCK ROUKEMA is geboren na 1523 en overleden voor 1616. Zij trowut met HENDRIK N. Van haar vader had Reinsck een zesde part van de Broekster zwanenjacht geerfd. Naderhand is Sibrandt Jans Echten van dit aandeel gerechtigde geworden (zie bijlage). De eigendom van diens kleinzoon Sibrandus van Echten van de helft van stem 8 in 1708 rechtvaardigt het vermoeden dat dit zesde part in de jacht was gekoppeld aan een aandeel in deze sate. In 1640 zijn Rinnert Gerbens, Jaen Henricks en Sybren Jans eigenaars van sate stem 8 te Bnoek. Van hun kinderen zijn bekend: 1. JAN HENRICX COOPS, van Kuinre, leeft 1619 (zie bijlage). 2. CHRISTOFFEL HENRIX, van Kampen, overl. na 1616 (zie bijlage). Onze Chnistoffel (maar het kan ook om een naamgenoot gaan) is in 1599 op het stadhuis te Leeuwarden getuige bij het huwelijk van Mr. Bantholomeus Lanting en Anna, dochter van de advocaat Dominicus Oedsma. Christoffel, burgemeester van Kampen, en medegetuige Bartholomeus Lanting, burger te Amsterdam, zijn "cosijnen" van de bruidegom, die geboortig was van Zwolle. De verkoop in 1633 van 26 percelen veen in een sate te Rotsterhaule door Jan Jans, aldaar, als rechthebber van Hendricus Christoffer, ontvanger van Vollenhove, roept de vraag op of deze Vollenhoofster een zoon van onze Christoffel was. Vijf maanden later gaat Merck Piers tot perceelsgewijze verkoop van veen in zijn sate te Rotsterhaule over. Deze Merck was een nazaat van een omstreeks 1525-1530 geboren Roucke N. Het nageslacht van Roucke N. heeft verschillende bijzitters van Schoterland opgeleverd , aldus Walsweer. Overleden voor 1616.
  1. Jancke Sipckes Toe BANGA [V] [M]. Geboren rond 1506. Uit het genealogisch jaarboek 2004 van de Fryske Academy staat in de kwartierstaat van Jelt Oostra vermeld op pag 143 dat Jancke Sipckes Banga te Schalsum woonde op "Banga" state en trouwde met N. Dircksdr. Er worden drie kinderen vermeld: Sipcke, Sybe en Tet, aldus Jelt. Op de internetsite van Vriezenveners staat vermeld dat Janke Sipkez. Bange, geboren ca. 1495, een zoon is van Sipcke Bange en Katrijn. Overleden na 1544. Gehuwd met:
  1. N. DIRCKS,
    Uit dit huwelijk:
    1. Sybe Janckes.
    2. Sipcke Jankesz (zie: 4284).
    3. Tet Janckes.
  1. Minne TYAERDTSZ [V]. Geboren rond 1485. Minne Tyaerdtsz was eigenerfde op Angema-zate te Oosterlittens in Baarderadeel, later op de zate Koefenne te Midlum in Franekeradeel. eigenerfde, overleden voorjaar 1542 te Midlum,
    kinderen:
    1. Tyaerdt Minnesz (zie: 4286).
    2. Wattie, geboren rond 1527 te Oosterlittens vermoedelijk. Wattie Minnesz is boer te Kimswerd in Wonseradeel en doopsgezind. boer, overleden 1577/1578 te Kimswerd.
    3. Syds, geboren rond 1528 te Oosterlittens. Syds Minnesz is boer te Achlum en Bozu, en eigenerfde op Homckema-zate te Arum. boer, eigenerfde, overleden rond 1593 te Arum.
  1. Reyns DOUWES. Geboren rond 1494,
    kinderen:
    1. Syouck (zie: 4287).

Generatie XV
  1. Sipcke N.. Geboren rond 1470. Uit het genealogisch jaarboek 2004 van de Fryske Academy staat in de kwartierstaat van Jelt Oostra vermeld op pag 137 dat Sipcke N. trouwde met Katrijn N. Hij woonde voor 1511 "Op de Fennen" te Iens. Katrijn N. was in 1511 weduwe op genoemde state te Iens. Hun kinderen zijn: Kempe, Gerben en Jancke, aldus Jelt. Overleden voor 1511 te Iens. Gehuwd met:
  1. Katrijn N.. Geboren rond 1470, overleden voor 1547,
    Uit dit huwelijk:
    1. Gerben Sipckes toe.
    2. Kempe Sipckes toe.
    3. Jancke Sipckes Toe (zie: 8568).
  1. Tyaerdt N.. Geboren rond 1450. Tyaerdt is eigenerfde te Kubaard en Rooms-katholiek. Hij en zijn vrouw waren eigenaar van Klein Jornahuystera-saete, een stemgerechtigde zate te Kubaard in de grietenij Hennaarderadeel, waavan een deel ook anderen toebehoorde. In het genealogisch jaarboek1990 van de Fryske Academie staat op pag 117 in het artikel "lijst van dorpen en steden" een vermelding mbt Jornahuyster State: 'Kubaard: 9v (een sate 'Jornahuijster State genaemt' met een huis en schuur en 70 pm land, de Vaart ten westen en de Slachtedijck ten oosten en ten noorden; meier: Pytter Aleffs; koper; Hobbo Baard van Sminia; verkopers: Tr. Taco Bruijnsma advocaat te Franeker, Dominicus Hylema te Bolsward en Joucke Mamminga te Sloten als curatoren van 't innocente weeskind van w. Cyprianus Bruijnsma, gedeputeerde staat van Friesland; de erfgenamen van dr. petrus Mellema), conform de lijst. eigenerfde, overleden voor 1511 te Kubaard vermoedelijk,
    kinderen:
    1. Feddrick, geboren rond 1480. Feddrick Tyaerdtsz was eigenerfde te Kubaard. eigenerfde, overleden voor 20-12-1542 te Kubaard.
    2. Minne (zie: 8572).
    3. Wattye, geboren rond 1486.
    4. Syts vermoedelijk.
    5. N..

Dit document is gemaakt met GensData voor Windows - versie 5.0